David Bowie heb ik erg hoog zitten. Mijn eerste LP was van hem. Aladdin sane. Kocht ik in Veghel, in het voorjaar van 1973. Net voor mijn examen. Mijn tweede was ook van hem, Ziggy Stardust en niet veel later Hunky dory. In diezelfde tijd scoorde ik ook de eerste twee platen van Roxy Music. Ik was niet de enige die in die tijd voor hem en dit soort muziek viel. Maar tegelijkertijd waren er ook veel jongens in mijn omgeving die het maar niks vonden. “Je bent toch geen homo?” 

Bowie heb ik heel mijn leven gevolgd, maar vooral van 1973 tot 1983. Daarna kwamen er andere artiesten. En dat ligt voor een deel aan David Bowie . Hij wees me niet alleen op andere artiesten en soorten muziek, maar stimuleerde mij ook om op zoek te gaan naar andere cultuuruitingen: filmhuisfilms, tentoonstellingen, theater.

Het belangrijkste zetje was een EP, die in 1982 verscheen.Slechts vijf songs staan er op. Maar via David Bowie in Bertolt Brecht’s Baal leerde ik Kurt Weill kennen. En nog belangrijker.Ik ging er naar luisteren. En was verkocht. Kurt Weill zou trouwens ook een mooi idee voor een editie van Luistercafé Noordkade zijn. Via Kurt Weill werd ik de klassieke muziek ingezogen. Vooral klassieke muziek met teksten en een memorabele melodie konden, en kunnen mij bekoren. Liedjes. Alleen mag je die van de deskundigen zo niet noemen. Nee: Lieder. Van Robert Schumann, Hugo Wolf, en natuurlijk Franz Schubert. 

Allemaal te danken aan David Bowie. Die op die EP een song van Kurt Weill opvoerde. En in verschillende interviews namen liet vallen die ik niet of amper kende, maar omdat hij ze noemde voor mij genoeg reden waren om ze te gaan beluisteren. En dat was voor de aanwezige jongeren in het pre-Spotify-tijdperk vele malen leuker en spannender dan vandaag de dag met die instant-bevrediging. Natuurlijk was niet alles wat hij noemde goud. Hoeft ook niet. Een gids of verkenner is zelden feilloos, maar zolang je als volger het gevoel hebt dat hij het meestal bij het rechte eind heeft is er niets mis mee. Datzelfde gaat trouwens ook op voor een goede recensent.

David Bowie was pretentieus. Het toeval wil dat u dit drie weken geleden zelf hebt kunnen zien. Toen werd op tv de derde van een reeks documentaires over hem uitgezonden. Finding Fame. Deze aflevering zoomde in op zijn beginjaren, toen hij amper succes had. Talloze bandjes versleet. Van het ene naar het andere genre sprong en steeds zijn looks aanpaste. Hij experimenteerde er op los. Zal op velen als een snob zijn overgekomen. Of  was hij a pretentious boy? Ik opteer voor dat laatste en doe dat in commissie. 

Enkele weken geleden verscheen een boek van Joost de Vries: Echte pretentie. Daarin betoogt deze 36 jaar oude schrijver én recensent dat snobs indruk proberen te maken op anderen door zich beter voor te doen dan ze zijn. U kent ze wel: snoevers over dat bijzondere wijntje of een exceptioneel popgroepje uit Ulanbator, beter dan … the Ramones. 

Iemand die pretentieus is doet hetzelfde, maar die doet dat vooral voor zichzelf. Hij wil meer soorten wijn leren kennen, nog meer leuke artiesten à la David Bowie. Maar hij kent ze nog niet. Laat er zich vast op voorstaan, maar zal er alles aan doen om een rijkere en bredere muzieksmaak en -kennis te ontwikkelen.

Dit prachtige en urgente boek van Joost de Vries bevat onuitgesproken ook een perfect antwoord richting al die bange, boze en vaak witte, oude mannen die zich grote zorgen maken over ‘onze’ identiteit, ‘de toekomst’ en dat ‘alles’ maar blijft veranderen. Joost de Vries zegt het zo: 

In een wereld waarin elke poging tot reiken naar iets belachelijk wordt gemaakt,
wordt elke vorm van ontdekking afgestraft,
wordt nieuwsgierigheid met de grond gelijkgemaakt,
staat serieus gelijk met eng,
geeft geen scholier zich op voor acteerles,
ontwikkelt geen student een passie voor poëzie,
durft geen mens zich bij de kunstacademie te melden,
zijn de collegebanken in de geesteswetenschappen leeg,
draagt iedereen dezelfde kleren,
slijt iedereen zijn dagen in precies hetzelfde milieu als dat waarin hij geboren is,

leest niemand iets wat hij niet al kent,
drinkt iedereen altijd cola of bier. 

Een wereld waarin de heersende habitus of mainstream als een dwangsom wordt opgelegd levert geen David Bowies, Lady Gaga’s, Bryan Ferry’s of Amy Winehouses op; geen Mondriaans of Mulischen ...

En even verder

() Het gaat om het reiken naar - dat tekortschieten doet er niet zo toe.
Pretentie is ‘demotorolie van creativiteit’,
het verraadt namelijk altijd het idee en de wens dat er iets beters is dan het huidige, 
iets mooiers,
iets intelligenters,
iets nieuwers,
iets originelers,
iets diepzinnigers.

Zodoende doorbreekt pretentie de status quo: het maakt van iets iets meer.  (pagina 143-144) 

De moraal
Zonder David Bowie en andere pretentieuze mensen zou de wereld er vele malen saaier uitzien. Laten we ze koesteren en een dam opwerpen tegen allen die om wat voor bekrompen reden dan ook menen dat zij weten hoe het hoort, wat normaal is. 

Toen David Bowie stierf kreeg ik op maandag 11 januari 2016 om 08:11 ‘s morgens een appje van mijn oudste zoon: David Bowie overleden. Ik was net aangekomen in de bibliotheek van Veghel en schreef diezelfde dag een kort stukje waarin ik een veertien songregels in een quizje verwerkte. U weet het: hij schreef onvergetelijke lyrics 

Ik eindig met mijn favoriete zin van hem: 

I think I saw you in an ice-cream parlour
drinking milk shakes cold and long

Ik meen dat ik je in een ijssalon zag,
waar je lange, koude milkshakes dronk 

en dat gaat verder met 

Smiling and waving and looking so fine
Don’t think you knew you were in this song

Lachend en wuivend, je zag er zo goed uit
Denk niet dat je wist dat je in dit lied zat

Homepage A story about a song

Homepage Luistercafé Noordkade

(vrijdag 5 april 2019)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten