Rutger Bregman's Next idea: De meeste mensen deugen
Grappig dat Jaap van der Doelen van het Brabants Dagblad in zijn verslag van de lezing van Rutger Bregman er hetzelfde uitpikt als ikzelf.

Aan het einde van een mooie, inspirerende en warme avond in theater De Lievekamp had hij het tijdens het beantwoorden van een vraag over een possibilist.

Jaap van der Doelen formuleerde het zo:

Na een boeiende, maar flink uitgelopen lezing neemt Bregman toch nog de tijd om vragen uit de zaal te beantwoorden. Hoe hij de toekomst ziet, en hoe een enkele zaal in Oss de wereld veranderen kan?
De schrijver noemt zich possibilist: of de toekomst ten goede of ten kwade verandert weet niemand, maar de mogelijkheid aangrijpen om goed te doen, kunnen we allemaal. “Ik kijk uit naar alle mailtjes van iedereen hier die zijn baan heeft opgezegd”.

Die laatste zin, het slot van zijn recensie behoeft toelichting. In zijn boek zoomt Rutger Bregman, na betoogd te hebben dat de meeste mensen deugen, in op drie sectoren. De zorg, het onderwijs en onze democratie. Ook tijdens zijn lezing ging hij daar op in.

Had het over werknemers die weten dat ze feitelijk gemist kunnen worden: Bullshit jobs. Dank, David Graeber. Ze lopen met hun (ogenschijnlijk) belangrijk ‘gedoe’ andere mensen vaak hinderlijk voor de voeten. Managers scoren wat dat betreft erg hoog. Vaak deugen de mensen die ze aansturen en zijn zij voor hen sta-in-de-wegs.

Possibilist - ‘De mogelijkheid aangrijpen om goed te doen, kunnen we allemaal’.
Voilá, de deugende mens.

In De meeste mensen deugen : een nieuwe geschiedenis van de mens bezigt Bregman het woord possibilist slechts één keer, op pagina 378. Daar zegt hij:

Het is een harde, nog onbesliste strijd. Er zijn optimisten die bezweren dat de hele wereld één grote hippiecommune wordt. Postkapitalisme noemen ze dat, misschien omdat het c-woord nog altijd verboden is. Aan de andere kant heb je pessimisten die geloven dat de ongelijkheid nog verder zal toenemen en nog veel meer commons worden opgeslokt door Silicon Valley en Wall Street.
Wie krijgt er gelijk? Er is niemand die het echt weet. Maar ik denk dat we het meeste hebben aan het levenswerk van Elinor Ostrom, die geen optimist was, en ook geen pessimist. Zij was een possibilist. Ze geloofde dat het anders kan. Niet omdat ze aanhanger was van een abstracte theorie, maar omdat ze het met eigen ogen had gezien.

Een lang citaat. Exemplarisch voor zijn boek en de manier waarop hij diverse brokken informatie aan elkaar weet te plakken en er toch een zeer leesbaar geheel van weet te maken. Met een nieuw verhaal komt. Een verhaal dat aan de basis van veranderingen staat.

Markt, staat en ....
Rutger Bregman heeft het in bovenstaand citaat in wezen over een van dé grote vragen van onze tijd: wie heeft het in een samenleving voor het zeggen?

Ogenschijnlijk draait het om de balans tussen ‘markt’ en ‘staat’, maar steeds duidelijker wordt de laatste jaren dat er nog twee andere ‘machten’ of ‘krachten’ zijn die hun plaats opeisen.

Aan de ene kant ‘the commons’, ons gemeengoed dat noch van ‘de markt’, noch ‘de overheid’ is. Denk aan coöperaties, broodfondsen, stichtingen zonder winstoogmerk et cetera.

Instanties, instellingen, organisaties en bedrijven in het publieke domein die vooral opkomen voor het belang van een gemeenschap; en serieus rekening houden met werknemers, de omgeving en de toekomst.

Voor wie draaien die 'krengen'?
Afgelopen zondag zat er in de tweede aflevering van dit seizoen van Tegenlicht een prima illustratie van dit punt. In Plattelandspioniers merkte op zeker moment iemand op dat windmolens in wezen op twee manieren geëxploiteerd kunnen worden.Door een lokale coöperatie of door een groot bedrijf.

Bij de eerste vorm vloeien de revenuen naar de coöperatie; zeg de mensen uit de buurt die dagelijks naar die draaiende krengen moeten kijken.

Het alternatief is dat mensen in een bepaalde omgeving ook dagelijks naar die molens moeten kijken, maar dat alle revenuen voor de aandeelhouders zijn (die anoniem én ver weg wonen) en enkele boeren, op wiens land de molens worden geplaatst.

In Nederland wordt massaal geopteerd voor de tweede optie, waardoor het verzet tegen plaatsing groot blijft. Het is (politieke) onwil om binnen sommige sectoren ‘de macht’ te verleggen van ‘de markt’ of ‘de staat’ naar de gemeenschap.

De vierde instantie die vaak over het hoofd wordt gezien is het gezin, waar mensen gratis van alles voor elkaar doen. En daardoor een samenleving gaande houden.

Postkapitalisme en het c-woord
Het woord postkapitalisme verwijst naar twee boeken van een Engelse journalist, Paul Mason. Die betoogt daarin dat ons huidige kapitalistische systeem niet meer optimaal voor iedereen functioneert en veel schadelijke ‘dingen’ veroorzaakt. Volgens Mason en andere criticasters zou er een doorstart moeten komen om aan de ene kant dat systeem te ‘redden’ en er tegelijkertijd voor zorgt dat iedereen van de vruchten kan meegenieten.

De Engelse editie van Gratis geld voor iedereenDeze zin sluit ook aan bij de gedachten die Rutger inmiddels over het basisinkomen heeft. Het centrale idee uit zijn derde boek (Gratis geld voor iedereen : en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen).

Voortschrijdend inzicht
Hij heeft het idee van het basisinkomen op een bepaalde manier losgelaten en ingeruild voor het basisdividend. Een dividend dat aan iedereen in een bepaalde gemeenschap (zeg: land) wordt uitgekeerd. Een dividend dat jaar na jaar door ons allen wordt gecreëerd.

Hij mengt zich daarmee in een discussie die de komende jaren gevoerd zal (moeten) worden. De kern daarvan is dat we als samenleving wellicht af moeten stappen van het idee dat mensen die een (groot) vermogen bezitten daar recht op hebben en daarom ook recht hebben op de revenuen die met dat kapitaal worden gerealiseerd.

Het nieuwe (nog lang niet vertaalde), dikke boek van de Franse econoom Thomas Piketty (Capital et Idéologie) gaat juist daar over; en zal daarmee veel opzien en tegenstand baren.

De Engelse filosoof en documentairemaker Raoul Martinez schreef er twee jaar geleden een dik, en waarschijnlijk voor velen verontrustend boek over: Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst.

Die twee boeken van Paul Mason zijn: Postkapitalisme : een gids voor de toekomst (uit 2016) en Een stralende toekomst : een radicaal pleidooi voor menselijkheid (uit 2019).

Het verboden c-woord slaat natuurlijk op communisme, dat inderdaad besmet is sinds het in elkaar zijgen van de Sovjet-Unie, ‘het einde van de geschiedenis’ en de ‘overwinning’ van het (neo)liberale systeem.

Elinor OstromCommons en Elinor Ostrom
Elinor Ostrom is een econoom die over de hele wereld onderzoek heeft gedaan naar vormen van commons.

Haar onderzoek toont aan dat commons meestal goed werken en in tegenstelling tot wat veel collega-economen denken weer veel belangrijker zouden moeten worden. Terug naar lang geleden, toen veel gemeenschappen gezamenlijk dingen zelf regelden. Ze hadden daarvoor geen landheer, bisschop of CEO nodig.

Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom zag dat dit vroeger mogelijk was, én - wellicht een verrassing voor velen, en zeker beleidsmakers - ook vandaag de dag nog.

Possibilist
In onze complexe samenleving acteren wat Rutger Bregman betreft mensen die (meestal) deugen. Mensen die genegen zijn er het beste van te maken.

In een wereld waarin dat niet meevalt, want er werken allerlei krachten op ons in. Externe krachten die ons dwingen, dan wel verleiden ‘verkeerde’ dingen te doen. En interne, ‘dierlijke’ krachten die eenzelfde ‘negatieve’ invloed uitoefenen. Rutger schaart zich aan de zijde van de optimistische mensen die van het goede in de mens uitgaan, én die geloven dat we in staat zijn onze grote problemen te gaan oplossen.

Maar, maar …. hij is niet naïef. Hij weet dat ‘de mens’ - beter: elk mens - het in zich heeft om af en toe ‘de fout’ in te gaan. En weet ook dat de mensheid regelmatig verkeerde keuzes maakt. Maar im grossen und ganzen gelooft hij in het beste. Hij is een possibilist.

Hans Rosling
Hij geeft in zijn boek niet expliciet aan dat hij dit woord heeft geleend. Wel impliciet.

Al in hoofdstuk 12 (De vergissing van de Verlichting) betoogt hij op pagina 301 dat de wereld de laatste tweehonderd jaar, en vooral de laatste vijftig, stukken beter is geworden.

Steeds meer wereldburgers leven langer, gezonder, hebben meer inkomen, kunnen langer naar school et cetera. En die trend is - hoe verrassend, voor velen - ook steeds vaker bespeurbaar én aanwijsbaar in wat we tot voor kort (arme, en zielige) derdewereldlanden noemden.

Aan het eind van die paragraaf verwijst Rutger (via een noot) naar Hans Rosling. Op pagina 506 licht hij die noot (7) toe:

Mocht je dit niet geloven, zie dan voor een spoedcursus: Hans Rosling, Factfullness. Ten Reasons We’re Wrong About the World - And Why Things Are Better Than You Think, Flatiron Books (2018).

Feitenkennis en possibilist
Dat boek is natuurlijk vertaald, kwam bij Spectrum uit onder de titel: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt. En is wat mij betreft een van de belangrijkste boeken die de laatste jaren is verschenen.

Deze Hans Rosling, een Zweedse arts die heel veel data over alle landen heeft verzameld, verlost je van een verkeerd beeld dat je over ‘de staat van de wereld’ hebt. Middels een quiz kom je er in het begin van het boek al snel achter dat je - ondanks het feit dat je denkt redelijk geïnformeerd te zijn - een verkeerd beeld hebt over hoe de wereld er voor staat. De kern daarvan is dat het in bijna alle landen op de wereld steeds beter gaat. Ook in derde wereldlanden. Maar dat is de gemakkelijke kant van dit boek.

Vervelender is dat Rosling in tien hoofdstukken evenzovele neigingen van ‘de mens’ aanstipt die verhinderen dat we bijvoorbeeld dit soort informatie tot ons willen laten doordringen. En verhindert dat we als mens altijd het goede doen.

Homo puppy
Rosling behoort tot een almaar groeiend koor wetenschappers - én Rutger Bregman doet daar in zijn boek 'verslag' van! - die aantonen dat de mens helemaal geen rationeel wezen is dat altijd voor zijn of haar eigen belang opkomt.

We zijn geen Homo economicus, zoals veel economen, beleidsmakers, politici en CEO’s denken. Integendeel, we zijn primaten die met onze instincten er het beste van proberen te maken.

Rutger komt met een ander woord aanzetten om ons als mens te kenschetsen: Homo puppy. Volgens hem deugen de meeste mensen. Willen er het beste van maken. Doen af en stomme dingen, waar we ons later (soms) voor schamen. Maar mensen zijn wel bijna per definitie op anderen gericht. Dat 'het' niet altijd lukt, heeft deels met die tien neigingen te maken die Hans Rosling uitvoerig en zeer leesbaar beschrijft.

Not in control!!!
Feitelijk
is Feitenkennis van Hans Rosling een spoedcursus mediawijsheid én leer-je-zelf-kennen-boek.

Het vervelende is alleen dat het per definitie onmogelijk is om die tien neigingen altijd te bedwingen én de wereld met een koele, rationele blik tegemoet te treden.

We zijn domweg not in control! Gelukkig maar, de sjeu van het leven is dat mensen vaak domme, impulsieve dingen doen.

We zijn als Homo puppy weliswaar geneigd het goede te doen ("we deugen!"meestal), maar door ons speelse karakter lukt dat niet altijd.

Johan Huizinga, een collega van Rutger, schreef er al in 1938 over. De mens is volgens hem een Homo ludens, een spelende mens. Of - om binnen de beeldspraak van Rutger Bregman te blijven - een speelse mens.

Homo, Homo, Homo
In de aanloop naar de lezing van Rutger Bregman viel me deze zomer een trend op. Er verschijnen heel veel boeken waarin de auteurs spelen met dat homo-fenomeen.

Al in 2016 verscheen Homo Deus van Yuval Noah Harari. Hij betoogt dat de mens het in zich heeft de komende decennia uit te groeien tot een wezen die als een god zou kunnen gaan leven. Of niet, en dan verworden we tot slaven van slimme, zelflerende systemen.

Van Klaas van Egmond verscheen dit voorjaar Homo universalis : moreel kompas voor een nieuwe Europese Renaissance, waarin deze hoogleraar betoogt dat we wellicht terug moeten grijpen op waarden die tijdens de Renaissance opkwamen.

Heeft het over de Homo cooperans
Homo cooperans
Hoogleraar politieke filosofie Govert Buijs heeft het in zijn dit voorjaar verschenen Waarom werken we zo hard? : op weg naar een economie van de vreugde over de Homo cooperans.

De mens is geneigd om met anderen samen te werken. Is een groepsdier. Een mensbeeld dat haaks staat op hoe veel bestuurders en beleidsmakers de mens zien, nl. als een Homo economicus.

Rutger Bregman bezigt Homo cooperans op pagina 378:

Ook zien we de opkomst van het platformkapitalisme waarbij bedrijven als Airbnb en Facebook de welvaart van de homo cooperans weten af te romen. De deeleconomie is maar al te vaak een steeleconomie.

Homo dignus
Maar vooral door het lezen van De onvolkomenheid van de mens & het streven naar perfectie viel het kwartje.

In dit boek staat een tabel met daarin vijfenvijftig voorbeelden van homo’s. Van Homo absconditus (de ondoorgrondelijke) tot Homo viator (de godvrezende). Na wat googlen ontdekte ik nog veertig andere varianten (op Wikipedia). Dat leidde tot een lijst van ruim tachtig homo’s. Klik hier voor een pdf.

Hier wordt Homo dignus voorgesteldDe vijf auteurs komen met een nieuw mensbeeld aanzetten, the best of both worlds, althans volgens hen: Homo dignus.

De waardige, (zich) bescheiden (opstellende) mens. Die verenigt drie andere mensbeelden in zich: Homo economicus, Homo biologicus en Homo sociologicus.

Mensbeelden bij de vleet
De meeste mensen deugen (of DMMD) van Rutger Bregman gaat in de kern over mensbeelden.

Welk mensbeeld hebben we over ons zelf én welk mensbeeld zou om allerlei redenen meer dan andere op een voetstuk moeten worden geplaatst?

Zeker is dat alle mensen alle tachtig mensbeelden als het ware in zichzelf meedragen. Ook ik.

We gedragen ons allemaal af en toe als een Homo ludens (de spelende mens van Huizinga), Homo avarus (de hebzuchtige), Homo demens (de krankzinnige), Homo educandus (de leergierige) of Homo ignorans (de onwetende).

Maar we kunnen allemaal ook af en toe iets of iemand bewonderen (Homo adorans), samenwerken (Homo cooperativus), leren (Homo discens), zelfs leergierig zijn (Homo educandus) of ons wijs gedragen (Homo sapiens).

Niemand is natuurlijk nooit iemand voor honderd procent gierig of onwetend. Hoedt u voor mensen die beweren dat ze nooit liegen (Homo mendax) of niet godzoekend zijn (Homo viator). Zelfs atheïsten zijn godzoekend; het wil alleen zeggen dat ze geloven dat er geen god is.

Homo sapiens, de wijze mens?
Homo sapiens is de wetenschappelijke naam die op onze soort is geplakt.

We zijn een van de vele menssoorten. Die allemaal zijn uitgestorven, behalve wij. Homo denisova, Homo floresensius en Homo neanderthalensis, allemaal uitgestorven.

Wij - Homo sapiens, of de Homo puppy's - hebben 'gewonnen'. Zijn er dankzij onze unieke eigenschappen in geslaagd door de millennia heen te overleven.

Samenwerking en aardig zijn voor elkaar heeft ons ver gebracht. Niet dommekracht en opkomen voor jezelf. Tóch is er een probleem met dat woord: Homo sapiens. In een Latijns woordenboek wordt sapiens als volgt omschreven

1. wijs, verstandig, intelligent, voorzichtig, vol inzicht
2. met goed inzicht, die weet
3. wijs, goed, uitstekend

Homo SUVius?Homo SUVius
Ik denk dat onze soortnaam ons te veel eer aandoet. Zijn we inderdaad die wijze mens. Zouden we niet ietwat deemoedig moeten (gaan) toegeven dat we vaak niet wijs, voorzichtig, verstandig, ja zelfs wijs handelen.

Vaak doen we maar wat. Aan de andere kant: met onze ingebakken neiging om aardig voor anderen te zijn, om samen te werken, komen we een heel eind.

Ik vermoed dat Rutger Bregman’s Homo puppy de benaming Homo sapiens niet zal gaan overvleugelen. Ik meen wel zeer serieus dat de komende jaren veel gesproken zal worden over welke menssoort(en) meer gepropageerd moet(en) worden. Ten koste van menssoorten die té veel negatiefs brengen.

Oók voorzie ik dat er de komende jaren veel varianten bedacht zullen worden voor onszelf. Sinds dit idee in mijn hoofd zit poppen af en toe varianten op, bijvoorbeeld

Homo touristicus
Homo SUVius
Homo zzp’erius

Vaak worden Latijnse woorden aan Homo toegevoegd, of woorden die Latijns aandoen.
Sinds de lezing van Rutger Bregman en het verslag van Jaap van der Doelen voeg ik er een nieuwe aan toe:

Homo possibilist

PS - een reset
Tijdens het schrijven van dit stuk-je kwam een tweet van Tom Kniesmeijer voorbij.

Een trendpscyholoog die ik de laatste jaren meerdere keren in onze regio een podium heb geboden. Hij is de initiator van de TrendRede en adviseert bedrijven, organisaties en instellingen hoe om te gaan met alle veranderingen die op ons af (moeten) komen. Hij is als Rutger Bregman een optimistisch ingesteld iemand, beter: ook een possibilist.

Vanochtend maakte hij zijn volgers via Twitter attent op een editorial van de hoofdredacteur van The Financial Times. Waarin deze Lionel Barber heel opmerkelijk beweert dat het kapitalistische systeem op sterven na dood is, en er een reset moet plaatsvinden.

Zie onderaan dit artikel voor deze editorial.

It is necessary to reform in order to preserve.
Today, the world has reached that moment.
Its time for a reset.

Om te behouden is het noodzakelijk om te hervormen.
Vandaag heeft de wereld dat moment bereikt.
Het is tijd voor een reset.

Lijkt (natuurlijk) ook op die fameuze quote uit De tijgerkat van de Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa: Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft.

PS - Joris Luyendijk - Op de rand van de nieuwe tijd
Die statement sluit bijna naadloos aan bij het boek van Rutger Bregman én bij een nog te verschijnen boek van Joris Luyendijk: Op de rand van de nieuwe tijd : over macht, complotdenken en de grenzen van de vrije markt.

Dat boek bevat volgens de aankondiging een briefwisseling (hoe ouderwets!) tussen hem en oud-werkgeversvoorzitter Kees van Lede. Beiden maken zich zorgen over de staat van het kapitalistische systeem.

Ongetwijfeld halen beide heren er nog veel meer zaken bij, maar ik vermoed dat het aansluit bij de oproep van Lionel Barber, de editor van dé krant voor globaal opererende ondernemers.

Het toeval wil dat Rutger Bregman in het begin van dit jaar op dat bolwerk een spreekwoordelijke bom wierp toen hij in Davos pleitte voor taxes, taxes, taxes. Te betalen door die grote bedrijven, die er een potje van maken en Lionel Barber tot het inzicht hebben gebracht dat het anders moet. Next capitalism?

Zeker is dat Joris Luyendijk op maandag 30 maart 2020 in De Lievekamp aantreedt. Ruim een half jaar na Rutger Bregman. Wellicht is er tegen die tijd al iets positiefs veranderd.

Anything's possible, nietwaar Homo possibilist!

 

Andere artikelen die hier (deels) bij aanluiten
Ombudsman - Gemeenten die verantwoordelijk worden voor sociale zekerheid en jeugdzorg dat is een 'onbezonnen' ontwikkeling. (maart 2013)
Rutger Bregman's Next idea: De meeste mensen deugen (februari 2019)
Onzinbanen en Walk&Talk (maart 2019)
Autoriteit? We zullen het zelf moeten doen. (januari 2016)
Empathie: Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie (augustus 2017)
Possibilist Hans Rosling: we moeten ook nieuwsgierig blijven en alert op nieuwe gevaren, zodat we daarop een antwoord hebben. (mei 2018)
Homo Deus - de mens zal in zijn jacht naar gezondheid, geluk en macht steeds een van zijn eigenschappen veranderen, en dan nog een, net zolang tot hij niet meer menselijk te noemen is. (maart 2017)
De ecologische, maatschappelijke en technologische stroomversnelling ... dwingt ons om uit onze Bourgondische comfortzone te stappen. (april 2019)
Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019)
Homo sapiens, Homo economicus, Homo dignus (september 2019)
Delpher en Homo puppy (september 2019)
Joris Luyendijk - Op de rand van een nieuwe tijd (september 2019)

(woensdag 18 september 2019)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten