Dinsdagochtend voelde ik me een beetje slap. Inbeelding of echt? Genoeg reden om thuis te blijven. Sloot naadloos aan bij de kop van het Brabants Dagblad van die ochtend: Oproep Rutte aan Brabant: werk thuis.

Van werken kwam uiteindelijk niet veel terecht. Voelde me echt een beetje slap. Geen zin om veel te doen. Liever in een leunstoel hangen, met door de dag heen enkele dutjes. En de rest van de tijd?

Lezen, naar muziek luisteren. Niet toevallig ligt er thuis altijd voldoende leesstof. Kranten, (opinie)tijdschriften, boeken, artikelen waar ik via Twitter attent op wordt gemaakt.

Dinsdag en woensdag las ik zomaar zes boeken 'weg'. Bibliotheekboeken. Nieuwe boeken. Die ik wekelijks vanuit de bibliotheek mee naar huis sleep. Meestal om ze even door te bladeren, er een beeld van te krijgen. Om ze daarna weer terug te brengen. Als je dit ruim dertig jaar volhoudt, krijg je een redelijk beeld van wat Nederlandse uitgevers zoal uitbrengen. Dat wil zeggen: van de genres, onderwerpen en rubrieken waar ik 'iets' mee heb.

Tommy Wieringa. Totdat het voorbij is (De Bezige bij 2019, 63 pagina's)

Deze gelouwerde auteur bundelde drieëntwintig korte verhalen over zijn dochters. Van hun geboorte tot ze op het punt staan het huis uit te vliegen. Stukjes waarin iedereen die kinderen heeft wel iets in zal herkennen en - vermoed ik - ietwat weemoedig van zal worden. Het laatste verhaal (Hou je Steinbeck) eindigt als volgt:

Goed, dat is allemaal het terrein van de lach en de ontroering, even particulier als universeel. Daaruit volgt de weemoed. Een gevaarlijke gemoedsaandoening, die je in een droevig dier verandert. Met twee dochters schiepen mijn geliefde en ik twee handenvol tijd, die me onherroepelijk door de vingers glipt. Eergisteren werd de eerste geboren, nu is ze alweer bijna tien. Ik probeer de tijd te vangen in hardgekafte notitieboeken, voor elke dochter één, waarin ik de meest memorabele dingen opschrijf die ik met ze meemaak, maar wanneer ik erdoorheen blader is het of ik door het schimmenrijk van een alzheimerpatiënt dwaal. Het meeste ben ik allang weer vergeten. Overgroeid door nieuwe dagen, nieuwe dingen. Hoe hardnekkiger ik probeer het verleden te bewaren, hoe sterker de vergetelheid zich roert. Tegen het onherroepelijke kruien van de verloren tijd  stel ik in arren moede een andere tijd, de tijd die ik doelbewust met ze doorbreng en waarin ik mijn ongeduld probeer te bedwingen bij de soms langdradige verhalen en een honderdmaal mislukte handstand. Aandachtige toewijding aan het heden, als het bestuderen van verglijdende schaduwen in de tuin, totdat het voorbij is. (pagina 62)

Yannick Fritschy. De stam van het woord : over taalevolutie en de eerste taal ter wereld (New Scientist 2019, 119 pagina's)

Ik had gemist dat New Scientist, het maandblad dat sinds enige jaren zó heet (daarvoor Natuur & Techniek, u kunt het lezen in de bibliotheek) met een nieuwe boekenreeks was begonnen: Pocket science. Nou ja, gemist: ik had nog niet eerder een boekje uit deze reeks gelezen, of bewust mee naar huis genomen (sorry: geleend).  Dat kan, dat mag. Er is té veel aanbod.

Dit boekje blijkt de negende uit deze reeks te zijn. De opzet is helder: schrijf kort en krachtig op wat op een bepaald wetenschapsterrein speelt. De doelgroep zijn geïnteresseeerde burgers. Iedereen die een normale brede belangstelling heeft en regelmatig kranten en boeken leest kan dit boek volgen. De schrijver, Yannick Fritschy, studeerde natuurkunde, sterrenkunde en klassieke talen. Een prachtige combinatie! Geen wonder dat hij als redacteur werkzaam is voor New Scientist, en andere media.

In dit boekje wordt je bijgepraat over hoe door de eeuwen heen (beter: millennia) taal zich heeft ontwikkeld. Talen komen op, gaan in de loop van de tijd over in iets anders; en soms sterven ze uit. Ook gaat Fritschy in op het idee dat er aan het begin van alles één universele taal moet hebben bestaan (PIE - Proto-Indo-Europees), en waar en wanneer die dan zou hebben bestaan. Het antwoord is dat wetenschappers dit nog niet weten en het maar zeer de vraag is of ze dat ooit zullen weten te reconstrueren. In het boek gaat het continu over evolutie. En iedereen die pleit voor het behoud van 'onze' taal begrijpt niet dat dit vechten tegen de bierkaai moet zijn. Taal verandert altijd en overal.

Ik constateer helaas wel dat mijn collega collectioneurs zes van de negen uitgebrachte boekjes niet hebben aangeschaft voor de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Dat verklaart deels (ook) waarom ik deze reeks had gemist. 

Net zoals diersoorten niet alleen ontstaan maar ook verdwijnen, raken ook talen op een gegeven moment uitgestorven. Momenteel worden er wereldwijd zo'n 7000 verschillende talen gesproken. Maar doordat wereldtalen zoals Engels, Spaans en Arabisch steeds dominanter zijn, verdwijnen er tegenwoordig meer talen dan er nieuwe bijkomen. Ongeveer een vijfde van alle talen op de wereld is volgens database Ethnologue met uitsterven bedreigd. Volgens pessimistische schattingen is in 2100 maar lieft 90 procent van de huidige talen uitgestorven.
  Ook het Nederlands heeft niet het eeuwige leven. (pagina 57)

Éric-Emmanuel Schmitt. Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran (Uitgeverij Rainbow 2019, 95 pagina's)

Ik nam dit boekje mee naar huis vanwege het omslag, een prachtige tekening van een groenteman. Zag het liggen. Had nog nooit van de schrijver gehoord. En had ook niet in de gaten dat het een heruitgave was. En dat de uitgever (de) Rainbow was. De eigendomssticker (van de bieb) was over het typische logo geplakt! Rainbow kende ik natuurlijk wel. Deze uitgever (Maarten Muntinga) brengt al jaaaaaaaaaren goedkope herdrukken uit van  boeken die eerder (redelijk) succesvol waren. Voor een schappelijke prijs.

Dit kleinood kost €12,50 en werd al in 2003 in het Nederlandse taalgebied uitgebracht. In 2006 verscheen het ook als luisterboek (de oude Sinterklaas leest het voor). Ik constateer vandaag dat in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabanste Bibliotheken ook de Franse versie is opgenomen; én dat we van deze Frans-Belgische schrijver meerdere boeken in de collectie hebben opgenomen. Ik kende hem niet. Dat ligt aan mij. Ik ben meer op non-fictie gericht.

Maar het is geen straf om dit boek-je te lezen. Een verhaal waar je van de ene in de andere verbazing valt. De hoofdpersoon (Momo, een jongetje van twaalf) raakt bevriend met een Arabische kruidenier, die veel meer geheimen heeft als je op basis van je eigen vooroordelen moet toegeven. Het boek begint ijzersterk:

Toen ik elf was heb ik mijn varken kapotgeslagen en ben ik naar de hoeren gegaan. (pagina 7)

Hij slaat inderdaad zijn spaarvarken kapot en gaat met de tweehonderd francs die daar inzitten naar de hoeren. En dat lukt alleen omdat hij blijft beweren dat hij zestien jaar oud is. In een recensie kwam ik deze zin tegen: De tekst is van een tedere lichtheid, vol liefde en wijsheid. Met nog geen honderd bladzijden is deze kleine roman is een hymne aan de tolerantie.
Dat is een mooie samenvatting.

A.L. Snijders. Doelloos kijken : zkv's 2017-2018 (AFdH UItgevers 2019, 229 pagina's)

A.L. Snijders ken ik (natuurlijk) al jaren. Heb door de jaren heen verschillende Zeer Korte Verhalen van hem gelezen, maar nog nooit een hele bundel achter elkaar. Ik kom hem vooral tegen in de VPRO-gids. De 82 jaar oude A.L. Snijders wordt vaak neergezet als 'de uitvinder' van dit genre, het zkv. Of dat waar is kan, durf noch wil ik betwijfelen. Zeker is wel dat van hem nog nooit een bundel lange verhalen is verschenen. In de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken zitten veertien andere bundels.

Mijn vierde beroemdheid heb ik gisteren ontmoet, Jan Marijnissen, oprichter van de Socialistische Partij. Hij was aanwezig bij een kleine bijeenkomst over de toekomst van de Landkunst. We bevonden ons in de Herenkamer, waar Henriëtte Roland Holst met haar gasten bij het open vuur Oorlog en Vrede voorlas. Iedereen las beurtelings voor, het duurde weken voor het boek uit was. Later maakten we met ons kleine gezelschap nog in de regen een wandeling langs enige landkunst. Ik praatte nog wat met Jan Marijnissen, hij sloeg me zelfs een keer op mijn schouder. Vandaag herinner ik me een uitsrpraak van hem: 'Help, ik word vermoord en dat doet pijn.' Ik vond dat bij nader inzien zo vreemd dat ik nu toch vermoed dat ik het gedroomd heb.
  Die fascinatie voor roem is merkwaardig, omdat ik eigenlijk alleen geïnteresseerd ben in de anonieme mens, met z'n verdriet, tegenslag en eenzaamheid En helemaal de laatste jaren, nu duidelijk is dat het overweldigende succes van de mens tot zijn ondergang op aarde zal leiden. Nog twee generaties, schat ik, dan is het gebeurd. (pagina 203-204)

Loesje (is collectief pseud.). Zet je telefoon uit, de wereld heeft je nodig : jaaroverzicht 2019 (Lev 2019, 191 pagina's)

Loesje behoeft weinig toelichting. Bestaat sinds 1983 en brengt jaarlijks tientallen posters uit met opmerkelijke teksten, waarin bijna altijd een link gelegd wordt naar de alledaagse werkelijkheid. Loesje-'naren' zijn bijna altijd kritisch over wat zich zoal in onze contreien afspeelt. Ik vermoed - mits het al niet is gebeurd - dat wetenschappers met zeer verschilende achtergronden op Loesje-werk kunnen promoveren. Hieronder enkele quotes uit de editie van vorig jaar:

lerarentekort - ik vind ze anders erg lang van stof
lerarentekort - rutte denkt aan éénkindpolitiek
fvd - ik moet nog wel even uitzoeken bij welk complot ik precies betrokken ben
en toen riep de dictator in zijn eentje de werelvrede uit
het schijnt dat trump een rode knop heeft om zijn tweets te lanceren
vakantie - als ik even mijn ogen dichtdoe ben ik al heel ver geweest
over vijftig jaar willen we kunnen zeggen (:) vroeger was alles heter
sea-watch - de beste stuurlui brengen mensen veilig aan wal
puberen in de biblebelt - roken, biertjes meesmokkelen en je stiekem inenten in het fietsenhok
pseudowetenschap - ik heb me vast ingeënt tegen pseudokoorts
pensioenleeftijd verhoogd - zo hebben we meer tijd om de studieschuld af te lossen
klimaattop - zullen wij ondertussen een bos planten

# - Wetenschap : veel meer dan een mening (Stichting Biowetenschappen en Maatschappij 2019, 119 pagina's)

Dit boek sluit ongewild aan bij het boek-je van Yannick Fritschy. Vijftig jaar geleden werd de stichting Biowetenschappen en Maatschappij opgericht. Vanaf het begin was het doel de burger te informeren over ontwikkelingen in de biowetenschappen. Dat is een erg breed terrein. Al vanaf het begin verschenen zogenaamde cahiers. Toegankelijk geschreven publicaties, die geen uitgekristalliseerde kennis brengen maar die ook nadrukkelijk wegblijven van de hype. Met zulke cahiers begeeft de stichting zich in het oog van d eorkaan. Ze wil de samenleving informeren opdat mensen zelf kunnen meesturen op weg naar een zich nog steeds vernieuwende toekomst. (pagina 5)

Geen wonder dat deze stichting vorig jaar haar vijftigjarig jubiluem middels dit boek mocht vieren. Ze is domweg trouw gebeleven aan haar opdracht om het brede publiek te blijven informeren over nieuwe ontwikkelingen, die (en dat is de kern) impact zullen hebben op de maneir waarop we nu leven. En door dit te doen draagt ze bij aan het maatschappeiljk debat over de vraag of 'alles' wat door wetenschap en technologie wordt bedacht wel doorgevoerd moet worden.

Sinds het begin van de jaren tachtig heb ik tientallen cahiers 'voorbij' zien komen. Ze werden in de collectie opgenomen, werden geleend en het gros werd na verloop van de tijd ook weer afgeschreven. Momenteel zitten er nog achttien cahiers bio-wetenschappen en maatschappij in de collectie.

In deze jubileumbundel worden ongeveer twintig wetenschappers over hun 'domein' aan het woord gelaten. Waar staan we, waar zijn we mee bezig en wat staat 'ons' te wachten. Natuurlijk gaat het over het sleutelen aan het menselijk genoom, crispr-cas, klimaatopwarming, pandemieën, de sustainable development goals en het maken van nieuwe medicijnen.

Bekende en minder bekende Nederlandse wetenschappers vertellen over hun werk en drijfveren. De bekendste namen zijn Hans Clevers en - inmiddels - Jaap van Dissel. Clevers leidt het zogenaamde Hubrecht Instituut, waar fundamenteel onderzoek gedaan wordt op het gebied van stamcellen en het 'maken' van organen. Jaap van Dissel is pas sinds deze week beroemd en bekend geworden. Hij is directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). En veelvuldig aanwezig om ons bij te praten over het coronavirus. In hoofdstuk 4 (Terug van nooit weggeweest) zegt Van Dissel:

De globalisering heeft de wereld heel dicht bij elkaar gebracht. Iedereen kan daardoor binnen de incubatietijd van welke infectiezieken dan ook, gewoon weer bij zijn huisarts zitten die de nieuwe infectie helemaal niet (her)kent. Ook via handel en import van groenten en vlees uit landen waar men er andere hygiënenormen op nahoudt, kunnen nieuwe infectieziekten ons bereiken en uitbraken veroorzaken. 'Tja, het steekt allemaal nauw in elkaar, je kan er niet aan ontsnappen,' legt van Dissel bijna zich verontschuldigend uit. (pagina 48)

en iets verderop staat het kopje: Zijn we voorbereid op ziekte X? Daarover zegt Van Dissel:

De strijd tegen infectieziekten zal nooit eindigen. De vraag is meer: zijn we goed voorbereid op nieuwe infectieziekten die op ons afkomen, zoals van dieren afkomstige zoönosen. ()

Hoe we ons het beste op nieuwe infectieziekten kunnen voorbereiden, is nog in beraad. De ene stroming wil van alle relevante dieren alle virussen, bacteriën etc in kaart brengen, nagaan of deze een probleem kunnen vormen voor de mens, en ze op grond van die afweging bestrijden. 'Dan ben je heel pro-pro-proactief bezig. Maar dat is ook heel kostbaar, en de vraag is of dat op grond van de impact wel gerechtvaardigd is. De andere stroming wil wachten tot er iets gebeurt en dan proberen zo snel en adquaat mogelijk te reageren. Daartussen moeten we de gulden middenweg zien te vinden. (pagina 55)

IK vermoed dat Van Dissel naar de tweede aanpak neigt en achter de schermen, samen met collega wetenschappers, maximale druk aan het uit oefenen is om zo 'snel en adequaat' als mogelijk als samenleving te gaan reageren op wat - sinds gisteren - een pandemie genoemd wordt. Ik vermoed dat binnen enkele dagen zelfs openbare bibliotheken, samen met scholen, zullen worden stilgelegd.

Bas Heijne
Vanochtend stuurde ik Bas Heijne, de NRC-publicist, een mailtje.

Zijn geplande lezing op zondag 15 maart zal in Oss (in de Groene Engel) ook niet door gaan. Alle voorstellingen in De Lievekamp en Groene Engel zijn de komende dagen afgelast. In dat mailtje haalde ik enkele profetische zinnen aan uit een boek dat bijna twee jaar geleden verscheen:

Slide die we voor zijn lezing in de Groene Engel hadden gemaaktIk ontken niet dat er dringende mondiale gevaren zijn waar we iets aan moeten doen. Ik ben geen optimist die de wereld door een roze bril ziet. Ik word niet rustig door de ander kant op te kijken. De vijf problemen die mij het meest zorgen baren zijn: een wereldwijde pandemie, financiële ineenstorting, wereldoorlog, klimaatverandering en extreme armoede. Waarom ik me juist over deze vijf problemen het meest zorgen maak? Omdat de kans heel groot is dat ze zich voordoen: de eerste drie hebben zich al eerder voorgedaan en de twee andere zijn nu gaande (). Als we hier niets tegen doen, zal niets anders werken. Dit zijn megamoordenaars, die we moeten stoppen, als dat al kan, door er gezamenlijk, stap voor stap, tegen op te treden. (Uit: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt van Hans Rosling)

Lezen ... totdat het voorbij is?
Ik kan me vergissen, maar vermoed dat een dezer dagen een algehele lockdown in en voor heel Nederland, en wie weet: Europa, zal worden afgekondigd. Dan worden we allemaal gedwongen veel tijd thuis door te brengen. Een van de opties om de tijd te verdoen is vaker met een boekje in een hoekje te gaan zitten. Om contact met anderen, buiten de deur te vermijden.

Natuurlijk zijn er andere opties. Ik denk nu aan Netflix, gamen, een legpuzzel leggen (schijnt weer hip te zijn) of (nog meer) Facebook'en, maar lezen is wellicht nog niet zo verkeerd. Heeft u eindelijk tijd om die stapel ongelezen boeken weg te werken. Voorlopig zijn 'onze' bibliotheken nog open (u kunt nu nog komen lenen!), maar u hoeft niet per se langs te komen. Via bibliotheek.nl kunt u luisterboeken en ebooks 'lenen'. Stof om jarenlang onder te duiken.

Ik schreef bovenstaande regels op mijn werk. Vanochtend viel het wel mee met die flauwte van dinsdag en woensdag. Toevallig lagen er enkele nieuwe boeken die ik voor de zekerheid maar even heb geleend. Om thuis door te bladeren, en wie weet - mochten we echt een lockdown krijgen - ga ik ze ook helemaal lezen.

Hans van Maanen. Grote encyclopedie van misvattingen (Boom 2019, 318 pagina's)

Twee lemma's die Van Maanen op pagina 295 bespreekt: Bij rampen breekt paniek uit en Na rampen dreigen epidemieën. Beide misvattingen haalt hij op zijn manier onderuit, dan wel zet hij ze in een ander licht. Bij de tweede misvatting (Na rampen dreigen epidemieën) merkt hij op:

Epidemieën worden verspreid door overlevenden, niet door overledenen. Overheden die in het kader van de rampenbestrijding alle lijken zo snel mogelijk willen opruimen en cremeren, dragen vooral bij aan het leed van de nabestaanden. (pagina 295)

John O'Connell. Bowie's boekenkast : de 100 boeken die het leven van David Bowie veranderden (Uitgeverij Orlando 2020, 352 pagina's)

Dit boek is een feest der herkenning. Pakweg de helft van de titels kan ik plaatsen, dan wel heb ik ze ooit gelezen. En van de andere helft weet ik nu al dat het niet verkeerd is om kennis te nemen van die titels, en de beschrijvingen van John O'Connell.

In 1973 smeedde hij het doldrieste plan om het boek als musical te brengen, wat veranderde in een televisieprogramma. Orwells weduwe Sonja, eigenaresse van de rechten, wilde hiervan echter niets weten. Dat zat Bowie allerminst lekker, want hij zag zich nu opgescheept met een hele verzameling half voltooid materiaal waarvan hij niet wist wat hij ermee moest doen.
  Uiteindelijk gaf hij nummers als 'Big Brother', '1984' en 'We Are the Dead' een plek op Diamond Dogs, waarbij hij de nadruk zodanig had verlegd dat het project veel weg had van een door William S. Burroughs herschreven Oliver Twist. (uit hoofdstuk 28. George Orwell. 1984, pagina 120)

Lieve Goorden. De essentie van Arendt (ISVW 2019, 192 pagina's)

Hannah Arendt is 'in'. Vorig jaar schreef schrijfster/filosoof Joke Hermsen een pamflet over haar én Rosa Luxemburg. Bij de Internationale School Voor Wijsbegeerte verscheen een inleiding op haar leven en werk. Geschreven door Lieve Goorden, die eerder over de impact van techniek en wetenschap op ons leven schreef (De sprong in de techniek : nadenken over wat we doen, ISVW 2017).

Gisteren stond in Trouw een aankondiging van een ander boek over deze beroemde filosoof: Het menselijk kwaad : Hannah Arendt, Adolf Eichmann en het oordelen over het kwaad van Klaas Rozemond.

Enkele zinnen van Lieve Goorden die het optimistische karakter van Hannah Arendts wereldbeeld laten zien:

Borelingen, aldus Arendt, zijn nieuwkomers onder de mensen. Dankzij hun geboorte moeten ze nog aan alles beginnen en kunnen ze zorgen voor een nieuwe start. En omdat ieder nieuw mens uniek is, kan hij met iets verrassends uit de hoek komen, iets totaal onverwachts in petto houden. Waarna zijn initiatief en levenspad het verhaal van anderen zal doorkruisen en beïnvloeden. En zo onstaat de wereld - een cruciaal begrip bij Arendt - of een publiek domein, een gemeenschappelijk thuis. De wereld is alles wat mensen creëren en alles wat zich daarbij tussen mensen afspeelt. Bij onze geboorte gaan we die wereld binnen en betreden we dat publieke domein met de wens iets achter te laten dat bestendiger is dan ons eigen aardse leven. Het zijn zulke initiatieven die de wereld op zich duurzaam zullen maken en tot een gezamenlijk thuis voor mensen. (pagina 54)

Een prachtig beeld. Mensen kunnen de wereld positief veranderen door zich in die wereld te gaan mengen. Maar nu effe niet, de komende weken. Effe ietwat gas terugnemen. Thuis blijven. Positief bijdragen door eens een keer niets te doen. Wees deel van de oplossing. Lees ze! Totdat het voorbij is

(donderdag 12 maart 2020)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten