Verdieping

In het bedrijfsleven gaat het steeds meer om cijfers en regels en steeds minder om kwaliteit, arbeidsvreugde en zingeving. De moderne organisatie lijkt verdacht veel op de intensieve veehouderij, vindt bedrijfskundige Jaap Peters.

Een modern callcenter lijkt opmerkelijk veel op een intensieve veehouderij, vindt Jaap Peters. : In een veebedrijf is de ruimte voor de dieren beperkt en worden ze in hun bewegingsvrijheid beknot. HHun welzijn is ondergeschikt aan een efficiënte bedrijfsvoering. In callcenters is het niet veel anders en hebben medewerkers beperkte ruimte. Sterker nog, ze worden in hun bewegingsvrijheid niet alleen fysiek ingeperkt maar ook via allerlei regels, protocollen en prestatiecontracten. Letterlijk en figuurlijk opgehokt."

Jaap Peters verwoordde zijn ideeën over de moderne bedrijfscultuur in een vorig jaar verschenen boek met de spraakmakende titel 'Intensieve menshouderij'. Zondag licht hij zijn opvattingen toe tijdens de lezingencyclus Blikopener in de Groene Engel in Oss. Hij zal daar onder meer ingaan op de vraag of er nog hoop is in een samenleving, waarin steeds meer organisaties, en niet alleen callcenters worden geleid als een modern varkensbedrijf.

Tweelagenmaatschappij
Zingeving en arbeidsvreugde doen er tegenwoordig steeds minder toe, constateert Peters. "Steeds meer mensen gaan er onder gebukt dat ze geen gelukkig leven leiden. We zijn langzaam op weg naar een tweelagenmaatschappij van managers en vakmensen. De ene laag denkt in modellen en cijfertjes, en de andere laag wordt geconfronteerd met dat gedoe. Die lagen zijn in toenemende mate niet meer met elkaar verbondne. En voorzover ze met elkaar verbonden zijn, is er sprake van kortsluiting."

Zo kan het gebeuren dat de kwaliteit van het werk vermindert, het plezier in het werk verloren gaat en mensen zich steeds minder gewaardeerd voelen. En dat niet alleen, ze worden ook letterlijk minder gewaardeerd. "Je ziet die twee lagen ook terug in de salarisgebouwen", zegt Peters. "Kijk maar eens naar het onderwijs. Een docent die voor de klas staat is tegenwoordig een loser. Een inhoudelijke vakman kan geen carrière maken. Dat is alleen mogelijk voor de manager en die doet dat vaak ook nog op een respectloze manier. Een manager is iemand die het vakmanschap niet meer verstaat maar wel alles onder controle houdt en daarbij alleen kijkt naar kosten en prestaties."

Kip zonder kop
Die nadruk op cijfers, productiviteit, alles wat meetbaar is, is volgens Peters funest voor de creativiteit, de betrokkenheid en de waarden en normen binnen organisaties. "Als je alleen wordt afgerekend op prestaties en productiviteit, ga je nergens meer echt op letten en loop je als een kip zonder kop achter je prestatiecontract aan. Als geld de enige maatstaf is om het succes van een organisatie te meten, gaat het alleen maar om prestaties en efficiency en beland je in een graaicultuur."

Peters ziet de intensieve menshouderij overal om zich heen. "Bij de McDonald's werkt geen enkele kok meer. Medewerkers zijn in zekere zin willoos gereedschap geworden van een systeem. Ze zijn productiemiddelen, oftewel human resource. Een klant ie iemand waar je goed aan kunt verdienen. Dat noemen ze een cash-cow, een koe die je kunt leegmelken. Alweer een vergelijking met de intensieve veehouderij."

"Dat model zie je ook steeds vaker bij organisaties die niet bedoeld zijn om winst te maken, zoals de overheid, de thuiszorg en het onderwijs. Ze maken winst maar hebben steeds meer ontevreden klanten. Het product is ondergeschikt aan de outputmeting. je ziet dat bij voorbeeld bij de Cito-toets, waarbij scholen worden afgerekend op de scores van de leerlingen. Vind je het gek dat scholen er dan voor kiezen om slechte leerlingen niet te laten meedoen? Zo werk je frauduleus handelen in de hand."

Een ander uitvloeisel van de intensieve menshouderij is de eenheidswordt. "De maatschappij wordt helemaal ingericht volgens economische principes en niet volgens sociaal-economische principes. Dat gaat ook ten koste van de variëteit in de samenleving. Zoals in de bio-industrie alle varkens en kippen hetzelfde zijn, zijn ook alle winkelstraten hetzelfde. Door dat gebrek aan variëteit wordt de kwetsbaarheid voor ziektes veel groter. Dat gevaar is er ook bij organisaties die opgeknipt worden in kleine gespecialiseerde onderdelen."

Slachtbank
Peters ziet niet zo gauw een oplossing voor de intensieve menshouderij van de ene op de andere dag. "Een vakman kan niets meer aan die situatie veranderen. Die wordt langzaam maar zeker naar de slachtbank geleid, tenzij hij uit het systeem stapt en voor zichzelf begint. Wel zou het kunnen helpen als bedrijven beslissen op te houden met al die eenzijdige outputmetingen."

"We zouden het evenwicht tussen managers en vakmensen weer kunnen herstellen. Is de vakman er om door de manager onder de duim te worden gehouden of is de manager er om voor de vakman de randvoorwaarden te creëren om een goed product te leveren? Geef vakmensen de ruimte, stel niet te veel regels, probeer niet alles te overorganiseren. Dat werkt niet alleen veel prettiger, maar ook veel beter."

De feiten
Jaap Peters (1956) heeft bedrijfskunde gestudeerd en is werkzaam als organisatieadviseur, interim-manager, docent, coach, publicist en spreker.

Hij werkte tien jaar voor Ernst & Young en is sinds 1995 als partner verbonden aan Overmars Organisatie Adviseurs in Zwammerdam.

Vorig jaar verscheen zijn boeke Intensieve menshouderij : hoe kwaliteit oplost in rationaliteit (uitgeverij Scriptum, Schiedam), dat hij samen met Judith Pouw schreef. Het boek is genomineerd als managementboek van het jaar 2006.

Jaap Peters is de vierde spreker in de lezingencyclus Blikopener Speciaal in de Groene Engel in Oss. Zijn lezing 'verlos ons van de intensieve menshouderij' is zondag van 14.00 tot 16.00 uur.

In de Blikopener Speciaal lezingen geven sprekers hun mening over maatschappelijke ontwikkelingen. De serie is georganiseerd door Basisbibliotheek Maasland, het Brabants Dagblad en Cultuurpodium Groene Engel in Oss

 

Artikel: De moderne werknemer, een opgehokte kip

Bron: Brabants Dagblad van donderdag 2 maart 2006

Auteur: Twan van Lierop