Afdrukken

Heerlijk!

Als je bevlogen mensen tegenkomt, ontdekt. Deze week leerde ik twee nieuwe kennen.

Beide namen zaten ergens ver weg in mijn systeem, maar ik kende ze niet écht. De ene, Bas Maliepaard, kwam langs in de Bibliotheek Oss. Hield een lezing van ongeveer drie kwartier voor leerkrachten uit het basisonderwijs en medewerkers van Osse culturele instellingen. De ander, Alex Boogers, kwam in boekvorm langs. Ik was de avond daarvoor in een manifest van hem begonnen: Lang leve de lezer.

Van beide heren - die twaalf jaar in leeftijd verschillen - werd ik erg vrolijk; en tegelijkertijd ook ietwat mistroostig. Beiden zetten zich op hun manier in om literatuur onder 'de mensen' te brengen, maar doen dat vanuit heel verschillende achtergronden.


Verschillende backgrounds, dezelfde missie

Ik vermoed dat Bas in een milieu is opgegroeid, waarin lezen en culturele dingen doen heel normaal was. Alex' jeugd was compleet anders; stond haaks op dat van Bas. Opgegroeid in Vlaardingen, in een achterbuurt waar de leerkrachten op school geen fiducie hadden dat een slim en waarschijnlijk meer dan brutaal jochie 'iets' in zich had. Leerkrachten die hun leerlingen amper iets meegeven en hun als het ware opgesloten houden in hun milieu.

Alex
Tóch lukte het Alex zich daaraan te ontworstelen en is een belangrijk literair schrijver geworden. Die zich zorgen maakt over het niveau van middelbare docenten, de sectie Nederlands. Boos is over de ondergeschoven positie van dit vak in het hele curriculum. Nederlands, Engels en andere talen hangen er een beetje bij. Leerlingen hoeven amper meer boeken te lezen. Én docenten, die leerlingen bewust en terloops op boeken wijzen die voor hen op dat moment relevant kunnen zijn, die docenten zijn er amper meer. En als ze er zijn (en ze zijn er gelukkig nog steeds!) is het louter toeval; en zeker niet het resultaat van schoolmanagers en andere mensen aan de zijlijn die het beleid uitstippelen.

Bas
Bas Maliepaard is naar mijn idee met een gouden lepel in de mond geboren. Opgegroeid in een milieu waarin werd voorgelezen, kinderen naar muziekles werden gestuurd, zijn ouders hem meenamen naar musea en theater. Dat hoeft niet altijd te leiden tot iemand die als volwassene een cultuur onderlegde aficionado is, maar bij hem lijkt me dat wel het geval. Hij weet als geen ander hoe belangrijk goede kunst, en vooral literatuur is. Om te begrijpen hoe onze wereld in elkaar steekt, maar nog meer om zicht te krijgen op hoe andere mensen en jijzelf in elkaar steken. 


Dinsdag 22 januari 2019

In de gemeente Oss wordt door de verschillende culturele instellingen al sinds het begin van de jaren tachtig samengewerkt. Onder de noemer OKVO maken ze jaarlijks een totaalaanbod voor het basisonderwijs. In elk leerjaar kunnen leerkrachten met hun groep deelnemen aan diverse culturele activiteiten. Een bezoek brengen aan een voorstelling in het (poppen)theater, muzikale 'dingen bij Muzelinck ervaren, een tentoonstelling in het museum Jan Cunen bezoeken, bij het Stadsarchief 'iets' historisch onderzoeken en taalachtige dingen in de bibliotheek doen.

Onderwijsbijeenkomst
Sinds enige jaren worden drie keer per jaar middagen georganiseerd voor basisschoolleerkrachten die binnen elke school op dit brede en belangrijke terrein een coördinerende rol spelen. Bedoeld om ze te informeren over aankomende activiteiten, maar vooral om te inspireren. Daartoe worden vaak mensen van buiten aangetrokken. De eerste bijeenkomst van 2019 werd door en in de Bibliotheek Oss gehouden.

Collega Anton vertelde met een kamishibai het prentenboek van De Nationale voorleesdagen 2019: Een huis voor Harry van Leo Timmers. Daarna mocht Bas Maliepaard de aanwezigen toespreken en vertellen over zijn missie. Bas schrijft al bijna vijftien jaar vaak over jeugdliteratuur. Vooral in Trouw. Vijftig boeken per jaar kan hij zo naar voren schuiven en beoordelen.

Een consistente missie
Ik had hem jaren geleden al eens gespot, toen hij zich negatief uitliet over het niveau van pabostudenten (Huiswerk - Vijftien naoorlogse Nederlandstalige kinderboeken die elke pabostudent moet kennen). De toon van dat artikel uit 2013 zat deze middag nog steeds in zijn betoog. Hij maakt zich grote zorgen over het niveau van het leesonderwijs in de basisschool. Technisch lezen, dat klopt wel. Dat leren de meeste leerlingen wel. En ook met leesplezier gaat het de laatste jaren steeds beter.

Er is meer dan Geronimo Stilton
Zijn grote punt is dat het daar helaas bij blijft. Volgens hem zouden leerkrachten én ouders hun kinderen ook boeken moeten laten lezen waar kinderen en zijzelf in eerste instantie niet voor open staan. Té vaak lezen kinderen alleen maar boeken die ze leuk vinden, die ze (reeds) kennen. Series, pulpachtige reeksen, Geronimo Stilton ...

Daar is an sich niets mis mee, want iedereen die leest wordt daar (bijna per definitie) beter van. Je maakt immers al doende leesmeters. Leert nieuwe woorden kennen, uitdrukkingen en gezegdes, Krijgt inzicht in hoe 'andere' mensen in elkaar steken et cetera.

Gebrek aan titelkennis
Helaas of echter: in literaire boeken is meer te halen, en te ontdekken. Het probleem is echter dat leerkrachten én ouders meestal niet weten welk boek geschikt is. Een gebrek aan titelkennis. Is ook niet zo gek, want iedereen wordt bedolven onder informatie en dingen die belangrijk lijken, dan wel zijn.

Bas hield een pleidooi richting de aanwezige leerkrachten om tóch op zoek te gaan naar dit soort boeken. Om bijvoorbeeld Iep! voor te lezen in de klas. Of Lampje, het laatste recent verschenen ultieme klassieke kinderboek. En niet alle reeksen zijn verkeerd, Mees Kees van Mirjam Oldenhave, daar is niets mis mee.

Laat een kind dat met 'iets' bezig is of in zijn of haar maag zit eens een 'ander' boek lezen. Geen hulpboek of zo, maar een sprookjesachtige, dan wel raadselachtige tekst waarin zijn of haar 'ding' zomaar voorbijkomt.

Deze middag noemde hij verschillende boeken; en zijn absolute favoriet: Iep! van Joke van leeuwen.
Iedere bezoeker kon een A4-tje met ruim dertig titels mee naar huis nemen (zie onderaan dit artikel).

Vraag het eens aan een bibliothecaris!
Ook merkte hij op dat ouders én leerkrachten zich vaker tot (de lokale) bibliothecarissen zouden moeten wenden. Voor advies. Tips. Welk boek is voor groep vijf geschikt waarin onlangs een opa veel te jong is overleden? Wat zou u aanbevelen voor de leerkracht in groep zeven die ... Tja, vult u zelf maar in.

Via de (web)catalogus kunt u natuurlijk zelf gaan zoeken; en vaak leidt dat tot treffers. Maar, maar ... er gaat volgens Bas (en mij) niets boven advies op maat. Spreek een bibliothecaris eens aan. U komt met vraag A binnen en verlaat de tent met titel B, C en D; en tip A slaat op uw vraag, maar de anderen niet. En zijn waarschijnlijk veel waardevoller. Ditzelfde gaat natuurlijk ook op voor loslopende ouders die willen dat hun kind meer leest dan de usual suspects.

Lang leve de lezer
De dag voordat Bas Maliepaard in Oss sprak, was ik in dit dunne boekje van Alex Boogers begonnen. Had er eerder iets over gelezen; genoeg om het te lenen. Vaak gaan die nieuwe boeken ongelezen terug naar de bibliotheek. Even doorbladeren, eraan snuffelen. Om een idee te krijgen. Maar ze allemaal lezen? Onbegonnen werk. Er is té veel, en té weinig tijd.

Dit keer begon ik er wel aan en meteen viel op dat Alex Boogers écht goed kan schrijven. Lang leve de lezer is overduidelijk een manifest; niet alleen omdat het in de ondertitel zit. Nee, Alex maakt zich boos. Grote zorgen over de staat van literatuur, vooral op middelbare scholen. En is boos op collega schrijvers die zichzelf als het ware in een bubbel met gelijkgestemde zielen opsluiten. Hij noemt geen namen, Ik vermoed dat de heren (en minder dames) zich aangesproken voelen. 

Ook nog een schotschrift
In dit dunne boek leer je hem ook persoonlijk een beetje kennen. Begrijp je uit welk niet-literair milieu hij afkomstig is.

Enkele dagen later plukte ik een ander dun boekje van hem uit de collectie: De lezer is niet dood. Dat schotschrift verscheen al in 2015. Daarin zitten meer fragmenten over zijn eigen leven. Beide boeken hangen met elkaar samen.

In Lang leve de lezer zitten veel alinea's uit De lezer is niet dood. Lang leve de lezer is bijna twee keer zo dik (63 versus 147 pagina's). Het is geen straf om beide boeken met elkaar te vergelijken en te zien wat in het tweede boek overeind is gebleven.

Alex Boogers snijdt veel aan. Heeft het over uitgevers, boekhandelaren, leraren op scholen, jongeren, tv-programma's waarin schrijvers aantreden en het lezen op zichzelf. Lezen. Een bijzonder fenomeen in een tijd waarin we vooral kijkers zijn geworden. En bijna iedereen binnen deze wereld is bezig met marketing. Is continu bezig om anderen ervan te overtuigen dat dit of dat boek (of schrijver) hot is. Gelezen én gekocht moet worden. Elke week verschijnt er in die wereld een nieuw meesterwerk.

De lezer is een kijker geworden
De lezer is niet dood, hij is een kijker geworden die wordt verteld wat hij moet lezen, denken, voelen, en vinden. Deze status quo wordt niet betwijfeld, niet onderuitgehaald, niet bevochten en bestreden, maar aanvaard, opgevolgd, bewonderd, nageleefd, toegejuicht. De lezer is een kijker, de kijker is een verdwaalde lezer, een verstandelijk gehandicapt kind dat aan de hand wordt genomen en de titels en schrijvers op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. 'Toe maar, lees dit maar. Dit is goed'
(De lezer is niet dood, p. 25)

De lezer is niet dood, hij is een kijker geworden die wordt verteld wat hij moet lezen, denken, voelen, en vinden, en als hij in de boekhandel een boek tegenkomt waarvan hij de titel en de schrijver niet kent, dan haalt hij zijn neus ervoor op: 'Niets over gehoord.' Met andere woorden: niets over gezien op tv. Het televisiescherm heeft het plezier van het grasduinen in allerlei titels in de boekhandel overgenomen. De lezer is een kijker, de kijker is een verdwaalde lezer, een verstandelijk gehandicapt kind dat aan de hand wordt genomen en de titels en schrijvers op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. 'Toe maar, lees dit maar. Dit is goed'  (Lang leve de lezer, p. 119-120)

Waar zijn de gidsen?
Alex Boogers houdt evenals Bas Maliepaard één groot pleidooi voor leerkrachten én docenten; dat zij inzien hoe belangrijk hun rol is. Zij kunnen leerlingen vaak onbedoeld iets aanreiken wat in geen enkel curriculum of leerplan is opgenomen.

Zij kunnen een boek of verhaal of film of theaterstuk of ... zodanig enthousiast in hun lessen meenemen, dat er - af en toe - één leerling is die daar later, veel later met enige weemoed op terug zal kijken. "Toen, lang geleden, had ik een docent die helemaal uit zijn dak ging over ...; en dat heeft mij toen geholpen!"

Waar zijn de gidsen die de handvatten aanreiken, de lessen leren, de woorden uitspreken, de boeken aanreiken, het licht aansteken? Ik miste ze op school, ik zag ze niet op straat, ik vond ze niet op weg naar het schrijverschap. Ik mis ze nog altijd als ik met docenten spreek. Ik hoor er zelden over als ik na een lezing met leerlingen praat. Ik zie ze te weinig, maar ze moeten er zijn. (Niet dood, p. 43)

De docent als een vonk waarmee hij het licht in een leerling kan aansteken.
Docenten onderschatten hun taak, of misschien zijn ze hun werk juist te veel gaan zien als een taak, als iets dat moet. Ik ga ervan uit dat het ooit draaide om een ideaal, om een streven, om iets te zijn, iets te betekenen, iets mee te geven. Een docent is een gids, niet zozeer iemand die het altijd beter weet, maar die iets meer heeft gelezen, meer heeft gezien, meer heeft ervaren. De docent als een vonk waarmee hij het licht in een leerling kan aansteken. Geen dankbaarheid. Geen lof. Geen hulde. Hij moet verwachten dat leerlingen verdergaan. Doorgaan. Met een boek in de hand, of een les in het hoofd, met een woord dat hij sprak, de stilte die hij liet vallen, de rust die hij gaf, de ruimte die hij ze bood, naast de repetities, de zaken die moeten gebeuren, de lessen die er altijd zullen zijn, de roosters die moeten worden opgevolgd, de opdrachten die moeten worden gemaakt. 

Al deze verplichtingen zullen worden vergeten, maar nooit die ene docent, nooit die ene leraar die toen al zag wat niemand wilde zien, die oog had voor wat de leerlingen nog niet durfden te tonen, die blijk gaf van waardering. Die docent, die er ongetwijfeld is, wordt op zoveel scholen nog te vaak gemist. Ik wil verhalen horen van leerlingen, die tegen mij zeggen dat ze wél van het boek houden, of van een specifiek boek en dat het komt omdat de docent er zo enthousiast over sprak, omdat hij het boek tot leven bracht nog voordat ze het gingen lezen. De docent die toont welke verhalen er zijn, die uitlegt wat het verhaal met hem heeft gedaan, en waarom het hem heeft geholpen om anders naar de dingen te kijken, om er zó naar te kijken zoals hij het nog nooit had gezien of gedurfd. Het boek als een venster, een opening in je geest waar de empathie naar binnen sijpelt, voor personages met levens die je je nooit kon voorstellen, voor culturen die je niet kende, voor gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld die je niet aangingen. Ze sijpelen naar binnen, ze marcheren naar binnen, en daar, op die voorheen maagdelijke grond, op die plek in je hoofd, ontstaat begrip, verbeelding, inleving. Welke docent durft zo'n verhaal aan zijn leerlingen te vertellen? De docent die zich opstelt als een corrector, als een politieagent die orde moet houden, als het rode potlood, de opdrachtgever, de humorloze drillinstructeur op weg naar het volwassen leven? (De lezer is niet dood, p. 48-50)

Artikel: Onmisbare jeugdboeken volgens Bas Maliepaard (januari 2019)

(vrijdag 25 januari 2019)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten