Nederlandse bibliothecarissen
Natuurlijk doen Nederlandse librarians (bibliothecarissen) van alles om kinderen en volwassenen attent te maken op het belang van lezen. Organiseren ze cursussen en workshops voor analfabeten, laaggeletterden en mensen die digitaal achterlopen.

Dat doen we ook in de regio Noordoost Brabant in Nederland. Een gebied waar ruim 250.000 mensen wonen. Gelegen in de nabijheid van Eindhoven, Nijmegen en Den Bosch. Een bibliotheek met zestien vestigingen, waar ruim honderd mensen werken.

Een verandering van tijdperk
We zijn aardig bezig, maar ik ben langzaam tot het inzicht gekomen dat we feitelijk een grote groep volwassenen links laten liggen. Dat doen we vanuit de aanname dat de meeste volwassenen ‘klaar’ zijn. Zichzelf kunnen redden en dat bibliothecarissen voor hen niets bijzonders hoeven te doen. Behalve het organiseren van lezingen, tentoonstellingen, workshops of debatten over maatschappelijke onderwerpen. Een lezing over Frida Kahlo, een cursus over het imploderen van het Romeinse Rijk, een workshop websites bouwen of een debat over de voors- en tegens van CRISPR. Nogmaals, prima.

Maar helaas zitten we als wereld, als samenleving in een overgangsfase. Leven we in een tijd waarin bijna alles radicaal zal gaan veranderen. Jan Rotmans, de Nederlandse hoogleraar transitiekunde, bezigt vaak een zin die dit weten samenvat: We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. Erik Brynjolfsson & Andrew McAfee hebben het over Het tweede machine tijdperk. Jeremy Rifkin noemt het De derde industriële revolutie. Lone Frank denkt aan een Vijfde revolutie. Peter Diamandis voorziet een wereld van Abundance (overvloed) en Yuval Noah Harari houdt ons voor dat we uit kunnen groeien tot Homo Deus.

Onze gevoelens
Helaas hebben we een probleem. Volwassenen vertonen niet altijd volwassen gedrag.

Ze zijn vaak niet in staat om te begrijpen wat er gaande is en zijn (wellicht daarom) vaak niet in staat de juiste keuzes te maken. Dat heeft niet alleen met onvolwassenheid te maken.

Het heeft voor een groot deel ook te maken met de manier waarop ons brein functioneert. De Israëlische psycholoog Daniel Kahneman poneert in zijn internationale bestseller Ons feilbare denken uit 2011  dat in 95 procent van de tijd ons gevoel (Systeem 1) de overhand heeft. Daar is op zich niets mis mee want dat gevoel behoedt ons voor de meeste gevaren en leidt ons door de dag en het leven heen.

Helaas moeten we als mens af en toe ook écht nadenken. Voors en tegens van ‘iets’ afwegen. Dat doen we met onze ratio (Systeem 2). Diep nadenken kost echter veel energie, en daarom doen we het bij voorkeur zo min mogelijk. Het kost moeite. Dat gegeven botst helaas op onze sterk veranderende wereld. Een wereld waarin we minder op ingesleten gewoontes kunnen varen.

We zullen in zo’n veranderende wereld moeite moeten doen om af te wegen wat ‘het beste’ is. De automatische piloot even uitzetten. Helaas is in zo’n tijd ‘ons gevoel’ niet de beste raadgever, of leidsman. Integendeel.

Next, next, next ...
Mijn stelling is dat next librarians daarin een rol hebben te spelen. Dat woordje next bezig ik niet zomaar. Ik doe dat in relatie tot de next society.

Bijna alles zal de komende jaren flink gaan veranderen. Denk aan next food, next transport, next work, next (social) media, next journalism, next money, next work, next (social) media, next journalism, next money, next democracy, next economy, next leisure time, next values ...

Ik schat dat we over pakweg twintig jaar toe moeten geven dat op bijna alle genoemde terreinen dingen heel anders zijn gaan lopen. Hoe? Dat weet niemand. Anders, dat lijkt zeker. Niet per se beter.

We leven dan in onze next society.

Onvolwassen volwassenen
Alleen hebben we als samenleving momenteel een gigantisch probleem als we die noodzakelijke veranderingen moeten gaan aanpakken met een stel onvolwassen volwassenen.

Volwassenen die vaak serieus geloven dat alles bij het oude moet én kan blijven. Die niet in staat zijn om te gaan met tegenstrijdige informatie. Vaak tegen hun eigen belangen in handelen. Geneigd zijn te denken in termen van goed of kwaad, links of rechts, duur of goedkoop en niet kunnen vatten dat ‘de waarheid’ vaak ergens in het midden ligt.

Dat we de komende decennia vooral dilemma’s op ons bord zullen aantreffen. Aan elke (al dan niet afgedwongen) keuze zitten immers verschillende voor- en nadelen. En niemand kan op voorhand garanderen wat de beste keuze zal zijn.

Verder speelt dat in zo’n tijdsgewricht mensen zullen opstaan die met zeer ‘rare’ ideeën zullen komen. Ideeën waar de meeste volwassenen niets van moeten hebben. Ideeën die echter - zo wijst de geschiedenis uit - in de loop van de tijd vaak meer draagvlak zullen krijgen.

Raam van Overton
Een al in 2003 jong gestorven socioloog had het over een raam, inderdaad het Raam van Overton. Een denkbeeldig raam dat je over een maatschappelijke trend, probleem of idee kunt leggen. En in de loop van de tijd verschuift de manier waarop de meeste volwassenen er naar kijken. Je zag het bij slavernij, rechten voor vrouwen, later voor homoseksuelen en nu transgenders.

Je ziet het nu bij onderwerpen als het basisinkomen, systemen die recht gaan spreken of auto’s en andere zaken gaan besturen. In eerste instantie zijn het onbespreekbare zaken. Worden de voorstanders weggezet als idioten. Maar langzaamaan verandert de publieke opinie en worden ooit onwelkome ideeën door sommigen omarmd en op termijn zelfs omgezet in wetgeving.

Ik verzeker u dat we de komende decennia veel ramen van Overton kunnen waarnemen. En bibliothecarissen hebben in mijn ogen de taak om daar alert op te zijn en proberen met die thema’s lokaal ‘iets’ te doen. Mensen te voeden met de juiste informatie (boeken, tijdschriften, blogs, filmpjes et cetera). En vooral om lokaal met burgers het gesprek over deze onderwerpen aan te gaan. Een debat, een socratisch gesprek of een democratisch experiment waarbij honderd ingelote burgers namens de gemeenschap een bepaalde keuze maken en die voorleggen aan de gemeenteraad. Nadat ze - uiteraard - vanuit verschillende kanten met relevante informatie zijn gevoed.

Bibliothecarissen als vroedvrouwen
Een next librarian heeft voor alle duidelijkheid dé wijsheid ook niet in pacht. Maar zij is zeker niet neutraal of objectief bezig. Elke onderwerp dat zij op de lokale agenda zet is een keuze; want zij had ook een ander thema kunnen kiezen.

De next librarian realiseert zich - beter: weet - dat we als samenleving voor grote uitdagingen staan en dat we links- of rechtsom op verschillende terreinen andere wegen in zullen moeten slaan.

Burgers zullen dit zelf moeten doen, maar ik zie een rol voor de next librarian als een vroedvrouw. Die dit geboorteproces begeleidt. Zij heeft zeker het eitje niet geleverd, noch heeft hij het bevrucht. Ideeën komen vanzelf bovendrijven.

Net zoals jonge stellen kinderen zullen willen blijven ‘maken’, zullen samenlevingen nieuwe ideeën blijven ‘produceren’. Zeker zij die in een transitie zitten. We zullen er de komende decennia mee worden overspoeld. Evenzovele  kansen voor een next librarian om daar lokaal of regionaal op in te spelen, bij aan te haken.

Drie zinnen
De laatste tijd gebruik ik regelmatig drie zinnen om uit te leggen waar een next bibliothecaris mee bezig is. Dat zijn:
* Mensen te voeden met de dilemma’s waar we voor staan   
* Vragen stellen is gewoonweg krachtiger dan antwoorden geven   
* Volwassenen verleiden zich volwassener te gaan gedragen  

Dilemma’s
In een complexe wereld zijn er geen eenvoudige oplossingen.

Voor bijna alle uitdagingen waar we voor staan (klimaat, ongelijkheid, kunstmatige intelligentie of sleutelen aan ‘de mens’) dienen zich talloze ‘oplossingen’ aan; en, helaas zitten aan bijna alle varianten voor- en nadelen. Of kunnen we als mensheid domweg nu niet bepalen of een bepaalde richting ‘goed’ voor ons of ‘de wereld’ zal uitpakken.

Een next librarian weet dat en haar taak is het om juist die ‘rare’ ideeën aan het gesprek toe te voegen. Niet om een bepaalde uitkomst af te dwingen, maar om een gemeenschap te helpen ‘het beste’ te doen. Om hen te helpen groeien. De ‘juiste’ wegen in te slaan. Opdat een voldragen kind ter wereld komt.

Vragen
Nog niet zo heel lang geleden was een openbare bibliotheek een plek waar je naar toe ging als je iets wilde weten. Even iets opzoeken. Leeszalen vol naslagwerken, woordenboeken en encyclopedieën. Overal bibliothecarissen die je daarbij hielpen. Daar is niet veel meer van over. Overgenomen door de Google’s van de wereld. Momenteel stel je een vraag aan je mobieltje of iPad en het antwoord komt binnen enkele seconden.

Toch zijn er vragen waar geen antwoorden op zijn.

In mijn optiek stelt de next librarian die moeilijke vragen in zijn omgeving.

Kevin Kelly zei het in zijn boek The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future in 2016 als volgt:

Very soon we’ll live in a world where we can ask the cloud, in conversational tones, any question at all. And if that question has a known answer, the machine will explain it to us. (p. 287).

Maar Kelly weet ook:

Thus, even though our knowledge is expanding exponentially, our questions are expanding exponentially faster. () That gap between questions and answers is our ignorance, and it is growing exponentially. In other words, science is a method that chiefly expands our ignorance rather than our knowledge. (p. 283-284).

Los van de retorische kracht van Kelly snijdt hij wel iets belangrijks aan: ignorance (onwetendheid). Daar ging het wat mij betreft als bibliothecaris altijd al om. Rodney Crowell schreef er in 2005 een prachtig liedje over: Ignorance is the enemy. Zéér actueel en voor mij als bibliothecaris een soort lijflied. Ik herken er een opdracht en missie in: onwetendheid moet bestreden worden.

Scenius
Zo’n next librarian realiseert zich ook dat zijn werk zich afspeelt in een tijd waarin ‘het ik’ wordt verheerlijkt. Daar draait het om: mijn privé welbevinden. Ik kan me vergissen maar meen dat het in een next society weer iets-je meer zal draaien om het geheel. De gemeenschap. Lokaal, regionaal, op je werk, in je familie.

De Engelse muzikant, producer, kunstenaar en denker Brian Eno stipte dit onlangs aan tijdens een bijeenkomst over het basisinkomen. Hij zei in een kort Youtube-filmpje daarover geen kennis of mening te hebben, maar hij wist wel dat geniale mensen (als Rembrandt of Einstein) voortkomen uit een gemeenschap. Waarin ze zijn opgegroeid, die in hen hebben geïnvesteerd et cetera. Natuurlijk hebben/hadden ze geniale trekjes maar Bill Gates was niet zo succesvol en rijk geworden als zijn wiegje in de jaren vijftig in Somalië had gestaan.

Brian Eno bezigt in dat filmpje een nieuw woord: scenius. Dat is een gemeenschap die (soms) geniale mensen of nieuwe richtingen voortbrengt. En ik denk dat next librarians daar samen met anderen graag hun steentje aan bij willen en kunnen dragen. Dat kunnen ze ook omdat ze over iets bijzonders beschikken: ze hebben een plek. Een gebouw. Vaak ergens in het centrum van een dorp, wijk of stad. Een plek waar mensen graag komen. Laagdrempelig. Consumeren is niet verplicht.

Op deze third places is het voor velen ‘goed’ toeven en de next librarian zorgt dat er ‘van alles’ is te doen, te ervaren, geleerd kan worden. Oh ja, je kunt er ook nog medeburgers treffen die geen deel uitmaken van jouw eigen bubbel.

Vijf rollen
De Amerikaanse marketeer Seth Godin schreef daar zeer verrassend ook over. Hij gebuikt het woord next niet, maar het is alom aanwezig.
In een manifesto uit 2011 over het onderwijs in deze eeuw : Stop stealing dreams (what are schools for?). Daarin heeft hij het twee keer over bibliotheken.

Allereerst constateert hij dat de bibliotheek nog steeds een plek is. Waar mensen samen kunnen komen om samen te werken, van elkaar te leren, iets op te zetten et cetera. En de (next) librarian helpt hen daarbij. Hij constateert zeer verrassend dat het binnen de bibliotheeksector niet om (digitale) boeken draait en vooral het uitlenen daarvan. In Seth’s ogen is de (next) librarian een spin in het (lokale) web. Die van alles doet, onderneemt, initieert.

Hij benoemt verder in het langste hoofdstuk (The future of the library) vijf rollen van de (next) librarian.

Die is allereerst een producer. Daarmee bedoelt hij dat de bibliothecaris nadenkt over wat hij tot stand wil brengen en vervolgens op zoek gaat naar middelen en mensen om zoiets tot stand te brengen. Ook is hij een impresario, die een spreker of een tentoonstelling binnenhaalt en onderhandelt over condities en prijzen. Vaak staat hij korter of langer als een leraar voor een groep mensen. Iets uitleggen, een gesprek of debat leiden. Ook is hij niet te beroerd om af en toe als conciërge een beamer aan te sluiten, koffie te maken en te helpen met uitschenken. En door dit alles te doen is hij een verbinder. Tussen mensen en de collectie. En het doet er niet zoveel toe of die collectie in zijn bibliotheek staat of digitaal ergens anders is opgeslagen. Hij weet een bepaalde groep op het juiste moment te voeden met relevante informatie.

Hier kun je aan toevoegen dat de next librarian in deze context (bijna) per definitie ook een deelnemer is en er tot slot als een leerling ook zelf wijzer van wordt.

“Maar wat is die next society dan?”
Hét antwoord daarop kan niemand geven, want ligt in de schoot van de toekomst. Wat je er wel over kunt zeggen is dat in die next society veel van de huidige problemen voor een groot deel zullen zijn opgelost; beter: omgezet naar ‘iets’ anders.

Iedereen die wil kan dagelijks opsnuiven dat we als mensheid grote problemen hebben. Voor grote uitdagingen staan. Klimaatverandering, opraken van grondstoffen, massaal uitsterven van soorten, grote ongelijkheid in inkomens maar vooral in vermogens, de komst van slimme systemen die veel menselijk werk overbodig zullen maken, kunstmatige intelligentie die ons als mensen wellicht gaat overvleugelen, sleutelen aan genetisch materiaal et cetera

Helaas is de ‘oude wereld’ amper in staat om met de uitdagingen die voor ons liggen om te gaan. Houdt problemen in stand, voorkomt verandering.

Gelukkig zijn er altijd denkers die een houvast aanbieden. Niet dat zij dé oplossing voor alles hebben, maar eerder dat ze als het ware een soort mes aanreiken waarmee je als mens(heid) het ‘goede’ van ‘het kwade’ kunt scheiden. Een bril waardoor je relatief objectief kunt beoordelen of een bepaalde ontwikkeling goed is voor ‘de mens’ en ‘de wereld’.  

Zo’n mes, bril of houvast werd ons in april 2017 door een tot dan toe redelijk onbekende Engelse econoom toegeworpen. Je kunt het ook een verhaal noemen.

De Israëlische historicus Yuval Noah Harari merkt in zijn twee tot nu toe verschenen boeken herhaaldelijk op dat ‘goede’ verhalen het in zich hebben om een samenleving bij elkaar te houden. Goede verhalen zijn zo sterk dat bijna iedereen er in gelooft en bijna niemand meer ziet dat ‘de keizer’ feitelijk bloot rondloopt.

Past het binnen de donut?
Kate Raworth, die Engelse econoom, schuift een nieuw verhaal en beeld naar voren: de donut. In haar Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw bekent ze dat ze niet van donuts houdt omdat ze té zoet en ongezond zijn. Maar omdat een donut een binnen- en een buitenkant heeft is het wel een perfecte illustratie van de next society die ze zich voorstelt.

De komende jaren kunnen we ons steeds afvragen: Past het binnen de donut?

Ze zegt het zo:

Onder het sociale fundament van de donut liggen de tekorten in menselijk welzijn, zoals die worden ervaren door mensen die gebrek hebben aan essentiële levensvoorwaarden als voedsel, onderwijs en huisvesting. Boven het eoclogisch plafond bevindt zich een overmaat aan druk op de levenwekkende systemen van de aarde, zoals klimaatverandering, verzuring van de oceanen en chemische vervuiling. Tussen deze twee grenzen bevindt zich echter een aangename plek, die onmiskenbaar de vorm van een donut heeft en die de mensheid zowel een ecologische veilige als sociaal rechtvaaridge ruimte biedt. (p. 48)

Kate geeft zelfs ronduit toe dat ze niet alles zelf heeft bedacht. De donut is haar idee, maar de eenentwintig variabelen die ze in ‘haar’ donut opneemt hebben een sterke overeenkomst met de zeventien zogenaamde Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Die werden in 2015 door 193 regeringen in Parijs met elkaar afgesproken. Alle regeringen verplichten zich om tot 2030 uiteenlopende maatregelen te treffen om op die zeventien thema’s significante verbeteringen na te streven. Het motto had kunnen zijn: die de mensheid zowel een ecologische veilige als sociaal rechtvaaridge ruimte biedt.

Onze verslaving
Kate Raworth is samen met anderen tot de conclusie gekomen dat het verhaal dat ons de laatste tweehonderd jaar veel voorspoed en welvaart heeft gebracht bijna dood is.

Als hoofdprobleem ziet ze dat we als samenleving af moeten van de bijna heilige noodzaak om steeds maar te blijven groeien. Economische groei, daar moeten we van af. Helaas is dat extreem moeilijk, want de hele samenleving en ons economische model is daarop gebaseerd. Bijna iedereen gelooft nog steeds in dat verhaal; als oplossing voor onze huidige problemen.

Ze constateert echter dat er in de natuur nergens ‘oneindige’ groei bestaat, behalve in organismes die overwoekerd worden door kanker.

Als mensheid zitten we feitelijk met een ziekmakend systeem opgezadeld. Ons op groei gebaseerd verhaal ligt aan de basis van bijna alles wat in de loop van decennia erg scheef is gegroeid. Toch zullen we op zoek moeten naar een ander, veel minder ziekmakend verhaal. Dat is de grote uitdaging als we ooit in die next society terecht willen komen. Uiteraard kunnen we massaal de schouders blijven ophalen en doorgaan met ons oude leventje. Helaas kun je dagelijks informatie tot je nemen die daar haaks op staat.

We hebben als mensheid ‘krachten’ opgewekt die steeds verwoestender vormen aannemen. Dromen of geloven dat ze er niet zijn of binnenkort zomaar zullen verdwijnen is naïef en een voorbeeld van zeer onvolwassen volwassen gedrag.

In zo’n wereld hebben naar mijn mening next librarians een rol te spelen. Ze staan er gelukkig niet alleen voor. Er zijn andere professionals, die op andere plekken op hun manier hetzelfde moeten én zullen doen. Denk aan debatcentra, musea, kranten, tijdschriften, scholen, schouwburgen. Vaak hebben zij een nadeel. Ze richten zich niet tot de hele bevolking; zijn soms elitair.

Van collectie naar connectie, of ...
Enkele jaren geleden publiceerde de Commissie Cohen een rapport over de toekomst van het bibliotheekwerk in Nederland: Bibliotheek van de toekomst. In dat rapport gaat het niet over vroedvrouwen, noch wordt het begrip next librarians gebruikt. Dat is niet erg. Wel wordt op zeker moment gesproken over [van] 'minder collectie, [naar] meer connectie'. Bibliotheken zouden meer in moeten zetten op kleinere collecties (door afschrijven en minder aanschaffen) en meer op het samenbrengen van mensen. Om met elkaar 'dingen' te gaan doen.

Ik zal hier niet kritisch op deze visie reageren, maar wil wel een later verschenen rapport (sorry: een visiestuk) naar voren halen waarin een next librarian (annex vroedvrouw) zich meer in herkent.

In Via connectie naar collectie wordt bepleit dat groepen mensen, die binnen bibliotheekverband samenkomen om aan 'iets' te werken, aan het eind van hun traject als het ware nieuwe content aan de collectie toevoegen.

Dat kan een boek(je) zijn, een (web)artikel, een blog, een onderzoek, een tentoonstelling, een filmpje, een debat, een workshop, een advies aan ...  Door je samen met anderen te buigen over een onderwerp (uit onze next society?) ontdek je nieuwe inzichten en die deel je met anderen door daar een verslag van te maken en dat toe te voegen aan de (lokale) collectie.

Via connectie naar collectie

I have a dream
Mijn droom is dat overal bibliothecarissen zich als het ware herpakken en stappen nemen om in hun gemeenschap het gesprek te starten over de honderden thema’s die te maken hebben met die next society. Met iedereen.

Vanuit de aanname dat we allemaal op onze eigen manier onvolwassen gedrag vertonen en we elkaar moeten helpen om in die next society terecht te komen.

We zullen wel moeten.

Een relevante taak, opdracht, missie en houvast.

En of die next librarians zichzelf als vroedvrouw zien doet er niet toe. Het is maar een beeld, een verhaal.

Boeken
Erik Brynjolfsson & Andrew McAfee. Het tweede machinetijdperk : hoe de digitale revolutie ons leven zal veranderen (2014)
Peter Diamandis. Abundance: the future is better than you think (2012)
Lone Frank. De vijfde revolutie : omdat hersen-wetenschap onze wereld gaat veranderen (2010)
Yuval Noah Harari. Homo Deus : een kleine geschiedenis van de toekomst (2016)
Yuval Noah Harari. Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid (2014)
Daniel Kahneman. Ons feilbare denken (2011)
Kevin Kelly. The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future (2016)
Susan Neiman. Waarom zou je volwassen worden? (2014)
Kate Raworth. Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw (2017)
Jeremy Rifkin. De derde industriële revolutie : naar een transformatie van economie en samenleving (2014)

Internet
 Youtube - Brian Eno on basic income (2016)
Seth Godin. Stop stealing dreams (What is school for?) online manifesto (2012) pdf
Jan Rotmans. Website (2018)

Muziek
Rodney Crowell. Ignorance is the enemy. Liedje op het album The outsider (2005)

(woensdag 29 augustus 2018)
Hans van Duijnhoven, een oude bibliothecaris die jonge collega’s coacht om zich als next librarians te gedragen

Eerste (erg) lange versie van dit artikel: Next librarians (juli 2018) en hier de Engelse versie.

Homepage citaten