Een veelschrijver
Wim Daniëls is een veelschrijver. Zit ruim over de honderd boektitels. Slaagt er altijd in zijn fascinatie voor een bepaald verschijnsel op een vlotte manier te verwoorden. Het is zelden een straf om een boek van hem te lezen. En het is nog minder een straf om hem te horen spreken. Wim Daniëls' talent is zijn gevoel voor taal, in woord en geschrift.

In 2018 verscheen van hem ook De taal van de fiets en Koken met taal.
In 2017 verscheen de 'voorloper' van het mulo-boek: De lagere school : toen bijna alles nog heel anders was.

De Mulo
Dit boekje over de Mulo zag ik ergens dit najaar in de winkels liggen, maar pas onlangs vond ik tijd om het te lezen. In de eerste, relatief stille week van dit nieuwe jaar. Twee avonden, en toen was het gepiept. Honderdtachtig pagina's, achttien hoofdstukken.

Dat boekje - De Mulo : de carrièreschool voor het 'gewone' volk. - biedt precies wat je hoopt aan te treffen. Je wordt kort en bondig bijgepraat over een fenomeen dat je zelf hebt meegemaakt. En voor zover ik kan nagaan is er geen vergelijkbaar boek op de Nederlandse markt. Hij heeft kortom zelf veel informatie moeten verzamelen om dit boek te kunnen schrijven.

Een succesvol schooltype
Samen met honderdduizenden andere Nederlanders heb ik op de Mulo gezeten; in Veghel, op de Pius X. Op zeker moment was dit schooltype de school waar veel middelbare schoolleerlingen naar toe gingen. Tóch verdween het. Werd opgevolgd door de Mavo en later een bepaald type VMBO-school.

Minder bekend (sterker: ik wist het niet) is dat dit schooltype in onderwijskringen en op het Ministerie van OC&W door het leven ging als een vorm van lager onderwijs. Gek dat Wim Daniëls je daar op moet wijzen, want het zit gewoon in de naam: (Meer) Uitgebreid Lager Onderwijs. En wij maar denken dat we naar een middelbare school gingen. Zo levert Daniëls veel meer informatie aan over dit schooltype dat ruim een eeuw heeft bestaan en door de jaren heen steeds iets van karakter veranderde.

Een emancipatie-machine
Voor veel Nederlanders was dit de school voordat ze gingen werken; en voor vele anderen was dit het begin van een langere middelbare dan wel hogere schoolperiode. De Mulo is door de jaren heen steeds meer een emancipatie-machine geworden.

Arbeiderskinderen konden zich vooral na de Tweede Wereldoorlog én de jaren zestig/zeventig via de Mulo opwerken. Konden met hun diploma doorstromen naar HBS, Havo, MTS en andere scholen.

In het voorlaatste hoofdstuk (17. Bekende muloleerlingen) somt hij verschillende BN'ers op die op de Mulo zijn begonnen: Wim Kok, Lucebert, Miep Gies, Sonja Barend, Toon Hermans en Tom Manders.

Wim Daniëls
Het moge duidelijk zijn dat Wim Daniëls ook op de Mulo (in Helmond) is begonnen en merkt er af en toe terloops iets over op. Na de Mulo kwam hij via de HAVO op de Universiteit terecht kwam. En ontdekte  gaandeweg zijn passie en fascinatie voor taal en opmerkelijke zaken die daarin vallen te ontdekken (bijvoorbeeld Het grote taalboek).

De laatste lichting
Wim Daniëls behoorde net als ik zelf tot de laatste lichting die tot de Mulo werd toegelaten én die mocht afmaken. Hij begon in het najaar van 1967 in Helmond, ik in Veghel. In het volgende leerjaar begon de MAVO. Leerlingen van de lichting 1967-1968 studeerden in het voorjaar van 1971 af. En stroomden, indien ze niet gingen werken, daarna door naar de Havo of een andere opleiding.

Onze regio
In de regio Noord Oost Brabant (gemeentes Bernheze, Landerd, Meierijstad, Oss en Uden) waren verschillende mulo's.
In Oss: Sint Jan (voor jongens) en Maria Immaculata (voor meisjes)
In Uden: Str. Aloysius
In Schijndel: St. Jozef (voor jongens) en Mater Christi (voor meisjes)
In Ravenstein: Pius XII
In Sint-Oedenrode: Sint Jozef
In Veghel: Pius X

Een ander boek
Vorig jaar verscheen een ander, veel dikker boek over de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs: Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland van historicus Piet de Rooy. Daarin komt natuurlijk de mulo ook voorbij, maar niet écht. Op pagina 145 staat een tabel waaruit je kunt opmaken dat er in 1950 127.800 kinderen naar de mulo gingen, 74.400 naar gymnasium of hbs én 171.000 naar de ambachts- en huishoudschool.

Het goede leven
Wim Daniëls sluit - misschien - onbewust aan bij een grote trend in boekenland. Goedgeschreven boeken waarin de lezer bijgepraat wordt over verschijnselen die vijftigers en oudere lezers deels hebben meegemaakt. Je kunt het ook 'zwelgen in een mythisch en mooi verleden' noemen. Dat klinkt oneerbiedig, maar is niet zo bedoeld.

Dat gevoel wordt vooral opgeroepen door de zwart-wit foto's die de uitgevers van dit soort boeken op het omslag plaatsen. Prachtige foto's waarvan afstraalt dat 'ze' en/of 'we' het toen nog niet zo slecht hadden. Dat is althans mijn mening. Maar los daarvan zijn het zeer relevante en leesbare boeken. Waarin je als lezer op een snelle manier herinnerd wordt aan wat er de laatste decennia in Nederland zoal is veranderd. Veel, dat is zeker. En je weet dat het toen niet per se béter was.

De meest bekende én best verkochte voorbeelden zijn: Gouden jaren en Het goede leven van Annegreet van Bergen.

De focus op een brede algemene ontwikkeling
Wim Daniëls is geen cultuurpessimist, verre van, maar in het slothoofdstuk (18. Van toen tot nu) kan hij toch niet nalaten op te merken dat Mulo-leerlingen een breed vakkenpakket moesten volgen. Dat was niet verkeerd. Daarmee kan ik instemmen. Citaat:

Niet alles wordt er met elke verandering daadwerkelijk beter op, maar het is ondebkbaar dat iets bij het oude blijft. In de jaren zestig veranderde er door de Mammoetwet, door de studentenrevoltes voor meer democratisering in het onderwijs en door de stroming van de kritische pedagogiek, in het hele onderwijs veel. Ik denk niet dat je de mulo daarvan het slachtoffer kunt noemen. Iets van de kern of de kracht van de mulo had wellicht beter bewaard mogen worden, en dan vooral de focus op een brede algemene ontwikkeling. (pagina 188)

(donderdag 10 januari 2019) voor 'de Veus', van wie ik Frans leerde
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten