Verdieping

Uit een boek waaraan vijftien 'spraakmakende opinieleiders' een bijdrage leveren is het moeilijk één - of nog beter: dé - regel naar voren te halen die de lading denkt. Dat zou bovenstaande kunnen zijn, van psycholoog en columnist Leo Prick (1939). Maar een andere kandidaat komt uit de bijdrage van filosoof Ad Verbrugge (1967):

Los van de basistaak – kennisoverdracht – moet onderwijs met name draaien om het sterk maken van leerlingen.

Tobias Reijngoud
Is een jongeman (1970) die naast zijn journalistieke werk af en toe naar buiten treedt met een bundel waarin hij vooraanstaande opiniemakers (zijn term) over een bepaald, breed maatschappelijk onderwerp aan het woord laat. Hij heeft ongetwijfeld over elk onderwerp een mening en de goede verstaander (lezer) begrijpt (echt) wel naar welke 'richting' zijn voorkeur uitgaat. Zo ook in zijn tweede bundel, het onlangs verschenen Volgers & Vormers : spraakmakende opinieleiders over de toekomst van het onderwijs.
In zijn eerste bundel (Weten is meer dan meten : spraakmakende opinieleiders over de economisering van de samenleving) kwam het onderwijs (natuurlijk) ook aan bod, maar zijdelings, want 'de plaag' die in het Westen door overheden en ander boven 'ons' gestelde organen en instellingen is uitgestort om alles meet- dus beheersbaar te maken zit ook diep 'ingevreten' in de onderwijssector. De globale conclusie van die eerste bundel is dat té veel hogere organen écht geloven dat meten weten oplevert. Terwijl échte kwaliteit zich moelijk laat meten. Niet gevangen kan worden in spreadsheets, door benchmarks  verbeterd kan worden. Integendeel: vaak frustreert het de professionals in veel sectoren (onderwijs, zorg, politie, bibliotheek). Veel extra werk, veel gedoe, houdt af van het échte werk en het wordt door 'de mensen op de werkvloer' als een gebrek aan vertrouwen in hun vakmanschap  ervaren.

Het onderwijs is vandaag erg schraal en armoedig
Zo begint de hierboven genoemde Leo Prick zijn betoog. En daarin staat hij niet alleen. Bijna alle bijdragers vinden dat het niveau van leraren in basis- en voortgezet onderwijs veel te wensen over laat. In de bundel gaat het amper over hoger en universitair onderwijs. De schuld wordt door bijna iedereen gelegd bij de pabo's, waar nieuwe leerkrachten worden opgeleid. Het niveau van de meeste leerkrachten is onvoldoende. Maar iedereen die deze bijdragen leest en het debat in de media over het onderwijs volgt weet dat dit niet alleen aan de leerkrachten zelf ligt. Sinds het midden van de jaren zestig is van hoger hand bewust van alles gedaan om dat niveau naar beneden te halen (of brengen). Uiteraard niet bewust, maar alle veranderingsgolven (die gebracht werden als verbeteringen) hebben uiteindelijk wel geleid tot een niveaudaling van de meeste leerkrachten. Die conclusie trekken bijna alle auteurs. Slechts twee deelnemers wijken af: Maurice de Hond en trendwatcher Adjiedj Bakas. Die niets moeten hebben van de globale conclusie die de anderen in meer of mindere mate onderschrijven: hét onderwijs kan alleen beter worden als het niveau van de leerkrachten omhoog gaat.

Volgers & Vormers
Een andere rode draad in de bundel heeft te maken met de titel. Moeten leerkrachten uit gaan van én aansluiten bij de leerbehoefte van een kind (en hen volgen in hun exploreergedrag) of toch meer neigen naar het aloude (tenminste voor de invoering van de Mamoetwet) Bildungsideaal. Kinderen kennis laten nemen van 'dingen' die ze niet weten, voor hen vreemd zijn, een wereld die ze nog niet kennen. De meeste deelnemers in deze bundel neigen meer naar het Bildungsideaal. Sommigen noemen het nadrukkelijk ook zo: Bildung. Anderen niet zo, maar het heeft er wel veel van weg. Aleid Truijens formuleert het als volgt:

De enige periode in hun leven
De belangrijkste taak van onderwijs is kinderen en jongeren laten zien hoe de wereld werkt en hen daarover te leren nadenken. Die taak is zeker van belang voor kinderen die thuis weinig meekrijgen, zoals veel kinderen uit achterstandswijken en arbeidersgezinnen. Waar moeten die kinderen in contact komen met geschiedenis en cultuur, anders dan op school? () De schooltijd is voor veel mensen de enige periode in hun leven waarin ze zich kunnen verdiepen in geschiedenis, waarin ze poëzie en romans lezen, kunst kijken, muziek leren maken of in hun schooltuin zien hoe een krop sla groeit.
Inzicht krijgen in de wereld: dat is het voornaamste doel van onderwijs. Bij wiskunde leer je nadenken. Aardrijkskunde en economie vertellen je dat welvaart niet vanzelfsprekend is en dat het leven in sommige landen minder ‘chill’ is. Bij geschiedenis merk je dat alles al eens eerder is gebeurd, maar dan net anders. Bij sport oefen je je in verliezen en er niet meteen op los rammen. Talen brengen je in contact met de hele wereld. Kunst en muziek laten je ervaren dat schoonheid en lelijkheid bestaan, en dat de angsten en verlangens van alle mensen hetzelfde zijn. Wie romans leest kruipt in andermans hoofd en hart, ook in dat van een moordenaar of verkrachter. Dat scheelt. De Duitsers hebben een mooi woord voor dit soort onderwijs: Bildung. Dat is onderwijs dat kinderen optilt uit hun eigen, kleine wereldje.

Weinig verrassende inzichten
Iedereen die de afgelopen jaren in kranten en tijdschriften artikelen over het onderwijs heeft gelezen zal weinig verrassends in deze bundel tegenkomen. Desondanks is het een aanrader voor burgers die zich zorgen maken over ons onderwijs. De artikelen vullen elkaar mooi aan. Zijn vlot geschreven. En dwingt tot een standpuntbepaling. Naar welke kant neig ik zelf: volgen of (toch meer) vormen?

Meisjes,vrouwen
Opvallend is dat ook hier verschillende schrijvers vraagtekens zetten bij de oververtegenwoordiging van vrouwen in het ionderwijs. De laatste tijd worden door steeds meer mensen kritische kanttekeneningen geplaatst bij de oververtegenwoordiging van vrouwen (6 vrouwen/1 man).  Toevallig plaatste NRC Handelsblad op maandag 6 mei 2013  een interview met historicus Angela Crott (die ook in de bundel is opgenomen - 'Stilzitten in de schoolbanken is niks voor jongens') , waarvan onlangs het boek Jongens zijn't verscheen, Een populaire samenvatting van het proefschrift waarop ze in 2011 promoveerde (Van hoop des vaderlands naar ADHD'er). Uit dat artikel een citaat:

Crott onderzocht hoe er sinds 1882 over jongens is geschreven in opvoedingsboeken. Haar conclusie: jongens zijn altijd hetzelfde gebleven. Baldadig, hoogmoedig, lui en zwijgzaam, dat zijn de eigenschappen die ze steeds tegenkwam. Maar in de huidige maatschappij past dat jongensgedrag niet meer.
"Wij hebben daar tegenwoordig problemen mee", zegt ze aan de telefoon. "We hebben het al zo druk, we willen niet ook nog eens aandacht aan die jongens besteden. Typisch jongensgedrag, druk en lawaaierig, is lastig en zorgt voor overlast. Dus plakken we die jongens een etiket op, zoals ADHD."
Vroeger benaderde de maatschappij jongens als 'helden', zegt Crott. Die gingen het maken. Nu worden jongens als losers behandeld terwijl ze nog niks hebben gedaan, omdat ze het niet lukt om gehoorzaam en ijverig te zijn. Meisjes zijn daar van nature beter in."

Twee dissidenten
In de bundel Volgers & Vormers wijken zoals gezegd Maurice de Hond en Adjiedj Bakas van de anderen af. Zij gaan vooral uit van de leerbehoefte die in jongeren zelf zit, en moeten niets hebben van het Bildungs-ideaal. Toevallig verscheen in het Financieel Dagblad van zaterdag 4 mei 2013 een artikel over het EuroCollege in Rotterdam, een ROC/Hogeschool waarvan de directeur (en eigenaar - want een particuliere school) niet gelooff in de visie van De Hond en Bakas. Hij heeft in alle leslokalen de computer uit de klas gebannen. Staat op het standpunt dat jongeren in de puberleeftijd niet in staat zijn zelfstandig te leren. Directeur Edu van de Walle (54 jaar oud):

Ik kan een vloek maar amper onderdrukken als ik de plannen zie van Maurice de Hond voor de Steve Jobs-scholen. Daar neemt de iPad de taken over van de leraar en kunnen leerlingen zelf bepalen hoe laat ze binnenkomen. Geen vast lokaal meer, geen vaste leerkracht en geen vaste lesuren. Dat gaat niet werken.
Waar komt toch die drang vandaan om kinderen zoveel ruimte te geven dat ze er geen raad mee weten? Ik heb daar een subjectieve theorie over. De zogenaamde onderwijsvernieuwingen die ons land teisteren komen uit de koker van babyboomers die hun verlangen naar vrijheid in het onderwijs projecteren op de volgende generatie. Ze passen het darwinistische model van overleven toe op studenten op mbo-niveau. Dat is niet fair. Zelfs studenten aan de universiteit hebben daar moeite mee.
Wie beroepsonderwijs volgt, moet eerst zijn denkvermogen ontwikkelen. Een studieboek helpt daarbij. Dat biedt structuur. Internet geeft alleen maar ontzaglijke hoeveelheden hits. Dan blijf je steken in de rol van consument die gaat downloaden. En dan maar denken dat je digitaal ontwikkeld bent.

Want juist in een complexe en geglobaliseerde wereld als de onze hebben we mensen nodig die in staat zijn om verbanden te leggen.
Dit artikel, deze bundel én citaten uit enkele krantenartikelen gaan over jongeren. Volwassenen die zich zorgen maken over de manier waarop we onze jeugd klaarstomen voor de uitdagingen die zij in deze eeuw moeten tacklen. Niemand heeft het hier echter over degenen die het onderwijs (de laatste jaren) hebben verlaten. Het is echter maar zeer de vraag of zij tijdens hun schoolcarrière genoeg bagage hebben meegekregen om in onze complexe tijd mee te kunnen. Wat resteert is zelfredzaamheid. Om opgelopen achterstanden zelf in te lopen. Lezen helpt (nog steeds). Denken wij. Bibliothecarissen.

Meer lezen (van enkele deelnemers)?
# - En denken : Bildung voor leraren (2012)
Désanne van Brederode. Modern dédain : pamflet (2006)
Paul Frissen. Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (2012)
Els Lodewijks-Frencken. De morele opvoeding van het jonge kind (1995)
Leo Prick. Drammen, dreigen, draaien : hoe het onderwijs twintig jaar lang werd vernieuwd (2006)
Jan Siebelink. Suezkade : roman (2008)
Aleid Truijens. Opvoeden! : een nieuwe blik op een eeuwenoud beroep (2012)
Ad Verbrugge. Tijd van onbehagen (2004)
Micha de Winter. Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding (2012)

(woensdag 8 mei 2013)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten