The first taste of death

The first taste of death
Children sleeping in hotels
Dream like grownups

Lars Saabye Christensen
Bovenstaande regels komen uit een gedicht van Lars Saabye Christensen.

Een Noorse schrijver waar ik nog nooit van had gehoord. Dat ligt aan mij; in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken zijn acht romans en een op een boek van hem gebaseerde speelfilm opgenomen. De boeken zijn tussen 2004 tot 2013 uitgebracht bij uitgeverij De Geus. En sommige romans - valt me nu up - gaan over muziek en the Beatles komen voorbij. Zo gaat het in Yesterday over vier jongelui in Oslo die in de jaren zestig met deze groep opgroeien.

Aha, Lars Saabye Christensen heeft iets met muziek, goede melodiën en catchy lyrics. Dat verklaart veel.

Ketil Bjørnstad
Lars Saabye Christensen leerde ik via een omweg kennen. Het begon ergens dit voorjaar toen ik (noodgedwongen een tijdje) naar een muziek streamingdienst ging/moest luisteren. Qobuz heet die dienst. Biedt voor zover ik na kan gaan minder dan Spotify aan, maar heeft wel bijzondere labels in haar aanbod. Op zeker moment kwam ik terecht bij pianist Ketil Bjørnstad.

Die naam kende ik wel, had er vage (voor)oordelen over (jazz, new age, vage muziek) maar feitelijk nooit naar hem geluisterd. Het toeval wil dat ik uit zijn zeer rijke oeuvre (dat woord is van toepassing want hij heeft meer dan vijftig cd's op zijn naam staan) ging luisteren naar een album uit 2014: A passion for John Donne.

John Donne, een Engelse dichter
Die cd was bullseye. Voor A passion for John Donne heeft hij elf gedichten van deze Engelse dichter/geestelijke uit het begin van de 17e eeuw op muziek gezet. Gecomponeerd voor een koor; mannen en vrouwen. Ook speelt een percussionist mee en hoor je af en toe een saxofoon.

De cd heeft af en toe iets weg van een inmiddels legendarische plaat (ook op het ECM-label): Officium uit 1994 waarop the Hilliard ensemble begeleid wordt door saxofonist Jan Garbarek. 

Het was niet meteen bullseye, maar langzamerhand werd het wel een verslavend album. Alle redelijk cryptische teksten gaan over dood en vooral de weerzin er tegen. Ik durf niet te beweren dat ik inmiddels alle teksten doorgrond. Ik vermoed dat je een leven lang op de teksten van John Donne kunt studeren en ergens aan het eind tot de conclusie moet komen dat je nog niet klaar bent.

Zeker is dat sommige regels uit de 'liedjes' die Ketil Bjørnstad ervan gemaakt heeft bij mensen van nu nog steeds kunnen aanslaan. Liedjes die gedraaid kunnen worden tijdens een afscheidsplechtigheid. Sommige songs zijn erg lang, waaronder het prijsnummer A nocturnal upon St. Lucy's day.  Sommige tracks zijn minder. Maar A passion for John Donne is al met al een schitterende plaat.

Wel een typisch Engelse plaat, gemaakt door Noren. De pianist, het koor, de percussionist en de saxofonist - allemaal Noren. Het Engelse zit in de sfeer van het koor. Je waant je zo in St. Paul's Cathedral in Londen. Waar een groot koor in vol ornaat hymns zingt ter ere van de koningin of God.

Die plek - St. Paul's - noem ik natuurlijk niet voor niets. John Donne was de laatste tien jaar van zijn leven de dean van St. Paul's Cathedral. Tegen die tijd schreef hij geen gedichten meer, maar wel preken. Die vandaag de dag - lees ik - nog steeds door sommige mensen worden bestudeerd en geapprecieerd. In de collectie van de bibliotheek zijn geen boeken van John Donne opgenomen. U kunt ze wel via ons reserveren bij collega bibliotheken.

Hieronder een typisch voorbeeld van John Donne's  stijl en 'ding': 

Thou art slave to fate, chance, kings and desperate men,
And poppy, or charms can make us sleep as well,
And better than thy stroke, why swellest thou then?
One short sleep past, we wake eternally,
And death shall be no more. Death thou shalt die. (Uit: Death, be not proud)

A suite of poems
Rondstruinend op Qobuz klikte ik af en toe andere platen van Ketil Bjørnstad aan. Ontdekte dat hij een zeer veelzijdig man is die niet gemakkelijk in een hokje ondergebracht kan worden. Verder zag ik dat hij vaak met andere muzikanten samenwerkt. Nog later zag ik dat hij ook nog als schrijver actief was. Sterker: in de collectie van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken zitten enkele titels, waaronder Ode aan de muziek uit 2006.

Ketil Bjørnstad is kortom een multitalent die ook 'iets' met taal heeft. Dat verklaart zijn dit jaar verschenen nieuwste cd A suite of poems. Waarvoor Lars Saabye Christensen de teksten (zeg: gedichten) heeft aangeleverd.

Zo aan het eind van deze zomer is die plaat voor mij uitgegroeid tot een meesterwerk en 'de beste' plaat van Ketil Bjørnstad. Uiteraard is zo'n stelling onzin, want wat is 'de beste' en ik heb nog lang niet alle ruim vijftig cd's van hem beluisterd, laat staan leren doorgronden. Maar op dit moment is dat wel hoe ik het zie.

Voor beginners is A suite of poems een mooie manier om hem te leren kennen. De John Donne-plaat is iets-je minder, want veel weerbarstiger en zal niet-koorliefhebbers tegenstaan.

Hotelsongs
Muzikanten trekken rond. Dat kan niet anders. Ze gaan waar een publiek naar hen wil luisteren. Succesvolle muzikanten trekken de hele wereld over en slapen daardoor noodgedwongen in hotels. Zo ook Ketil Bjørnstad.

In het cd-boekje van A suite of poems schrijft hij:

Hotel rooms have been like a second home to me since I was seventeen. 
It has been imperative to make these stays as comfortable and pleasant as possible.
Terje Rypdal taught me to unpack the suitcase immediately after arriving in a new hotel.
The shaving soap and the portable cd player had to be visible and easy to use.
Books and records should be put on the night table or the writing desk.
As I followed this method, every hotel I visited became a friend.
A place to work, write, rest and make plans.
Most importantly, hotel rooms taught me how to be alone.

Reizigers
Je ziet het voor je. Jaar na jaar struint Ketil Bjørnstad met zijn koffer de wereld rond, checkt in, pakt zijn spulletjes uit. Rust wat, maar gaat vooral door met wat hij kan: iets maken. Wellicht valt het u ook op: Ketil kán schrijven. Deze Ketil heeft natuurlijk over de hele wereld kennissen en vrienden opgedaan, gemaakt.

Een van hen, Lars Saabye Christensen, die hij sinds zijn zestiende kent, ging hem op zeker moment gedichten toesturen over ... hotels. Waarvoor hij muziek ging componeren. Dertien daarvan kwamen op deze cd terecht. Een andere Noorse kennis, zangeres Anneli Drecker, mengde zich later onbewust in dit gesprek toen ze Ketil tips gaf over hotels all over the world

Op A suite of poems komt het talent van deze drie samen. Teksten van Lars Saabye Christensen, muziek en pianospel van Ketil Bjørnstad en gezongen door Anneli Drecker.

Een cyclus
Feitelijk is deze plaat een cyclus. Alle 'liedjes' gaan over hotels. Je hoort alleen een pianist en een zangeres. Kaal. Zeker. Saai? Geenszins, alhoewel je wel van de stem van Anneli moet houden.

Aan het eind van wekenlang bijna obsessief luisteren naar deze plaat moest ik op zeker moment aan Martin van Amerongen denken. Wat zou deze veel te jong gestorven journalist hiervan gevonden hebben? Die naam kwam op omdat Ketil Bjørnstad overduidelijk een cyclus liederen heeft geschreven/gemaakt. En met liederencycli, daar had Martin, oud-hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, wel iets mee. 

Grootse teksten
Een goede cyclus wordt bij elkaar gehouden door een thema, een lijn. Dat is hier duidelijk: hotels. Grote hotels. Uit wereldsteden: New York, Melbourne, Berlijn, Parijs, Kopenhagen, New Orleans, Krakow, Venetië, Hamburg, Lissabon en Hong Kong. De meeste hotels zijn voor gewone stervelingen en bibliothecarissen niet betaalbaar.

Lars Saabye Christensen beschrijft niet hoe die concrete hotels eruit zien, van binnen noch van buiten. Het zijn bespiegelingen over het verblijf in hotels, rondtrekken, de altijd aanwezige bijbel, de piccolo (in het Engels bellhop, ook een prachtig woord), sleutels, liften, rode tapijten, verdwalen in die lange gangen, koffers. Christensen refereert aan beelden die bij ons allen in ons hoofd zitten. Ik moest af en toe denken aan een recente film van Wes Anderson: The grand Budapest hotel uit 2014, maar je doet Christensen onrecht als u nu denkt dat zijn gedichten over de glorie en grandeur van dit soort grootse hotels gaan. Maar hij stipt dat oergevoel in ons wel aan.

De hele cyclus gaat over ... het leven. Wat het is om mens te zijn, ouder te worden, 'dingen' mee te maken, ervaringen op te doen, mensen te ontmoeten, alleen te zijn en ... in the end: ook weer de dood. Alleen ligt het er niet dik op. Integendeel. Het heeft een laconieke toon. Leeft als het ware voor om je quasi nonchalant door het leven heen te bewegen. Een vleugje stoïcisme. Zen. Dingen nemen zoals ze op je levenspad komen. En je realiseren dat je in the end ook voor jezelf een raadsel bent; en zult blijven. Veel levenswijsheid, in prachtige niet cryptische zinnen opgeschreven. Groots. GROOTS. Grote kunst.

Muziek, melodieen
Ketil Bjørnstad heeft die teksten op muziek gezet. En koos hier voor pianobegeleiding met (vrouwen)stem. Een oude 'formule'. De hele cyclus heeft dezelfde toon. Kern daarvan is weemoed met een opgewekte klank. Vaag? Inderdaad. Muziek laat zich amper omschrijven. Zeker is (voor mij) dat hij hemelse melodieen heeft geschreven, die door Anneli Drecker worden gezongen. Anneli Drecker is lang geleden lid geweest van het in Nederland niet zo bekende Noorse 'popgroepje' Bel canto. Ze heeft een opmerkelijke stem en een goede dictie. Alle woorden komen kraakhelder over. 

Een liedje: Palace, Copenhagen
Dit artikel begon met een citaat uit track 5: Palace, Copenhagen en daarin verhaalt Christensen over zichzelf. Dat vermoed ik, want het gaat over een gebeurtenis op 23 juni 1963. Toen was Christensen tien jaar oud. En mocht met zijn ouders voor de eerste keer mee naar een hotel. In het buitenland, Denemarken. Ze logeerden in 'het' Palace hotel. In vijftien eenvoudige regels schetst hij wat er die dag gebeurde en stipt aan wat hij toen ervaarde. En daar voegt hij nu - decennia later - filosofische gedachten aan toe over wat het betekent om ouder te worden en de dood.

Een zin - bijna op het eind, voordat de regels over the first taste of death komen - is (natuurlijk) ook een beauty: remembering all the time still to come. Je alle dingen herinneren die nog komen.

Palace, Copenhagen
I remember, I still remember myself

silent between my parents, entering
my first hotel, on a red carpet
framed with gold, through a bronze door
the 23rd of june, 1963
the danish sun behind us
wiping up the rain from the cobblestones
my shadow was heavier than my little green suitcase
and I saw, as I suddenly grew old
that my parents were strangers, younger than me
the clerk handed them the magic key
and I, scared and shy, felt like a penguin
in the elephant's cage, remembering all the time
still to come

the first taste of death
children sleeping in hotels
dream like adults                 

Opmerking: Anneli Drecker zingt grownups i.p.v. adults

Nog een liedje: Mayday Inn, Hong Kong
Het voorlaatste lied gaat ogenschijnlijk over ongemakken die een wereldreiziger meemaakt. Gedoe met kamers. Dingen vergeten. Gedoe met spullen. Ogenschijnlijk gaat het ook om de voorkeur die de hoofdpersoon heeft voor kleine kamers, want van grote wordt hij zenuwachtig. Maar de 'clou' van deze juweel zit ergens aan het eind. Waar hij opmerkt steeds dingen kwijt te zijn, maar vooral zichzelf: I can't even find me. Tja, ik vermoed en hoop dat u dat gevoel ook wel eens heeft.

Mayday Inn, Hong Kong
I prefer small rooms

big rooms make me nervous
I get lost between the bed and the shower
the window's too far away
and this chandelier looks like seven moons
in a pidgin sky
that's why I prefer small rooms
big rooms make me nervous
big rooms just make me blue
I can't find my wallet
I can't find you
I can't find my watch
I can't find my hat
I've been sleeping on a stinger (een drankje)
all my dreams are flat
I can't find my umbrella
I can't find my key
I can't find my tune
I can't even find me
So I always ask for the smallest room
I got it
I got it at last
A white suite of varnish and wood

Liederencyclus
A suite of poems is overduidelijk een liederencyclus. En daar had de eerder aangestipte Martin van Amerongen iets mee.

Deze flamboyante journalist stierf té jong in 2002. Werkte vooral voor Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer. Een allround schrijver die 'iets' had met Duitsland, de Duitse taal, cultuur én muziek. Schreef regelmatig over Richard Wagner, Johann Sebastian Bach, Robert Schumann en Franz Schubert. Die laatste twee hebben het 'genre' van de liederencyclus 'uitgevonden' en groot(s) gemaakt. De kampioen is natuurlijk Franz Schubert met Die schöne Müllerin, Schwanengesang en de Himalaya van de liederencyclus: Winterreise

Ruim vijfentwintig jaar geleden bekende Martin van Amerongen in een van zijn vele artikelen dat hij iets verzamelde: fonografische weergaven van Die Winterreise (De oorlogsverklaring van Schubert, NRC - 24 april 1992).

Dat artikel trok toen natuurlijk mijn aandacht. Enige jaren daarvoor was ikzelf met het Schubert-virus besmet. Had inmiddels ook door hoe monumentaal goed en groots Winterreise was. Wist dat Franz Schubert op een bepaalde manier aan de basis van de huidige popcultuur (met haar liedjes) stond. Had braaf de eerste tien cd's uit de Hyperion Schubert edition (het project van pianist Graham Johnson om alle zevenhonderd Lieder van Schubert te gaan opnemen) gekocht. Tot dan had ik pas een Winterreise gekocht, gespeeld/gezongen door Dietrich Fischer-Dieskau en Alfred Brendel. Kon me niet voorstellen wat Martin van Amerongen in dit stuk beweerde, dat hij Winterreise's spaarde. Later begreep ik dat hij er toen rond de vijfendertig versies van had. Tien jaar las ik dat hij er in 2002 bijna vijftig bezat (Een klein beetje beschaving bijbrengen, Trouw, 13 mei 2002).

Ergens in 1997/1998 moet ik Martin van Amerongen benaderd hebben. Kort nadat de lokale muziekschool (Muzelinck) was ingetrokken in hetzelfde pand waarin schouwburg De Lievekamp en de Osse bibliotheek zaten. Ik vroeg hem een avond in Oss te komen vertellen over zijn fascinatie voor het werk van Franz Schubert.

Die avond werd een flop. Er waren amper bezoekers en ik draaide de geluidsfragmenten die Van Amerongen had uigekozen veel té hard af. Na een uurtje stelde hij voor om te stoppen en een borrel te gaan pakken. Enkele jaren later stierf hij. Maar hij bevestigde me - voor zover nog nodig - in mijn gevoel dat Franz Schubert grootse liedjes (sorry: Lieder) kon schrijven. Die door talloze zangers en pianisten zijn opgenomen. Opnames die je kunt sparen; als postzegels. 

Winterreise
In het artikel uit 1992 staan enkele regels waarin Martin van Amerongen uitlegt waarom Winterreise zo'n groots werk is. Enkele citaten:

Het is het vierentwintig muzikale miniaturen omvattende verslag van de wanhopige wandeling, door ijs en sneeuw, van een verliefde, maar afgewezen, jongeling. “Und ich wandere sonder Massen, ohne Ruh und suche Ruh.” Totdat hij de bejaarde lierdraaier ontmoet die met halfbevroren vingers zijn instrument bespeelt. “Wunderlicher Alter, soll ich mit dir gehn? Willst du meine Liedern deine Leiher drehn?”

() Zijn Winterreise is echter allerwege als een meesterwerk erkend. Op de verkeerde wijze, denk ik. Het liederenlievende publiek laat zich graag bekoren door het welluidende gesomber in deze cyclus en is veelal doof voor de politieke en persoonlijke implicaties. 

() Nee, Schuberts Winterreise is geen op muziek gezette kasteelroman, maar een spijkerharde beschrijving van afgronddiepe menselijke ellende, dwarsstaand op elk vertoon van sentimentaliteit. De uitvoerend kunstenaar èn het publiek zijn daarvoor veelal doof. Het beroemde lied Der Lindenbaum, het vijfde lied van de cyclus, kreeg al spoedig de twijfelachtige status van evergreen, op bruiloften en partijen voor te dragen, liefst begeleid door een trekharmonika. “Ich träume in seinem Schatten so manchen süssen Traum...” Helaas, het gaat hier niet om een dromerige idylle, maar om een kwestie van leven en dood, het gaat hier om een linde die de radeloze zwerver fluisterend uitnodigt om zich in zijn takken te verhangen. “Komm her zu mir, Geselle, hier findst du deine Ruh!”

() Zijn er overigens nog liefhebbers die ik mijn collectie Winterreises (zevendertig) cadeau mag doen? Want de oorzaak van deze beschouwing is mijn Winterreise nummer achtendertig. Gezongen door de Japanse mezzo-sopraan Mitsuko Shirai. De begeleidende tekst spreekt over Schubert als een "heden ten dagen tot een klassieker vergroofde' kunstenaar, van wiens "compromisloosheid' zelden iets te bespeuren valt. Vervolgens presenteert de zangeres een regelrechte oorlogsverklaring aan de Biedermeier, in een voordracht die je doet beven in je stoel en je het gevoel geeft pas nu, na een kwart eeuw Winterreisen, te begrijpen wat de componist ons met zijn Zyklus schauerlicher Lieder aan het verstand heeft willen brengen.

Luistercafé Noordkade
Op 14 september 2018 begint het derde seizoen van Luistercafé Noordkade. Avonden op de Noordkade in Veghel waar eer betoond wordt aan grote namen uit de muziek. Meestal komen ze uit de popmuziek; maar die is erg breed. Tijdens de voorbereidingen heb ik voorgesteld om ergens in 2019 een avond te organiseren rondom Franz Schubert en vooral diens Winterreise. Ben benieuwd of dat gaat lukken. En of er meer dan tien mensen op af willen komen. Eenzelfde bevlogen en erudiete kenner als Martin van Amerongen zal moeilijk te vinden zijn; maar we doen ons best.

Kern van de avond is wat mij betreft om aanwezigen er van te doordringen dat Franz Schubert gewoon leuke liedjes schreef. Op teksten van bekende en onbekende namen. En een bariton of tenor zong ze. Simpel. Vergelijkbaar met wat Ketil Bjørnstad doet. Misschien kunnen we de muzikanten die aantreden overhalen om voor deze avond ook een liedje van Ketil Bjørnstad in te studeren.

De tijd zal natuurlijk leren of over pakweg een eeuw na nu zijn suite of poems nog steeds zal worden uitgevoerd. En hoeveel opnames er van zijn gemaakt. En of er idioten rondlopen die 'ze' allemaal sparen. Wie weet schrijft er tegen die tijd ook iemand een dik boek over.

Boek
Ian Bostridge. Schuberts Winterreise : een meesterwerk ontleed (Hollands diep 2016)
Auke Hulst. Motel songs (Atlas Contact 2017) cd met liedjes van Auke

(zaterdag 18 augustus 2018)
Hans van Duijnhoven