Een omstreden, actueel boek
Onlangs verscheen De onbewoonbare aarde van historicus en schrijver David Wallace-Wells. Een omstreden boek. Een boek waar je niet vrolijk van wordt.

Het is echter bepaald niet voor het eerst dat een boek verschijnt waarin de mensheid wordt voorgehouden dat onze manier van leven drastisch aangepast zal moeten worden. Veranderen om te voorkomen dat zaken uit de hand lopen en voor mens en omgeving verkeerd uitpakken. We staan op een tweesprong: doorgaan of aanpassen.

Oude, omtreden boeken
Het toeval wil dat ik onlangs door een verbouwing thuis verschillende oude boeken tegenkwam. Boeken die ooit ook opgenomen waren in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Vier titels zijn in de loop van de tijd afgeschreven; dat was vanwege veroudering (vies, smerig, kapot), dan wel omdat er op zeker moment geen vraag meer naar was.

Twaalf boeken + nog eentje
Hieronder worden zes boeken gepresenteerd. Een knipoog naar het vijfde boek, uit 2007/2008: Zes graden. De reeks eindigt natuurlijk met De onbewoonbare aarde. Daarna volgen zes relatief recente boeken, waarin de auteurs zich redelijk optimistisch opstellen. De 'waarheid' zit misschien in het laatste boek dat hier als 'toetje' wordt genoemd.

 

1   There was once a town in the heart of America where all life seemed to live in harmony with its surroundings.  / Er was eens een stadje in het midden van Amerika dat in harmonie met haar omgeving scheen te leven.   1962

 

Met bovenstaande regels begint dit klassieke boek. Eevn verderop verstoort ze de idylle.

There was a strange stillness.
The birds, for example - where had they gone ? Many people spoke of them, puzzled and disturbed. The feeding stations in the backyards were deserted. The few birds seen anywhere were moribund; they trembled violently and could not fly. It was a spring without voices. On the mornings that had once throbbed with the dawn chorus of robins, catbirds , doves, jays, wrens, and scores of other bird voices there was now no sound; only silence lay over the fields and woods and marsh.

On the farms the hens brooded, but no chicks hatched. The farmers complained that they were unable to raise any pigs - the litters were small and the young survived only a few days . The apple trees were coming into bloom but no bees droned among the blossoms, so there was no pollination and there would be no fruit. The roadsides, once so attractive, were now lined with browned and withered vegetation as though swept by fire. These, too, were silent, deserted by all living things. Even the streams were now lifeless. Anglers no longer visited them, for all the fish had died.

In the gutters under the eaves and between the shingles of the roofs, a white granular powder still showed a few patches; some weeks before it had fallen like snow upon the roofs and the lawns, the fields and streams. No witchcraft, no enemy action had silenced the rebirth of new life in this stricken world. The people had done it themselves.

...This town does not actually exist, but it might easily have a thousand counterparts in America or elsewhere in the world. I know of no community that has experienced all the misfortunes I describe. Yet every one of these disasters has actually happened somewhere, and many real communities have already suffered a substantial number of them. A grim specter has crept upon us almost unnoticed, and this imagined tragedy may easily become a stark reality we all shall know. What has already silenced the voices of spring in countless towns in America? This book is an attempt to explain.

Er was een vreemde stilte.
De vogels bijvoorbeeld - waar waren ze gebleven? Veel mensen spraken erover, verbaasd en verontrust. De voerstations in de achtertuinen waren verlaten. De weinige vogels die gezien werden waren stervend; zij beefden hevig en konden niet vliegen. Het was een lente zonder stemmen. Ochtenden die eens vol waren met het ochtendkoor van roodborstjes, katachtigen, duiven, Vlaamse gaaien, winterkoninkjes en tientallen andere vogelstemmen. Nu was er  geen geluid; alleen stilte lag over de velden, de bossen en het moeras.

Op de boerderijen broedden de kippen, maar er kwamen geen kuikens uit. De boeren klaagden dat ze geen varkens konden opvoeden - de nesten waren klein en de jongen overleefden slechts een paar dagen. De appelbomen kwamen in bloei maar geen bijen drongen tussen de bloesems, dus er was geen bestuiving en er zouden geen vruchten zijn. De bermen, eens zo aantrekkelijk, waren nu bekleed met bruine en verwelkte vegetatie alsof ze door vuur waren aangetast. Ook deze waren stil; alle levende wezens weg. Zelfs de beken waren nu levenloos. Vissers kwamen er niet meer, want alle vissen waren dood.

In de goten onder de dakrand en tussen de dakspanen van de daken, toonde een wit korrelig poeder nog een paar vlekken; enkele weken daarvoor was het als sneeuw gevallen op de daken en de grasvelden, de velden en beekjes. Geen hekserij, geen vijandelijke actie had de wedergeboorte van nieuw leven in deze getroffen wereld tot zwijgen gebracht. De mensen hadden het zelf gedaan.

... Deze stad bestaat niet echt, maar het kan gemakkelijk duizend tegenhangers hebben in Amerika of elders in de wereld. Ik ken geen gemeenschap die alle tegenslagen heeft meegemaakt die ik beschrijf. Maar toch is elk van deze rampen eigenlijk ergens gebeurd, en veel echte gemeenschappen hebben er al een groot aantal meegemaakt. Een grimmig spook is bijna onopgemerkt over ons geslopen, en deze verbeelde tragedie kan gemakkelijk een grimmige realiteit worden die we allemaal zullen kennen. Wat heeft de stemmen van de lente in talloze steden in Amerika al tot zwijgen gebracht? Dit boek is een poging uit te leggen.

En iets verderop volgt een soort conclusie:

The Other Road
We stand now where two roads diverge. But unlike the roads in Robert Frost’s familiar poem, they are not equally fair. The road we have long been traveling is deceptively easy, a smooth superhighway on which we progress with great speed, but at its end lies disaster. The other fork of the road - the one ‘less traveled by’ - offers our last, our only chance to reach a destination that assures the preservation of our earth. The choice, after all, is ours to make.

De andere weg
Wij staan nu waar twee wegen uiteenlopen. Maar in tegenstelling tot de wegen in het bekende gedicht van Robert Frost zijn ze niet even eerlijk. De weg die we al lang hebben gereisd is bedrieglijk eenvoudig, een soepele snelweg waarop we met grote snelheid doorgaan, maar aan het einde ervan ligt een ramp. De andere splitsing van de weg - degene die 'minder gebruikt wordt' - biedt onze laatste, onze enige kans om een ​​bestemming te bereiken die het behoud van onze aarde verzekert. Het is aan ons een keuze te maken.

Rachel Carson. Silent spring (Crest book 1962) Klik hier voor de pdf-versie. Het boek verscheen in Nederland in 1964 bij Uitgeverij H.W.J Becht: Dode lente. En kan via het InterBibliothecair Leenverkeer geleend worden.

 

2   De vijf elementen welke de basis vormen voor de hier gepresenteerde studie - bevolking, voedselproduktie, industrialisatie, vervuiling en het gebruik van niet vervangbare natuurlijke hulpbronnen - nemen alle toe.   1972

 

Met bovenstaande regel begint op pagina 27 het eerste hoofdstuk van (het) Rapport van de Club van Rome : de grenzen aan de groei. In dat hoofdstuk wordt uitgelegd wat exponentiële groei is.

In dit boek gaat het evenals in het boek van Rachel Carson amper over CO2 (koolstofdioxide). Carson legt de nadruk op bestrijdingsmiddelen (als DDT) die funest uitpakken op de omgeving en op termijn zullen leiden tot het massaal uitsterven van vogels en dieren.

In Grenzen aan de groei gaat het meer over het steeds grotere beslag dat 'de mens' op de aarde legt. Té veel CO2 uitstoten is één van de vele factoren die daar aan bijdragen, maar is hier veel minder prominent aanwezig. Toch staat er in het tweede hoofdstuk (De grenzen aan de exponentiële groei) een tabel die akelig accuraat is (gebleken). Voorspeld werd dat zonder ingrijpen jaar na jaar het CO2-gehalte in de atmosfeer zou toenemen.

Vandaag werd het (gemiddelde) cijfer voor de maand april 2019 bekend gemaakt. Het is nu 413 dpm (deeltjes per miljoen). In 1972 was het ongeveer 317 dpm.

 

Fig. 15. Concentratie van kooldioxide in de atmosfeer.
De atmosferische concentratie CO2, zoals deze sedert 1958 te Maunu Loa op Hawaii werd gemeten, is steeds toegenomen. Thans bedraagt de gemiddelde toename ongeveer 1 ½ deeltje per miljoen (dpm) per jaar. Berekeningen, waarbij rekening is gehouden met de uitwisseling van de CO2 tussen de atmosfeer, de biosfeer en de oceanen, voorspellen dat de CO-2-concentratie tegen het jaar 2000 380 dpm zal bedragen. Een toename van de waarschijnlijke waarde in 1860 met 30%. De bron voor deze exponentiële toename in het atmosferische CO2 is de toename van verbranding van fossiele brandstoffen door de mens. (Bron: Lesier Machta. The Role of the Oceans and Biosphere in the Carbon Dioxide Cycle, Paper presented at Nobel Symposium 20 ‘The Changing Chemistry of The Oceans’, Göteborg, Zweden, august 1971.)

Rapport van de Club van Rome : de grenzen aan de groei (Aula 1972), pagina 70

In de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken ontbreekt (het) Rapport van de Club van Rome : de grenzen aan de groei. Het kan wel geleend worden via het InterBibliothecair Leenverkeer. Klik hier om te reserveren. De Engelse versie (The limits to growth) kan als pdf gedownload worden. De bewuste tabel staat daar op pagina 72.

 

3  “Men kan geen krant opslaan zonder ergens het woord ‘milieu’ of ‘leefbaarheid’ tegen te komen. Nederland maakt zich zorgen over de toekomst en centraal staan daarbij het intussen magische begrip ‘milieuhygiëne’. Deze belangstelling voor alles wat met de gezondheid van het milieu te maken heeft is echter nog niet zo erg oud; een jaar of tien geleden kenden de meeste mensen het begrip ‘milieuhygiëne’ nog helemaal niet.”   1989

 

Zo begint het eerste hoofdstuk (De waagschaal); geschreven door samensteller (en de laterere uitgever) Maurits Groen. In deze door de SDU uitgebrachte bundel komen uiteenlopende deskundigen aan het woord. Verscheen in 1989. De nadruk ligt hier op vervuiling en hoe daaraan iets te doen. Ook hier is CO2 niet prominent aanwezig.

Het voorwoord is van de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Zijn naam: Ed Nijpels; die momenteel voorzitter is van het Klimaatberaad. Op pagina 175-176 staat onderstaande paragraaf:

Vermindering uitstoot
Om het broeikaseffect - waaraan Nederland wereldwijd gezien één procent bijdraagt - te voorkomen, moet de CO2-produktie volgens het rapport “belangrijk worden verminderd”. Hoeveel de CO2-uitstoot omlaag moet, is nog niet duidelijk, maar voor de elektriciteitsproduktie wordt al gesproken over zo’n negentig procent. Voor een deel zou die vermindering kunnen worden bereikt door het CO2 te wijderen uit de afvalgassen van de centrales, al is dat zeer kostbaar. De elektriciteitsprijs zou er bijvoorbeeld door verdubbelen. Daarnaast pleit het rapport voor een drastische energiebsparing.

Opmerking: Er wordt verwezen naar het rapport ‘Zorgen voor morgen’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) uit 1988

 

4   De periode van twintig jaar die sinds het verschijnen van Grenzen aan de groei is verstreken, is vooral een gemiste kans om eerder, en daardoor gemakkelijker, tot een duurzamer wereld te komen. Tegenover dit verlies staat de bescheiden winst van de kennis die in die twintig jaar kon worden opgebouwd aangaande de draagkracht van het milieu; niet alleen op wereldschaal, maar ook vlak bij huis zijn de grenzen aan de groei zichtbaar geworden.   1992

 

Zo begint Klaas van Egmond op pagina 9 het voorwoord van De grenzen voorbij. Klaas van Egmond groeide sinds 1991 uit tot een van dé wetenschappers die onderzoek deden naar het milieu. Jan Tinbergen, Nederlands meest bekende econoom, schreef een ten geleide; enkele jaren voor zijn dood.

De grenzen voorbij verscheen in 1992. De Engelse titel is: Beyond the limits : confronting global collapse; envisioning a sustainable future.

In het derde hoofdstuk (De grenzen: bronnen en putten) gaat het op pagina 115-116 over de CO2-uitstoot.

Maar de belangrijkste boodschap van figuur 3.23 is dat de huidige concentraties kooldioxide en methaan in de atmosfeer veel hoger zijn dan ze 160000 jaar lang zijn geweest. Wat daarvan ook de gevolgen zijn, er bestaat geen twijfel dat de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van menselijke activiteiten ervoor zorgt dat de putten in de atmosfeer plotseling veel sneller worden gevuld dan dat zij door de planeet worden geleegd. Er is sprake van een significante verstoring van het evenwicht van de aardse atmosfeer, en deze neemt exponentieel toe. De processen die door deze evenwichtsverstoring in beweging worden gezet, ontwikkelen zich langzaam, gemeten naar menselijke tijdschalen. Het kan decennia duren voordat de gevolgen zichtbaar worden van het smelten van de ijskappen, het stijgen van het zeeniveau, het veranderen van zeestromen, het verplaatsen van regenval, zwaardere stormen, en het wegtrekken van insekten, vogels of zoogdieren. Het kan eeuwen duren om dergelijke veranderingen ongedaan te maken, mochten de mensen tot de conclusie komen dat deze gevolgen hen niet bevallen.

De grenzen voorbij : een wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld (Spectrum/Aula 1992), pagina 115-116)

Het boek kan via IBL aangevraagd en geleend worden.

 

5   Vanzelfsprekend koos ik voor de tweede, optimistischer koers.   2007/8

 

In 2008 bracht (uitgever) Jan van Arkel een aantal boeken in de reeks Klimaat uit. Opmerkelijk door de prijs (slechts 5 euro); omstreden door de toon. Veel boeken werden weggezet als té alarmerend. Vooral dit boek (Zes graden : onze toekomst op een warme planeet), van milieubeschermer, journalist en schrijver Mark Lynas. Hier een citaat uit zijn inleiding.

Vanzelfsprekend koos ik voor de tweede, optimistischer koers. Maar een vraag die ermee samenhing bleef me achtervolgen toen ik lezingen over het materiaal voor Zes Graden ging geven. Dat was vooral nadat ik een keer na afloop van zo’n avond in de toiletten een gesprek opving, waarin iemand uit het publiek een ander zijn excuses aanbood voor het feit dat hij deze had meegesleept naar zoiets deprimerends. Ik schrok me rot. Deprimerend? Het was werkelijk geen moment bij mij opgekomen dat Zes Graden deprimerend zou kunnen zijn. Jazeker, de gepresenteerde gevolgen zijn angstaanjagend - maar ze zijn ook, in hoofdzaak, nog te voorkomen. Gedeprimeerd raken over de situatie nu is net zoiets als stokstijf in je woonkamer zitten toekijken hoe de keuken vlam vat, en je dan steeds ellendiger gaan voelen terwijl het vuur zich door het huis verspreid - in plaats van een blusapparaat te grijpen en op de vlammen in te spuiten.

Ik probeerde het boek aan niet-specialisten uit te leggen, en daarbij drong het steeds meer tot me door dat de meeste mensen volstrekt geen idee hebben wat een gemiddelde opwarming van twee, vier of zes graden in werkelijkheid eigenlijk betekent. Het lijken nog steeds hele kleine veranderingen, wanneer het kwik tussen dag en nacht wel vijftien graden heen en weer vliegt. Wanneer het donderdag zes graden warmer is dan woensdag, betekent dat voor de meesten van ons niet het einde van de wereld; het betekent dat we onze jas thuis kunnen laten. Dat zijn gewoon de grillen van het alledaagse weer. Maar een wereldwijde verandering van gemiddeld zes graden is een totaal ander vooruitzicht.

Mark Lynas. Zes graden : onze toekomst op een warmere planeet (Jan van Arkel 2007/8) pagina 15

 

6   Het is erger dan je denkt, veel erger.   2019

 

David Wallace-Wells schreef in 2017 voor de New York Magazine een lang, omstreden én veelgelezen artikel over de staat van het klimaat: The Uninhabitable Earth. Dat artikel bewerkte hij tot een boek (The Uninhabitable Earth), dat deze maand in vertaling verscheen. Het artikel begon met deze zin: It is, I promise, worse than you think.  Boek en hoofdstuk I (Kettingreacties) begint op pagina 11 als volgt:

Het is erger dan je denkt, veel erger. Dat klimaatverandering langzaam gaat, is een fabeltje – misschien wel net zo schadelijk als de bewering dat het klimaat helemaal niet verandert – dat tot ons komt in een bloemlezing met diverse andere geruststellende misvattingen: dat de opwarming van de aarde in het noordpoolgebied plaatsvindt, als een ver-van-mijn-bed-show; dat het uitsluitend een kwestie is van zeespiegels en kustlijnen,en niet een alomvattende crisis waarbij geen enkele locatie gespaard blijft en die niemand onberoerd laat; dat die crisis de natuur aangaat en niet de mensenwereld; dat dat twee te onderscheiden zaken zijn en dat we tegenwoordig op de een of andere manier buiten de natuur leven of er voorbij, of toch in elk geval eraan kunnen ontsnappen en er niet door overweldigd worden; dat rijkdom bescherming kan bieden tegen de verwoestingen van het broeikaseffect; dat fossiele brandstoffen nodig zijn voor voortzetting van de economische groei; dat groei, en de technologie die daaruit voortkomt, ons in staat zullen stellen om een uitweg te construeren uit het onheil dat het milieu bedreigt; dat er ergens in de lange geschiedenis van de mensheid een parallel te vinden is qua omvang of reikwijdte van deze bedreiging die ons het vertrouwen kan geven dat we haar het hoofd kunnen bieden.

 David Wallace-Wells. De onbewoonbare aarde (De Bezige bij 2019)

 

Zes redelijk optimistische boeken
Als tegenwicht. David Wallace-Wells schetst een inktzwart scenario. Hij hoopt dat de mensheid tot inkeer komt en serieuze maatregelen gaat nemen om de gevolgen van een opwarmend klimaat tegen te gaan. Maar hij heeft er weinig vertrouwen in dat dit gaat gebeuren én lukken.

Tegelijkertijd zijn er natuurlijk nog steeds mensen die betwisten dat er zoiets bestaat als klimaatverandering en dat we er iets tegen zouden moeten doen.

De zes schrijvers die ik hieronder als tegenwicht presenteer ontkennen niet dat de mens verantwoordelijk is voor het veranderende klimaat. Ze zijn echter allemaal in meerdere of mindere mate optimistisch dat het 'ons' gaat lukken. Zoals 'we' als mensheid de laatste vijfhonderd jaar veel tot stand hebben weten te brengen.

Aan het eind kom ik met een zevende boek, dat symbool staat voor de manier waarop mensen tegen dit grote probleem aankijken. Welke weg ze op die tweesprong willen (blijven) bewandelen: doorgaan of aanpassen.

 

 

De rationele optimist nodigt u uit een stapje terug te doen, op een andere manier naar uw soort te kijken en de grootste onderneming van de mensheid te zien die zich - met regelmatige terugvallen - 100.000 jaar lang in opwaartse lijn heeft bewogen. En als u dat heeft gezien , vraagt u dan of deze onderneming ten einde is of dat zij, zoals de optimist beweert, nog steeds eeuwen en millennia te gaan heeft. Of zij misschien op het punt staat om in een ongekende stroomversnelling te geraken.

 

Matt Ridley. De rationele optimist : over de evolutie van welvaart (Contact 2010)

 

 Dit boek gaat over misschien de belangrijkste ontwikkeling ooit die in de menselijke geschiedenis heeft plaatsgevonden. Geloof het of niet (en ik weet dat de meeste mensen het niet geloven), het geweld in de wereld is over een langere tijdspanne afgenomen en het tijdperk waarin we nu leven is misschien wel het vredelievendste in het bestaan van onze soort. De afname is zeker niet gladjes verlopen, het geweld is niet volledig verdwenen en het is allerminst zeker of het geweld blijft afnemen. Maar de trend is onmiskenbaar, zowel op een schaal van millennia als van jaren, en strekt zich uit van het voeren van oorlogen tot het slaan van kinderen. (pagina 13)

 

Steven Pinker. Ons betere ik : waarom de mens steeds minder geweld gebruikt (Contact 2011)

In 2018 verscheen een 'opvolger' van dit boek: Verlichting nu : een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang (Atlas Contact 2018)

 

 Het derde vooroordeel is ons terugverlangen naar een Gouden Tijdperk waarin het leven blijkbaar eenvoudiger en beter was. Cultuurhistoricus Arthur Herman schreef daarover: 'Vrijwel elke bestaande of bestaan hebbende cultuur koesterde het geloof dat mannen noch vrouwen aan hun ouders en voorouders kunnen tippen. In de zevende eeuw voor Christus vermoedde de dichter Hesiodus dat er ooit een Gouden Era was geweest, waarin mensen en goden in harmonie met elkaar leefden en niemand hoefde te werken omdat de natuur iedereen van voedsel voorzag. Daarna was er een Zilveren Era geweest vol onderlinge zorgen, en daarna een Bronzen Era met nog meer strijd en zorgen. Hesiodus leefde in de IJzeren Era, waarin conflicten en verloederde zeden vrij spel hadden en mensen moesten zwoegen om te overleven. De meeste culturen, geloven en ideologieën hebben soortgelijke mythen die een prehistorisch verloren paradijs ten voorbeeld stellen aan de decadente tijd van nu. (pagina 223-224)

Johan Vorberg. Vooruitgang : tien redenen om naar de toekomst uit te kijken (N'w Amsterdam 2016)

 

 Feitenkennis kan onderdeel worden van je dagelijks leven, net zoals gezond eten en geregeld bewegen. Breng het in de praktijk en je zult merken dat je je overdramatische wereldbeeld kunt vervangen door een wereldbeeld dat is gebaseerd op feiten. Je zult merken dat je op vragen over de wereld de goede antwoorden kunt geven zonder die uit je hoofd te hoeven leren. Je kunt betere beslissingen nemen, blijft alert op echte gevaren en mogelijkheden en maakt je niet langer zorgen over de verkeerde dingen. (pagina 25-26)

 

Hans Rosling. Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt (Spectrum 2018)

 

 ERKEN DE ONZEKERHEID
De aanstaande ondergang van de menselijke soort of een stralende toekomst met een nieuwe mens. Wie over klimaatverandeirng gaat denken, komt terecht bij ingrijpende veranderingen, een keuze tussen een wereldwijde catastrofe of een utopie. Wie denkt dat die keuzes wat te rigide zijn, moet de onzekerheden in het verhaal over klimaatverandering onderkennen. Die onzekerheden slaan niet zozeer op de kwestie of menselijk handelen de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde is, maar vooral op de uiteindelijke effecten en remedies. (pagina 138)

 

Addie Schulte. De strijd om de toekomst : over doemscenario's en vooruitgang (Cossee 2019)

 

 Niemand kan op voorhand voorspellen uit welke hoek de technische doorbraken zullen komen. Niemand kan ook garanderen dat ze er überhaupt komen. Maken we binnenkort een revolutie mee in accuopslag, die zonne- en windenergie veel aantrekkelijker maakt? Bouwen we binnenkort enorme koolstofboererijen die het CO2-gehalte in onze atmosfeer weer naar beneden halen? Of komt alle stroom uit onze stopcontacten binnen afzienbare tijd van thoriumcentrales of kernfusie? Is het vandaag vooral zaak om ons aan te passen aan de op til zijnde klimaatopwarming door bijvoorbeeld massaal dijken te bouwen, of hebben we nog voldoende tijd om de opwarming te vermijden en te temperene? Of is een gulden middenweg het beste? Niemand kan het met zekerheid zeggen, want tussen droom en daad staan natuurwetten in de weg, en praktische bezwaren. (pagina 271)

 

Maarten Boudry. Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (Polis 2019)

 

Profeet en/of tovenaar
Vorig jaar verscheen een (dik) boek waarin overduidelijk een middenweg wordt bewandeld. De schrijver - Charles C. Mann - realiseert zich dat 'het' twee kanten uit kan gaan. Dat er twee 'krachten' zijn die beiden op hun eigen manier bezig zijn om 'het klimaatprobleem' op te lossen.

Aan de ene kant staan de profeten, de mensen die ons om uiteenlopende redenen oproepen onze manier van leven - onze lifestyle - aan te passen. Tegenover hen staan de optimisten, vaak wetenschappers die 'heilig' geloven dat door wetenschap, technologie en inventiviteit van 'de mens' alle problemen zullen worden opgelost.

In De profeet en de tovenaar : twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet zet Charles C. Mann twee typische representanten van deze manier van naar de wereld kijken tegenover elkaar. Hij neemt nadrukkelijk geen positie in. Weet dat voor beide 'manieren' iets te zeggen valt. Hans Rosling, de Zweedse arts die Feitenkennis schreef, weet dat 'de waarheid' per defintie bij dit soort onderwerpen ergens in het midden ligt. Profeet en tovenaar vullen elkaar aan; beiden hebben we nodig.

Charles C. Mann, Hans Rosling en alle hier naar voren gehaalde schrijvers en denkers weten echter dat we als mensheid wel aan de bak moeten. Het zijn - nogmaals - geen klimaatontkenners. Ze onderschrijven allemaal in meerdere of minder mate dat er grenzen aan de groei zijn; en als we dat niet doen wacht ons een silent spring. Kiezen of verliezen. Voorkomen dat we zes graden bereiken. Op straffe van een onbewoonbare aarde.

Drie aanvullende artikelen
Possibilist Hans Rosling: we moeten ook nieuwsgierig blijven en alert op nieuwe gevaren, zodat we daarop een antwoord hebben. (mei 2018)
Koert van Mensvoort - De tovenaar en de profeet (november 2018)
Volwassenheid - vereist dat je resoluut onder ogen ziet dat je nooit de wereld zult krijgen die je wenst, maar tevens blijft weigeren met minder genoegen te nemen. (februari 2019)

(donderdag 2 mei 2019)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten