Meierijstad

?

Wetenschap: Er is geen juist antwoord

Er is geen juist antwoord

Yuval Noah Harari, de Israëlische historicus en auteur van Homo Deus : een kleine geschiedenis van de toekomst, is een atheïst.

Zonder enige twijfel. Hij komt er zowel in zijn tweede als eerste boek (Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid) rond voor uit. Hij weet dat er geen god is; noch goden. Die ‘zaken’ regelen, aansturen, in gang zetten. Verantwoordelijk zijn voor alles. Invloed hebben op ons leven op aarde. Tot wie we ons kunnen wenden als we het moeilijk hebben, clementie vragen voor een zieke naaste etcetera.

Voor hem - als wetenschapper - staat vast dat voor ‘bijna alles’ een verklaring is. Dat we nog niet alles kunnen verklaren heeft te maken met ons menselijk falen. We zijn (nog) niet slim genoeg. 

 
De mens zoekt houvast
Harari is echter geen militante atheïst - zoals een Richard Dawkins of Christopher Hitchens. Hij weet dat ‘de mens’ behoefte heeft aan houvast. Toen én nu.

Als historicus schrijft hij over de grote lijnen. Hoe de mens zich de afgelopen honderdduizend jaar heeft ontwikkeld. Het aap-achtige in onszelf als het ware is ontstegen. Taal uitvond. Ging samenwonen in kleine, rondtrekkende gemeenschappen. Heel veel later in kleine gehuchtjes met landbouw begon. Plekken die uitgroeiden tot dorpen, kleine stadjes. Dat er in die omgeving mensen opstonden die zich onttrokken aan het dagelijks ploeteren; om zichzelf te voorzien van voldoende voedsel, kleding, onderdak, brandstof en zo. De eerste bullshit banen  - om met David Graeber te spreken - toen ontstonden. Mensen die feitelijk niets toevoegen aan samenlevingen; er vaak alleen maar waarde aan onttrekken. Denk aan leiders (koningen, hoofdmannen, ridders), geestelijken en ambtenaren.

Met die geestelijken kwamen de verhalen. Verhalen om te verklaren wat voor iedereen toen volstrekt onverklaarbaar, ja raadselachtig was. Bliksem en donder. Het massaal en vaak op jonge leeftijd sterven van mensen. Misoogsten. Epidemieën. De geestelijken van die tijd  hadden daarentegen voor ‘bijna alles’ een verklaring. Het toverwoord was vaak ‘god’ of goden. Waaraan of waarvoor geofferd moest worden. Om hen te verzoenen, tegemoet te komen, iets gedaan te krijgen. Rituelen.

Het waren verhalen die gemeenschappen bij elkaar hielden, structuur boden. Geloof dat nodig was. In een tijd waarin heel veel zaken magisch waren: geboorte, doodgaan, seizoenen, eb en vloed, supernova’s, maan- en zonsverduisteringen, ziekte et cetera.

Van één god naar god is dood
Naarmate de evolutie van de mens voortschreed werden de meeste goden ingeruild voor één god. En dat werkte nog beter. De mensheid verspreidde zich over de hele aardbol. Ontdekte steeds meer zaken. Toch was het tempo van de vooruitgang erg laag.

Pas zo rond 1500 begon er op sommige plekken - en vooral in onze contreien - een andere wind te waaien. Niet massaal. Integendeel. De vooruitgang werd in gang gezet door individuen. Mensen die door het gros van  hun tijdgenoten met de nek werden aangekeken. Die met ideeën kwamen die geen common sense waren. Ketters. Het Raam van Overton in actie.

In die tijd begonnen slimme mensen vraagtekens te zetten bij de verhalen van die tijd, in hun gemeenschappen. De zon draait ogenschijnlijk om de aarde, maar het is écht andersom. In een waterdruppel zitten - écht waar - veel kleine, levende wezentjes. Die fossiele beenderen in de aarde zijn afkomstig van wezens die - wel degelijk - leefden voordat de mens op aarde rondliep.

De wetenschappelijke attitude die rond die tijd opkwam heeft de laatste vijfhonderd jaar bijna alle verhalen en wéten van toen weggevaagd. Uiteraard zijn er nog steeds mensen die niet willen aannemen dat de aarde 4,5 miljard oud is; dat de mens afstamt van apen, er in het heelal honderden miljarden sterrenstelsels zijn waarin gemiddeld honderd miljard sterren rondzwermen met daaromheen biljoenen planeten. Dat de mens opgebouwd is uit ‘sterrenstof’ etcetera.

There Is No Alternative
Gisteren hield ik voor collega jeugdbibliothecarissen een verhaal over TINA, There Is No Alternative. Een poging om uit te leggen dat deze zin (of de Nederlandse variant: EIGA - Er IS Geen Alternatief) de laatste tijd verdacht veel wordt gebruikt. "Daar is niets aan te doen". Maar tegelijkertijd hangt er een soort rebellie in de lucht. Van mensen die een tegenvraag stellen: ITNA - Is There No Alternatief, of IEGA - Is Er Geen Alternatief? En verhip - TIAA - There Is An Alternative, of EIEA - Er Is Een Alternatief.

Dagelijks kun je nu - en meer dan tot voor kort - ervaren dat ‘wereldbeelden’ of verhalen botsen. Mensen die zich op hun gelijk, hun weten beroepen wensen niet in te zien dat hun weten feitelijk ook maar een geloof is. Of kunnen het domweg niet. Weten niet dat ‘ze’ ook maar achter een bepaald verhaal staan. Toch zetten ze die andere mensen weg als gelovigen, dromers, idealisten. En daarom hoef je ze niet serieus te nemen en kun je gewoon doorgaan met op jouw manier naar de wereld kijken en op basis daarvan doorgaan met wat je al tijdenlang doet.

Ons belangrijkste geloofsartikel: groei is goed
Het grootste strijdpunt voor de komende jaren lijkt mij het geloof dat onze economie moet blijven groeien. Om alle problemen op te lossen. De ketters van nu pleiten daarentegen dat dit adagium, deze ‘wet’ (dat we groei nodig hebben) juist aan de kern van bijna alle problemen ligt waarvoor we als mensheid dringend een oplossing moeten zoeken.
 
Ik vertelde dit verhaal in relatie tot het fenomeen mediawijsheid. Waar (jeugd)bibliothecarissen ondermeer mee bezig. Zich voor inzetten. Uiteenlopende ‘dingen’ uit de kast trekken om onze achterban iets mediawijzer te maken. Vaak wordt gedacht dat mediawijsheid gaat om vaardigheden: hoe om te gaan met email, googlen, een app installeren, een DigiD aanmaken, een Youtube filmpje maken en plaatsen et cetera. Bedoeld voor kinderen en (oudere) digibeten. Prima, maar in mijn optiek draait het om iets veel groters. In staat zijn om als mens te begrijpen hoe media werken. Invloed op ons hebben. Ons manipuleren. Zó nodig in een tijd waarin we bedolven worden onder (des-) informatie. Zo veel dat we door de spreekwoordelijke bomen amper het bos kunnen zien.
 
Een onverwachte reactie
Een lastig verhaal vertelde ik. Maar ‘s avonds kreeg ik een mailtje van een pas begonnen collega, die maar al te goed had begrepen wat ik probeerde uit te leggen. Noemde enkele zaken die ik ook had kunnen vertellen; maar vanwege de tijd achterwege had gelaten. Deze jonge collega geloofde! Vindt dat er ‘dingen’ bestaan die wij (mensen) niet direct kunnen zien. Maar wel bestaan. Wij mensen zijn tot heel veel in staat, maar we kunnen niet ‘(bijna) alles’. We lopen tegen grenzen aan. En kennis is iets anders dan wijsheid. Die collega had echter ook perfect in de gaten wat de rol van een bibliothecaris is. Wilde daarover met mij verder spreken.
 
Natuurlijk!
De kern van een bibliotheek én (goede) wetenschap is dat je altijd open staat voor alternatieve meningen. Een kritische houding. Niets voor waar aanneemt. Weet dat jouw kijk op de werkelijkheid ook maar ‘een’ kijk is. Niet dé kijk. Je hebt nooit dé wijsheid in pacht.
 
Open staan voor nieuwe feiten
Tijdens mijn fietstocht naar de bieb spookte vanochtend die brief door mijn hoofd. En drongen zich  verschillende invallen op. Boeken, momenten, opgedane inzichten … Een lang geleden gelezen boek: God in de nieuwe natuurkunde van Paul Davies.

Verscheen in 1984. Staat sinds enige tijd in het magazijn, maar is nog steeds een prima manier om te leren begrijpen wat wetenschap is. Hoe die werkt. Haaks staat op geloof. Het is echter geen keiharde afrekening met gelovigen. Integendeel. Paul Davies begreep toen al - net als Yuval Noah Harari nu - dat goede wetenschappers ALTIJD open staan voor feiten die hun wetten (of beter: hypotheses) onderuit schoffelen.

Robbert Dijkgraaf als voorbeeld
Ik moet in dit verband aan Robbert Dijkgraaf denken. Die de meesten kennen als die aantrekkelijke, slimme man die bij DWDD aanschuift en nu de serie Minds of the universe presenteert. Die Robbert Dijkgraaf is in zijn wetenschappelijke werk al dertig jaar bezig met nadenken over snaren. De snaartheorie.

Het is niet uitgesloten dat nog tijdens zijn leven aangetoond zal worden dat snaren niet bestaan. Er zal iemand opstaan die met een ander verhaal komt. Een andere hypothese; die - met een beetje geluk - gefalsificeerd wordt.

Ik vermoed dat Robbert Dijkgraaf teleurgesteld zal zijn, maar vervolgens monter verder zal gaan. Hij wéét dat dit bij échte wetenschap hoort. Je neemt iets voor waar aan, totdat het tegendeel wordt bewezen. Iets wordt immers niet per definitie waar-der of ‘beter’ als een bepaald verhaal al lange tijd de ronde doet. Of er al zoveel geld in is gestoken. It's all in the game.
 
Bij twijfel verdwijnt het geloof
Geloof daarentegen staat per definitie stil. Twijfel je aan je eigen verhaal, je eigen geloof: dan is het over. Is het geen geloof meer. Is het erg dat mensen geloven? Nee, integendeel. Het helpt om het leven aan te kunnen. Problematisch wordt het alleen als er bekeerdrift bij komt kijken. “Ik weet dat het waar is, en jij moet dat ook (maar) gaan geloven!” Of op basis van dat verhaal anderen de wet gaat voorschrijven.

Omgekeerd komt het natuurlijk ook voor. Dat niet-gelovigen (in de religieuze zin) op basis van hun geloof weten hoe hét is en er daarom dit of dat moet gebeuren. Dat is net zo goed een geloof. Denk in dit verband aan het ‘feit’ dat onze economie moet blijven groeien. Hoezo? Het is geen feit, geen wet maar een geloof, verhaal. Bedacht door mensen. Vloeit niet voort uit onze materiële wereld, waarin atomen onderhevig zijn aan (tot nu toe steeds bewezen) natuurkrachten.
 
Is wetenschap heilig?
Er zijn veel zaken die de wetenschap (nooit) kan ontdekken, weten. In wetten formuleren. Liefde, eenzaamheid, geluk, vertrouwen. Natuurlijk staan er nu mensen op dat verliefdheid te maken heeft met bepaalde stofjes die binnen ons lichaam aangemaakt worden, zonder dat we er zelf invloed op hebben. Waarschijnlijk zit daar een kern van waarheid in, maar laat onverlet dat er geen algoritme van te maken valt.

Zo zal het voor wetenschappers ook moeilijk worden om te ontdekken waarom de mens - wij allemaal - geneigd zijn om te geloven. Niet per se in een god of goden, maar wel in zaken die zich niet rationeel laten verklaren. Fan zijn van Feijenoord. Een raar dieet gaan volgen. Homeopathie. Postzegels sparen. Bang zijn voor salamanders. Als agnost een kaarsje opsteken in de Sint Jan. Meedoen aan de staatsloterij.

De mens is een vat vol raadsels. Wetenschappers kunnen en zullen nog veel meer over onszelf leren kennen, maar er zijn ‘zaken’ die niet teruggebracht kunnen worden tot een wet. Laten we het althans hopen!
 
Harry Kuitert
In onze katholieke contreien is Harry Kuitert niet zo bekend. Wel in protestants-christelijke kring. Deze in 1924 geboren gereformeerde theoloog en predikant heeft in zijn lange leven zijn ‘volgers’ als het ware deelgenoot gemaakt van zijn omgaan met god en godsdienst.

Opgegroeid in een tijd van het heilig wéten en geloven is hij langzaam afgedwaald. Is tot het inzicht gekomen dat god een verzinsel van mensen is. Een verhaal. Een prima, prachtig verhaal. Niets mis met de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. Die ons (kunnen) helpen om ‘het goede’ te doen. Maar het blijven verhalen.

Kuitert weet dat mensen altijd hebben te dealen met ethische en morele vragen. Dat hoort bij het menszijn. Troost en steun kan gezocht worden bij die verhalen, maar daarvoor hebben we in zijn ogen geen god meer nodig.
 
Enkele boeken van Harry Kuitert
Hieronder verschillende boektitels; in chronologische volgorde. Je ziet hem door de jaren heen steeds verder ‘afdwalen’ van zijn geloof en zijn kudde. Daarmee is niet gezegd dat Harry Kuitert gelijk heeft. Hij zal de eerste zijn om dat toe te geven, maar zeker is wel dat ‘het geloof’ uit de jaren vijftig en zestig voor hem heeft afgedaan. 

1989 - Mag alles wat kan? : ethiek en medisch handelen
1997 - Aan God doen : een vingerwijzing
1999 - Kennismaken met Kuitert
2000 - Over religie : aan de liefhebbers onder haar beoefenaars
2002 - Voor een tijd een plaats van God : een karakteristiek van de mens
2004 - Schiften : wat er in de christelijke geloofswereld toe doet en wat niet
2005 - Hetzelfde anders zien : het christelijk geloof als verbeelding
2008 - 'Dat moet ik van mijn geloof' : godsdienst als troublemaker in het publieke domein
2011 - Alles behalve kennis : afkicken van de godgeleerdheid en opnieuw beginnen
2014 - Kerk als constructiefout : de overlevering overleeft het wel
 
Harry Kuitert schreef ook het voorwoord voor Geloven in een God die niet bestaat : manifest van een atheïstische dominee van Klaas Hendrikse. Een van de vele twijfelende dominees. Wilt u ‘live’ getuige zijn van dit twijfel-proces: lees dagblad Trouw.
 
Andere boeken
Onderstaand lijst boeken is zeker niet uitputtend, maar bevat enkele titels die wellicht kunnen helpen om uw eigen standpunt in deze complexe en gevoelige wereld te vinden.
 
Richard Dawkins. God als misvatting (2006)
Christopher Hitchens. God is niet groot : hoe religie alles vergiftigt (2007)
Sam Harris. Van god los : de gevaren van religie en de toekomst van de rede (2004)
John Cornwell. Darwins engel : een repliek op god als misvatting (2008)
Herman Philipse. Atheïstisch manifest : drie wijsgerige opstellen over godsdienst en moraal ; De onredelijkheid van religie : vier wijsgerige opstellen over godsdienst en wetenschap (2004)
Jaap van Heerden. Wees blij dat het leven geen zin heeft (1990)
Daniel Dennett. De betovering van het geloof : religie als een natuurlijk fenomeen (2005)
Dirk Verhofstadt. Atheïsme als basis voor de moraal (2013)
Peter Singer. Een ethisch leven (2001)
Hans Boutellier. Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (2015)


Een favoriet citaat
Richard Dawkins, de Engelse etholooh en bioloog die belangrijk onderzoek gedaan heeft naar genen, wordt door velen gezien als een zeer fanatieke atheïst. Die actief probeert gelovigen van hun geloof af te praten. Wordt in veel kritische artikelen weggezet als een dwingeland, een drammer. Daar zit een kern van waarheid in, maar in 1999 schreef hij verschillende artikelen waarin hij naar voren komt als een romantisch man die compassie heeft voor gelovige mensen. Die artikelen verschenen in Een regenboog ontrafelen. Die titel slaat op het verwijt dat gemaakt wordt richting beta-wetenschappers. Door ‘alles’ te onderzoeken en te ontleden wordt ‘de ziel’, ‘het bijzondere’ of ‘het mooie’ door hen over het hoofd gezien. Los van het feit dat ‘de ziel’(althans volgens mensen als Dawkins)  niet bestaat , is hij het met dit verwijt niet eens. Ook een wetenschapper die weet dat de kleuren in een regenboog tijdens een onweersbui door prismawerking ontstaan, kan genieten van de pracht van dat fenomeen. Sterker: door dat inzicht wordt ‘het’ nog mooier en krijgt de wetenschapper nog meer ontzag voor ‘de schepping’. Hoe bijzonder alles is. In elkaar zit. En moet samen met een gelovige naaste tot dezelfde ontstellende conclusie komen dat er nog zo veel is wat hij niet weet, noch begrijpt. Een verschil met gelovigen is echter dat hij door zal blijven gaan de raadselen van de schepping te ontraadselen. En niet gelooft in een god of (nood)lot.
 
Toeval?
Dat bestaat niet, zal een keiharde wetenschapper of realistisch ingesteld persoon zeggen. Maar desondanks viel tijdens het schrijven van bovenstaande regels de dagelijkse nieuwsbrief van Seth Godin op mijn spreekwoordelijke deurmat. There is no right answer
 
But there are plenty of wrong ones.
In arithmetic, there's a right answer. And everything else is wrong.
But in the work we do, there are, in fact, plenty of creative, useful, generous answers, answers good enough to embrace and celebrate. In the creative world, there can't be a 'right' answer, because that implies that the answer is correct and exclusive.
But the wrong answers are clear as well. They are selfish, lack rigor, are short-term when long-term is needed. They're lazy, too expensive, defective or have significant side effects...
By all means, avoid the wrong answers. But don't hold out waiting for the correct one.

Er is geen juist antwoord
Maar er zijn wel volop verkeerde.
In rekenkunde is er een juist antwoord. En al de andere zijn verkeerd.
Maar in het werk dat wij doen, zijn er  - feitelijk - genoeg creatieve, zinvolle, genereuze antwoorden; antwoorden genoeg om te omarmen en te vieren. In de creatieve werld kan er geen 'goed' antwoord zijn, omdat dat inhoudt dat het antwoord correct en exclusief is.
Maar de verkeerde antwoorden zijn ook duidelijk. Ze zijn egoïstisch, missen gestrengheid, zijn voor de korte termijn terwijl langetermijn nodig is.
Ze zijn lui, te duur, defect of hebben significante bijwerkingen ...
In ieder geval, vermijd de verkeerde antwoorden. Maar wacht niet op de juiste.


Een van de taken van een biliothecaris: vragen stellen 
Geloven doe je in je 'eigen' tijd. 

Klik hier voor het bewuste artikel en hier voor de presentatie (slideshare)

(donderdag 1 juni 2017)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten