dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn

Het toeval wil dat ik De zaak Organon van de sociologen Jack Burgers en Johan Heilbron uitlas op de dag dat Oxfam Novib bekendmaakte dat van de groei van 'de mensheid' in 2017 (negen biljoen dollar) 82 procent terecht was gekomen bij de rijkste een procent van de wereldbevolking.

The rich get richer, the poor ...
Dat zal niemand meer verbazen. Dit fenomeen is al jarenlang bekend.

Zo zijn er de laatste jaren tientallen boeken verschenen over de almaar toenemende ongelijkheid. De zaak Organon gaat formeel niet over ongelijkheid maar verklaart gedeeltelijk hoe het kan dat rijken steeds rijker worden. In het boek wordt één casus nauwgezet uitgewerkt. Mocht u in de illusie leven dat eerlijk werken loont, dan moet ik u teleurstellen. Dat is volstrekt onbelangrijk.

Rijke mensen investeren hun geld niet in bedrijven om ze beter te maken (in wat ze doen). Nee. Zeer rijke mensen, hedgefunds maar ook onze pensioenfondsen 'investeren' alleen in bedrijven om er via financiële trucs (vaak op zeer korte termijn) zeer veel geld te kunnen uitpersen. En er is amper wetgeving die hen afremt. Sterker: overheden in binnen- en buitenland staan knipmessend aan de zijkant om hen tegemoet te komen.

En om het 'nog erger' te maken: over de door hen 'verdiende' gelden wordt amper belasting geheven dan/wel betaald. En altijd staan er landen klaar om hen te helpen daaraan te ontkomen. Nederland doet daar als belastingparadijs volop aan mee.

De zaak Organon
In De zaak Organon laten Burgers en Heilbron (samen met enkele oud-studenten) zien hoe een florerend bedrijf in enkele jaren van de kaart werd geveegd. Niet omdat er geen belangrijke producten werden gemaakt, er idioten werkten, de markt voor hun handel wegviel of zich serieuze concurrenten aandienden. Dit alles was bij Organon niet aan de orde.

Organon, een prima bedrijf. Kon op eigen benen staan. Maar werd desondanks geslachtofferd. Op het altaar van het grote geld, waar het niet over de inhoud (in dit geval: het maken van goede geneesmiddelen) gaat, maar waar hoog in de top nagedacht werd over manieren om zo'n bedrijf te gelde te kunnen maken. Met een zo hoog mogelijk uitkomst. En hoe de mensen binnen dat bedrijf, de klanten of de omgeving daarover dachten? Dat deed er niet toe!

Ons primaire belang is zo veel mogelijk te cashen. Daarin is Hans Weijers, dé topman van AKZO Nobel (waar Organon deel van uitmaakte) geslaagd. Hij verkocht 'zijn' Organon aan Scheringh-Plough. Had echter - kleinigheidje - niet in de gaten dat de topman van Scheringh Plough Organon alleen maar kocht om zichzelf aantrekkelijker te maken voor kandidaten die zijn bedrijf wilden overnemen. Hetgeen binnen twee jaar lukte: Merck (MSD) nam Scheringh Plough over. Fred Hassan, de topman van Schering Plough, incaseerde persoonlijk honderden miljoenen aan bonussen. Merck besloot al snel na aankoop om de kern van Organon (de onderzoeksfaciliteiten) de nek om te draaien.

Dat later enkele bepalingen uit onze wetgeving Merck verhinderden om rücksichtslos met Organon te stoppen was een gelukje. Hier botsten het zogenaamde Angelsaksische model op restanten van 'het Rijnlandse'. Daarom was Merck bereid mee te werken aan de opstart van een soort doostart. Dat leidde tot de komst van het Pivot-park.

De zaak Organon is een rijk boek. Waarin veel overhoop wordt gehaald. Lezers een goed beeld krijgen van hoe er aan de top wordt gedacht. En hoe het mogelijk is dat slimme mensen in staat zijn dit soort rare beslissingen te nemen. De woede van veel Organezen is terecht.

Helaas is er sindsdien niet veel veranderd. Dagelijks kun je voorbeelden van de krantenpagina's plukken. Dit soort gedrag gaat in volle omvang door. Sterker: zal nog sterker doorgaan. Waarom? De zeer kleine groep met ontzettend veel vermogen ziet haar vermogen jaar na jaar groeien. Een vermogen waarvoor ze rendement zoeken. Traditioneel investeren - écht investeren - is not done. Het duurt jaren voordat je zekerheid krijgt of jouw investering in een bedrijf 'iets' oplevert. De 'beste' methodes worden in De zaak Organon aangestipt. De kern daarvan is: neem een bedrijf over. Overlaad het bedrijf met schulden. Verkoop de beste onderdelen van zo'n overgenomen bedrijf en verkoop vervolgens de mindere restanten aan anderen. De sprinkhanen-methode. Dat levert het meest op. Dat je een spoor van vernielde bedrijven én levens achterlaat? Tja, dat is niet jouw probleem.

Burgers en Heilbron noemen het in de ondertitel van hun boek terecht 'bedrijvenpoker'. Een ander woord dat deze wereld beschrijft: piramidespel.

De schuldvraag
In De zaak Organon wordt veel informatie aangereikt. De vrucht van jarenlang onderzoek. Doorlopend kun je in het boek kritische opmerkingen aantreffen. Beide heren sociologen wijzen bewust niet één schuldige aan (bijvoorbeeld Hans Weijers, de topman van AKZO), maar velen. Die allen in meerdere of mindere mate schuldig zijn of waren voor het pokerspel rondom Organon.

Want dat is de kern van hun verhaal. Dit soort ontwikkelingen draaien niet om het beter maken van een bepaald bedrijf of branche. Daar draait het zelfs helemaal niet om. In de kern draait het domweg om graaien. Zo duur mogelijk een florerend bedrijf zien te verkopen. En je vooral niet druk maken over degenen die daar werken, klanten, de omgeving, de samenleving. Da's ons probleem niet. Nergens staat immers in een wetboek dat wat wij doen niet mag. Een perfecte illustratie van de woorden amoreel en immoreel.

Je kunt van alles over de heren Weijers en Hassen (de grote man van Scheringh Plough die honderden miljoenen bonus opstreek) zeggen, maar niet dat ze iets illegaals (immoreels) deden. Deugen deed het echter van geen kant.

Burgers en Heilbron maken in hun boek duidelijk dat De zaak Organon niet uit de lucht kwam vallen.

Sinds het eind van de jaren tachtig zijn 'we' in Nederland en Europa mee gaan doen met een Angelsaksische golf. En hebben ons 'oude, vertrouwde' Rijnlandse model langzaam aan in laten kakken. Totdat er bijna niets meer van over was. Dat gebeurde niet alleen in woorden, maar vooral ook door het jaar na jaar aanpassen van bestaande wetgeving. Wetten die dit Angelsaksische model danig in de weg zaten. Veel meer laisser-faire.

De komst van het Pivot-park (als doekje voor het bloeden) heeft vooral te maken met een stukje 'oude' wetgeving, die verhinderde dat grote bedrijven zonder enig plan duizenden mensen domweg op straat mogen schoppen. In het Rijnlandse model kon de markt haar zegenrijke werk niet verrichten. Dus werden in de laatste dertig jaar talloze wetten opgeruimd, aangepast. Zodanig veranderd dat ze voor bedrijven en investeerders niet langer vervelende obstakels waren.

Twee economen van naam en faam
Zoals gezegd stippen Burgers en Heilbron tientallen personen aan die in meerdere of mindere mate schuldig zijn aan de ontstane situatie. Dat is - voor alle duidelijkheid - niet alleen de zaak Organon. Dagelijks kom je als burgers informatie tegen die de conclusie dat 'ons economische systeem zwaar ziek is' alleen maar bevestigen. In hoofdstuk twee proberen ze uit te leggen wat neoliberalisme inhoudt. Op pagina 62 verwijzen ze naar een publicatie uit 2008. Geschreven door twee vooraanstaande Nederlandse economen: Lans Bovenberg en Coen Teulings. Rhineland exit? heet die publicatie. Burgers en Heilbron verwoorden het zo:

Ook in Nederland is deze oriëntatie door tal van gezaghebbende economen uitgedragen. Zo betoogden Lans Bovenberg (Universiteit van Tilburg) en Coen Teulings (toenmalig directeur van het CPB) in een paper met de veelzeggende titel Rhineland exit? (2008) dat het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme superieur is aan het Rijnlandse model. De argumenten die ze hiervoor aanvoerden waren, zoals wel vaker onder economen, meer ingegeven door een abstract marktmodel  dan door het feitelijk functioneren van ondernemingen en markten. Een van de argumenten was bijvoorbeeld dat sterk ontwikkelde financiële markten een efficiënte verdeling van risico’s bewerkstelligen.

In de noten lichten ze op pagina 238 deze zin ruim toe. Uit die noot één zin: Uit hun analyse volgt ook dat afbraak van werknemersrechten en het uitkeren van zo veel mogelijk middelen aan de kapitaalbezitters economisch gezien het beste beleid zou zijn. (pagina 239).

Waarom deze twee naar voren gehaald?
Dat heeft te maken met een recent in vertaling verschenen boek. Van de Engelse econoom Kate Raworth. In Donut economie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw houdt ze een warm pleidooi om onze maatschappij en economie op een andere leest te gaan schoeien.

De kern van haar betoog is dat de economie niet meer gedreven mag worden door groei. Steeds maar meer meer meer. Nee, de kunst wordt om in de 21e eeuw binnen de grenzen die de aarde ons stelt te blijven.

De zaak Organon zou in zo'n tijd en Umwelt niet meer geschreven kunnen worden. Domweg, omdat op verschiillende gebieden grenzen fors worden overschreden.

Ik haal Lans Bovenberg hier naar voren omdat hij op woensdag 10 januari in 'zijn' Tilburg met Kate Raworth in debat ging. Dat mislukte. En dat lag niet aan Kate. Lans Bovenberg heeft volgens mij perfect in de gaten dat het verhaal van Kate Raworth een frontale aanval is op zijn denken. Hij deed het voorkomen alsof hij met dezelfde 'dingen' bezig is als Kate, maar weet natuurlijk dat hij in het verleden als invloedrijk econoom veel (christen-democratische) politici heeft beïnvloed om richting dat Angelsaksische anti-donut model in te slaan.

Hij heeft zeer actief geadviseerd om rechten af te breken, ruim baan te maken voor 'de markt'. Allemaal maatregelen voorgesteld die sprinkhaan-achtige bedrijvenpoker spelende opkopers zeer van pas kwamen én komen. Bovenberg heeft kortom kilo's boter op zijn hoofd. Evenals anderen in die wereld. Dit verklaart ook de negatieve ontvangst in veel Nederlandse kranten en tijdschriften. Daar werken veel economen die jarenlang met dezelfde wind hebben meegedaan.

Ik kan me vergissen maar vermoed dat 'de donut' van Kate Raworth jarenlang voor veel debat zal zorgen. Zo nodig om los te komen van een economisch model dat op sterven na dood is en zeker niet bijdraagt aan een wereld waarin iedereen mee kan profiteren van de vruchten van ons gezamenlijk doen en laten. Integendeel.

Volgend jaar om deze tijd komen er wederom cijfers dat 'de wereld' met x dollars is gegroeid. En wederom zal het gros daarvan terecht gekomen zijn bij hen daar boven. Niets immoreels mee aan de hand.

Populisme
Zonder enige twijfel worden bovenstaande opmerkingen afgedaan als gemopper van een populist. Die niet begrijpt wat er gaande is. En zich daarom tot partijen wendt die (ook) geen oplossingen bieden. Deels hebben die criticasters gelijk. Er is veel populisme. Er zijn veel burgers die boos zijn. Om uiteenlopende zaken. En zich boos tot 'de elites' wenden. Die hét niet begrijpen. De verkeerde beslissingen nemen. Vaak hun eigen zakken vullen.

Helaas worden door velen 'aan de top' die populistische opmerkingen volstrekt genegeerd. Dat is deels terecht. Het gros van de economische problemen hebben niets te maken met hoofddoekjes of Marokkanen. Integendeel. Dat zo velen zich achtergesteld voelen is echter wel degelijk terecht. Ondanks een ogenschijnlijk florerende economie zijn er miljoenen Nederlanders die een onzeker bestaan moeten leven. Er is veel verborgen werkloosheid. Velen solliciteren niet eens meer. Tegelijkertijd neemt ook nog de negatieve impact van de mens op de aarde alleen maar toe. Denk aan klimaatverandering of het massale verlies van soorten.

Nog een boekje én een lezing
Het toeval wil dat in het najaar antropoloog Joris Luyendijk zich ook over 'ons' populisme boog. Hij wilde proberen te begrijpen waarom zo veel burgers open staan voor populistischegeluiden. Denk aan Brexit, de verkieizing van Trump, de aantrekkinskracht van partijen zoals PVV, Denk, FvD et cetera. In Kunnen we praten - een pamflet-achtig boekje - werkt hij zijn conclusies uit.

Begin dit jaar is hij begonnen met een reeks lezingen in den lande. Op maandag 15 januari zag ik hem in het Parktheater in Eindhoven. Voor een volle zaal (450 man) hield hij een lang verhaal. Dat er in de kern op neer komt dat mensen die deel uitmaken van 'de elite' zich amper kunnen voorstellen waarom zo veel mensen in Nederland en ver daarbuiten achter populisten aanlopen.

Joris gaf grif toe ook deel uit te maken van die elite. En dat het moeite kost om toe te geven dat veel van hun grieven wel degelijk terecht zijn. Alleen - spoiler alert - gelooft hij niet dat die populistische helden de problemen voor de slachtoffers van ons huidige economische systeem zullen gaan oplossen. Sterker: hun oplossingen zijn erger dan de problemen.

Helaas kregen de toehoorders in Eindhoven (voor het merendeel deel uitmakend van die verfoeide elite) daarmee geen gelijk. Integendeel. Ik vermoed - of hoop - dat de meeste bezoekers met iets van schaamte naar huis zijn gegaan. Als betrapte kinderen. Ons doen en laten is niet waardevrij. Nee, als leden van de elite zullen we aan de bak moeten. Eerlijk antwoord geven op de vraag of we allemaal op onze eigen manier, in onze eigen omgeving niet meewerken aan het instandhouden van een systeem dat niet klopt.

De oplossing is niet om mee te heulen met gezeur over onze identiteit maar vooral onszelf realiseren dat ons economisch systeem een zekere houdbaarheidsdatum heeft overschreden en grondig bijgesteld dan wel door een ander vervangen dient te worden. En mensen uit 'de elite' hebben in dat proces een belangrijke rol te spelen. 

Vijf woorden
In zijn betoog kwam Joris Luyendijk keer op keer op vijf woorden terug. Woorden die kenmerkend zijn voor leden van de elite die niet begrijpen wat ze (wellicht onbedoeld) veroorzaken. Het zijn: arrogant, drammerig, incompetent, straffeloosheid en legale corruptie.

Flinke woorden. En ik vermoed dat de meeste leden van de elite die allemaal verre van zich werpen. Alleen wist Joris ze zodanig in zijn betoog op te nemen dat de conclusie niet anders kan zijn dan dat wij als leden van de elite ons daar allemaal in meerdere of mindere mate wel degelijk aan bezondigen.

Ik hang die vijf woorden op aan Lans Bovenberg. Die is om te beginnen arrogant. Hij gelooft werkelijk dat zijn analyse van de werkelijkheid 'de beste' is. En als anderen met argumenten aan komen zetten dat bij zijn verhaal vraagtekens gezet kunnen worden, geeft hij niet thuis en blijft hameren op zijn verhaal.

Verder is hij incompetent, want heeft samen met bijna alle economen niet gezien dat het financiële stelsel in 2007 op imploderen stond en dat alle aannames over hoe 'de markt' zou moeten werken niet opgingen.

Ondanks alle malheur die sinds 2008 is ontstaan is hij daarvoor nergens ter verantwoording geroepen. Heeft geen boetes gekregen, geen gevangenisstraf et cetera. Een gemiddelde bijstandsmoeder die een formuliertje vergeet in te vullen, rookt een veel zwaardere pijp.

En tot slot heeft Joris Luyendijk het over legale corruptie. Daarmee bedoelt hij dat hij nog steeds ziet dat politici na hun politieke carrière overstappen naar bedrijven en banken. Daar verdienen ze een veelvoud van hetgeen ze als parlementariër verdienden. Dat heeft niets te maken met hun kennis en kunde, maar alles met hun adresboek en de deuren die ze voor hun bazen zullen weten te openen.

Voorpagina FD, woensdag 24 januari 2018Enkele zinnen uit De zaak Organon
Veel economen hebben een onwankelbaar vertrouwen in het standaardmodel van competitieve markten. () Economen zijn, in de tweede plaats, meer geïnteresseerd in modellen dan in de economische werkelijkheid, meer in abstracte en formele constructies, los van tijd en plaats, dan in vragen naar het feitelijk functioneren van ondernemingen en markten. (pagina 11)

Bij moderne beursgenoteerde ondernemingen heeft de 'financialisering' de laatste twintig jaar toegeslaan. De farmaceutische industrie is daarvan een schoolvoorbeeld. Niet het farmaceutisch proces of het innovatieve gehalte van de plants staan centraal, maar de financiële processen, de beurs. Hoe houden we de activistische aandeelhouders tevreden, hoe kunnen we de beurskoers zodanig manipuleren dat iedereen denkt dat we het goed doen, hoe moeten we ons verdedigen tegen een overname door een concurrent of rijke financiers, welke overnames kunnen we zelf financieel trekken? Dat zijn de zaken waar we mee bezig zijn in de bestuurskamers. De essentie van het maken van een product, een pil, medicijnen, dat is iets voor de lagere goden in de onderneming. In dat spel is Schering-Plough overgenomen, waarmee Merck eigenaar werd van Organon, en is pas later ontdekt dat Schering-Plough daar veel te veel voor had betaald. Wat doe je dan? Vroeger zette je een efficiëntie- of R&D-traject in gang, maar voor de moderne activistische aandeelhouders duurt dat te lang. En daarom is de reactie nu: 'Weet je wat? De patenten van Organon hebben we via Schering-Plough in bezit. Dus die tent in Oss kunnen we nu wel sluiten. Wie is daar de baas? Is dat Piet? Bel of fax hem dat hij de tent sluit.' En in Oss krijgen ze dan vervolgens te horen dat de tent over drie maanden dicht moet zijn. (pagina 130)

Enkele zinnen uit Kunnen we praten
Generaliseren is altijd lastig, maar het meest opvallend aan de antwoorden van de Verbouwers was hun onwrikbare geloof in de heilzame werking van concurrentie en ‘de markt’.  Tegelijk ontbrak ieder geloof in de noodzaak van een echte toekomstvisie of utopie voor de samenleving. Sterker nog, de rechtse Verbouwers vonden dat hele idee van een gemeenschap niks. ‘De markt’ weet het eigenlijk altijd beter, zeiden ze, en dan citeerden ze de Amerikaanse oud-president Ronald Reagan: ‘De overheid is niet de oplossing voor uw problemen. De overheid is het probleem .’ Vaak volgde de opmerking van Reagans favoriete Europeaan, de Britse premier Thatcher: ‘Er bestaat niet zoiets als de samenleving. Er zijn slechts individuen en families.’

 Tegelijkertijd wisten de Verbouwers precies wat ‘de burger’ en ‘de gewone man’ van hun leiders willen: meer welvaart of economische groei. ‘It’s the economy, stupid’ zeiden ze de Amerikaanse president Bill Clinton na: alles draait uiteindelijk om de economie, sufferd. Ten slotte wisten ze ook nog eens zeker dat je die groei het beste krijgt door marktwerking en schaalvergroting.
  Vandaar dat al hun antwoorden op eigenlijk al hun vragen neerkwamen op ‘meer Europa’ en ‘meer markt.’ De toverwoorden zijn ‘stabiliteit’ en There Is No Alternative, TINA. Er Is Geen Alternatief, en wie dit toch beweert en een werkelijk andere politieke koers wil, is wat de Verbouwers betreft een ‘radicaal’ die doet aan ‘polarisatie’ en, jawel, populisme.

 Zo kwamen de Verbouwers ook op hun verklaring voor dat populisme: gewone mensen snappen niet wat goed voor hen is, of ze laten zich opjutten. Verbouwers hebben allerlei lijstjes paraat waaruit moest blijken hoe goed de ontevreden burgers het eigenlijk hebben - en hoe dom of verwend ze dus zijn. Sociaaldemocratische Verbouwers (in Engeland soms schamper zacht-links, ‘soft left’, genoemd) voegden daaraan toe dat de vruchten van hun systeem tegenwoordig oneerlijk verdeeld worden. De oplossing voor het populisme was dan om ‘verliezers van de globalisering’ wat meer geld te geven.

Hoe meer gesprekken ik voerde, hoe duidelijker me werd dat deze ideologie een land of continent niet ziet als een gemeenschap van burgers, maar veel meer als een soort arena of fabriek voor zo efficiënt mogelijke consumptie en productie. Voor Verbouwers gaat politiek in een democratie niet over wat voor land je wil en kan zijn, maar over het verder ‘uitrollen’ en managen van de marktwerking en schaalvergroting.

 Er is geen alternatief en bij verkiezingen kun je de kapitein veranderen, maar niet de koers van het schip. Daar gaat ‘de politiek’ namelijk niet over. (pagina 48-50)

(woensdag 24 januari 2018)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten