NOBB

?

Lege tank

“Mam, we moeten gaan. Schiet eens op!”, roept mijn jongste dochter ongeduldig. Het is tijd voor haar muziekles. Hoewel ik normaal gesproken liever een half uur te vroeg ben voor een afspraak dan een minuut te laat, hou ik er een hele andere gewoonte op na wanneer het de muziekles betreft. Wellicht omdat het maar een klein stukje rijden is met de auto. “Ja, ik kom eraan.” Nog even dit en nog snel dat voordat ik ga.

“Mam, waar blijf je nou?” Ik kijk op de klok en zie dat ik vandaag wel heel erg laat ben. Er mag niets tegen zitten, geen langzaam rijdende tractor, geen werkzaamheden langs de weg, het stoplicht op groen. We springen de auto in. “Oh chips”, zucht ik. “De benzinetank staat op nul.” Dat de tank leeg is overkomt me nooit. Maar natuurlijk net vandaag, als ik het niet kan gebruiken, laat hij me in de steek. De dag ervoor zijn we weg geweest, laat thuisgekomen en niet meer gedacht aan tanken. Het niveau staat echt op 0. Geen streepje te zien. “Wat zullen we doen?”, vraag ik mijn dochters, want ook de oudste is voor een keer meegegaan. “Geen tijd meer om te tanken, ik waag het erop. Als we stil komen te staan, dan moeten jullie maar duwen.” Ik zie aan de gezichtjes van de meisjes dat ze dat geen leuk vooruitzicht vinden. Sterker, ze weigeren het radicaal.

Heel langzaam, want dan verbruikt de auto minder benzine, rijd ik naar het volgende dorp. Stiekem hoop ik op een tractor voor me om die de schuld te kunnen geven van het te laat komen op de les. Wonder boven wonder haalt de auto zonder tegensputteren de eindbestemming. “Mam, wat gaan wij doen? Gaan we nog naar de winkels of blijven we bij de les wachten?”, vraagt de oudste. Ik denk diep na. Hoe groot is de kans dat ik stil kom te staan? De winkels zijn maar een kilometer verderop. Dat moet lukken, zou je denken. Toch? “We gaan winkelen!”, antwoord ik haar. “Maar bereid je voor op het duwen.” “Dat ga ik niet doen, mam. Dat mag jij zelf doen. Ik heb ook een rijbewijs!”, geeft ze me plomp terug. We rijden de hoek om en komen ongeschonden bij de supermarkt aan.

Bij de terugrit naar de muziekleraar, draai ik de bocht om. “Mam, pas op!”, schreeuwt mijn dochter uit. Ik schrik me dood! Knal ik ergens tegen aan? Komt er een auto aan die ik niet gezien heb? Of een fietser? “Wat?”, roep ik een beetje aangedaan. “Je moet de bocht niet zo ruim nemen, dat kost te veel benzine”, zegt ze droog. Ik kijk haar aan en schiet in de lach. Twee nul voor haar.

We komen te vroeg aan bij de muziekles. Kost het meer benzine om de motor te laten draaien of juist opnieuw starten? Mijn kennis van auto’s is net zo laag als het niveau van de tank. Ik weet het dus niet en zet de motor maar af.  Dat is in ieder geval beter voor het milieu. We wachten rustig af tot mijn jongste weer naar buiten komt. “En mam, heb je ondertussen getankt?”, vraagt de kleine wijsneus. “Nee, maar jij zou toch duwen, hadden we afgesproken?” Ze trekt haar neus op. En ik start de motor. En tot mijn grote verbazing geeft de benzine tank één streepje aan. Er zit nu meer in dat toen ik vertrok! Hoe dat nou? Met een gerust hart rijden we naar huis, maar ik stop voor aankomst toch voor de zekerheid even bij het benzinestation. Stel je voor dat je stil komt te staan en moet duwen! Dat moeten we niet hebben!

©2015 Simone van de Wijdeven