De vijf vingerregel

Elke dag kun je iets nieuws leren. Daar kun je actief naar op zoek gaan, maar beter is als het 'gewoon' komt aangewaaid. Je leest iets, ziet iets, hoort iets waar je geen weet van had. Meestal heb je er niet zo veel aan. Fijn dat je dit zojuist hebt vernomen, maar verder heeft het weinig betekenis.

Het kan ook zijn dat je iets verneemt wat bij anderen al lang bekend is, maar jij had er tot dan toe nooit van gehoord. Als een soort late leerling behoor je voortaan ook tot de (min of grote) kring die 'het' al lang wist.

Die variant maakte ik vandaag mee. Tijdens een intern overleg waar gepraat werd over het collectioneren voor de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB). Acht specialisten kwamen samen om te komen tot een andere manier van collectioneren. Een taai traject, waarbij - geloof me - veel komt kijken. De kern daarvan is dat de NOBB een fusie-organisatie is, waarbinnen nog steeds bepaalde werkzaamheden niet volledig zijn geharmoniseerd en op elkaar afgestemd.

Om het aanschafbudget zo efficient mogelijk te kunnen inzetten dwingt ons dit om te komen tot het schrappen van oude gewoontes; en nieuwe afspraken te maken over het hele collectieproces. Van aanschaf tot afschrijven. Binnen dit traject gaat het vaak - domweg - om het al dan niet plakken van bepaalde stickers op boeken en andere materialen. De afgelopen jaren zijn er al vele - erg lokale - varianten geschrapt, dan wel vervangen door andere, regionale en/of landelijke afspraken.

AVI
Maar vandaag ging het er toch weer over. Over het al dan niet plakken van zogenaamde AVI-aanduidingen op boeken. AVI staat voor Analyse Van Individualiseringsvormen. Een moelijk begrip wat in de praktijk inhoudt dat er normen zijn om te bepalen hoe moeilijk een tekst voor basisschoolkinderen is. Ook bedoeld om te kunnen bepalen hoe het met de leesvaardigheid is gesteld.

Dit in 1972 ingevoerde systeem krijgt veel kritiek en er zijn alternatieven voor. Alleen werken veel scholen nog steeds met dit systeem en hameren (té?) sterk op het aambeeld dat kinderen op het juiste AVI-niveau moeten lezen. Die besmetting brengen dit soort leerkrachten ook over op ouders. Het gevolg daarvan is dat veel ouders voor hun kinderen in de bibliotheek op zoek gaan naar boeken met een bepaald AVI-niveau. En vooral niet hoger, of lager. Ogenschijnlijk prima, maar in de praktijk lastig. Het lukt niet altijd om een geschikt boek voor een bepaald AVI-kind te vinden.

Jeugdbibliothecarissen hechten steeds minder belang aan het AVI-niveau, zeker voor kinderen die in groep vijf of hoger zitten. Het gaat veel meer om leesplezier. Lekker lezen wat jou aanspreekt, dan lukt het wel. En is een boek té moeilijk, dan pak je een ander. Zo lang je maar lekker leest.

Tijdens het gesprek over het al dan niet aanbrengen van AVI-stickers op bibliotheekboeken merkte collega collega Cobi, toevallig dé Jeugdbibliothecaris van het jaar (2018), op, dat ze met de vijf vingerregel werkt. De wat?

De vijfvinger regel
Daar had ik nog nooit van gehoord. Ligt aan mij.

Maar ik vermoed dat er meer volwassenen zijn die die regel ook niet kennen. En dat is jammer als je als volwassenen te maken hebt met basisschoolkinderen die net hebben leren lezen.

Ouders, grootouders, leerkrachten, verzorgers. Cobi vertelde dat er vaak ouders naar de bibliotheek komen die willen dat hun kind boeken leent met een bepaald AVI-niveau. Dat is in haar ogen - en van veel collega jeugdbibliothecarissen - niet altijd nodig. Wel voor leerlingen uit groep 3 of 4, maar nadat de technische leesbasis is gelegd doet het AVI-niveau er niet zo veel meer toe. Dan kunnen ouders, maar vooral kinderen, beter uit de voeten met de vijf vinger regel. Ik noem het de gezond verstand regel.

Hang als ouder, kind noch leerkracht té stellig vast aan hét AVI-niveau dat een bepaald kind aan zou kunnen, maar laat het kind zelf bepalen of het een bepaalde tekst aan kan.

Hoe? Door domweg een boek uit de kast te plukken, het open te slaan en te gaan lezen. Steek voordat je begint vijf vingers van je linker- dan wel rechterhand op. En laat telkens een vinger zakken als je een moeilijk woord leest. Een woord dat je niet kent, of waarvan je de betekenis in de context van de tekst niet kunt opmaken. Heb je na een blazijde alle vijf vingers laten zakken, dan is dat boek niet geschikt voor jou. Omgekeerd is het boek véél te gemakkelijk als alle vingers overeind blijven staan. Dat wil niet zeggen dat je het boek niet mag gaan lezen, maar weet dan dat het waarschijnlijk té moeilijk of té gemakkelijk voor je is. Maar neem het vooral mee als je het interesseert. Over moeilijke woorden kun je heenlezen. Desnoods effe de betekenis opzoeken. En het is nooit verkeerd een 'eenvoudig' boek te lezen als het onderwerp of de toon van de schrijver  je aanstaat. Zie het als het snoepje van de week.

Een recent voorbeeld van dat laatste is bijvoorbeeld het nieuwste boek van Annegreet van Bergen. Het goede leven : hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd leest als een trein. En je weet als lezer wat je ongeveer te wachten staat. Af en toe gebruikt Annegreet woorden die niet elke volwassene zal (her)kennen. Volwassenen lezen er - als ze slim zijn - overheen; en houden desondanks de grote lijn in de gaten. Is het een cruciaal woord? Pak een woordenboek, of google het even. Kijk op Wikipedia.

Een andere manier
Ik sprak over deze vijfvinger regel met een andere collega, jeugdbibliothecaris Sandra.

Zij merkte op dat zij een andere methodiek toepast. Laat het kind in kwestie een boek uit de kast pakken en laat hem of haar enkele regels hardop voorlezen.

Je hoort als volwassene binnen enkele zinnen of het kind begrijpt wat het voorleest. Dat kan lastig zijn, want soms zijn de woorden en/of de zinsconstructie eenvoudig, maar is de inhoud van de bewuste tekst moeilijk. Dat hoor je aan de manier waarop wordt voorgelezen.

Bij twijfel. Laat het kind nog enkele regels meer voorlezen en vraag dan terloops wat hij of zij zojuist heeft voorgelezen.

Deze methodiek gaat natuurlijk ook op voor volwassenen, alleen hoeven wij volwassenen niet enkele regels hardop voor te lezen aan een andere volwassene. Dat kunnen we stilltjes doen. Blader domweg door een boek, en lees op een willekeurige pagina enkele regels. Dan krijg je al gauw een beeld van het boek en de manier waarop de schrijver het heeft geschreven. En vaak kom je er al snel achter dat dit boek níet bij jou past. Geen enkel probleem. Er is keuze zat.

Moraal?
De moraal van dit verhaal lijkt me duidelijk. Hang uzelf als ouder of leerkracht niet té veel aan systemen als het AVI op. Iedereen zal begrijpen dat een kind in groep 5 niet als de beste kan lezen (zeg AVI 8 of hoger), en waarschijnlijk ook geen beginner meer is (AVI 1-3). Elk kind is uniek, anders. Probeer eens wat uit. Thuis, op school of in de bieb. Pluk een willekeurig boek uit een kast, laat het kind effe een stukje lezen. Of hardop voorlezen. Tel het aantal vingers of beoordeel of het kind de tekst (ongeveer) begrijpt. En laat dat kind het bewuste boek lezen. Of terugleggen als het domweg té moeilijk voor haar of hem is. Tenzij .... tenzij het kind iets met het bewuste onderwerp of boek heeft.

Aanvulling maandag 24 september
Ik las toevallig het nieuwste boek van Ton van Haperen: Het bezwaar van de leraar : hoe slecht beleid de Nederlandse school vernielt. Van Haperen geeft al tientallen jaren economieles op een middelbare school, leidt nieuwe docenten op en laat zich in de de media en onderwijskringen vaak kritisch uit over zijn sector, het onderwijs.

Daarin laat hij zich regelmatig kritisch uit over docenten die onvoldoende vakkennis hebben (opgedaan) en (daarom) zwaar leunen op door commerciële partijen gemaakte onderwijsmethoden. Ze staan in zijn visie niet boven de materie, die ze geacht worden te doceren. AVI is een methode waar leerkrachten aan vast kunnen klampen die - om wat voor reden dan ook - onvoldoende in staat zijn om uit de losse pols te beoordelen welke boeken voor een bepaald kind geschikt zijn.

(dinsdag 4 september 2018)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten