Als we niet veranderen, verspelen we onze toekomst.

Zoektocht naar een overkoepelend thema
Maandag 3 oktober 2016 viel het spreekwoordelijke kwartje. Iedereen herkent het. Je loopt al een tijdje met ‘iets’ rond. En dan kom je op een onverwachte plek. Lees je iets. Hoort iemand iets vertellen en verhip: je bent in staat losse eindjes aan elkaar te knopen.

Dit keer overkwam me dit in schouwburg De Lievekamp in Oss, waar die avond historicus Maarten van Rossem een theatercollege hield. Hij sprak bijna twee uur aan een stuk over de overeenkomsten tussen de Nederlandse en Amerikaanse verkiezingen. Voor vierhonderd man. In zijn verhaal nam hij veel andere zaken mee. Een belezen man. Niet gespeend van ironie, noch te beroerd om sommige mensen negatief neer te zetten. Je steekt er iets van op.
 
Toch vertelde hij in wezen niets nieuws. Zijn verhaal over de identiteit van ons land had hij al eens eerder verteld. Ik had erover gelezen. Maar dit keer kwam dat onderdeel van zijn college goed van pas. Hielp me over een dood punt heen.

Ik was al een tijdje bezig een drietal sprekers te strikken om in de regio Noord Oost Brabant te komen spreken. Was op zoek naar een overkoepelende noemer. Lezingen waarin de échte onderwerpen voor de toekomst naar voren zouden worden gebracht. Issues waarover in de reeds begonnen verkiezingscampagne niet of amper wordt gesproken. Onderwerpen die ver weg lijken. Of waarvan nog maar afgewacht moet worden of én hoe ze tegen die tijd zullen uitpakken. Thema’s waar de gemiddelde burger nog niet echt wakker van ligt. Maar die wel degelijk impact zullen hebben op ons dagelijks leven. De manier waarop dingen in onze samenleving geregeld worden. Onderwerpen die onze identiteit raken. Ik was op zoek naar een linking pin tussen deze sprekers en Maarten van Rossem reikte die zomaar aan. Het draait om onze identiteit.

Maar onze identiteit bestaat toch niet?
Dagelijks kun je in de media mensen tegenkomen die zich zorgen maken over het verloren gaan van ‘onze’ (Nederlandse’ of ‘westerse’) identiteit. De constatering van prinses Máxima dat die niet bestaat, wordt door velen niet gedeeld. Maar desalniettemin wordt het begrip in de reeds begonnen verkiezingscampagne om de haverklap geuit. Duikt op in de media. Er zijn zelfs heren die opkomen voor ‘onze’ identiteit. Of menen te spreken namens ‘het’ volk.
 
Maarten van Rossem probeerde dit idee van ‘onze’ identiteit op zijn manier onderuit te halen.

Want wiens kijk op de werkelijkheid is de ‘onze’? Welk gedrag is typisch Nederlands of westers? Die van mensen uit Staphorst, Venlo, Oud Zuid of Oude Pekela? Jongelui met of zonder een tattoo; die blowen, drie bijbaantjes hebben of zich bezighouden met comazuipen? Ouderen die een groot deel van het jaar in Spanje wonen, als mantelzorger actief zijn of cursussen volgen bij de HOVO? Voetbalsupporters die in de huiskamer samen naar voetbal kijken, zich op de tribunes ontspannen gedragen of stiekem in de bossen met collega’s op de vuist gaan? Denk aan oude blanke bezorgde mannen, zich vervelende hangjongeren met of zonder een kleurtje, vrouwen die actief bezig zijn  hun lichaam te verbeteren, een hoofddoekje dragen of hard werken om door het glazen plafond heen te breken. Hoog- en laagopgeleiden. Mensen met veel of weinig inkomen/vermogen. Fanatieke autorijders, gehandicapten op een elektrische fiets, SBS-kijkers of Pieterpadlopers.

Zeker lijkt dat mensen op verschillende manieren in het leven staan. Voor andere ‘dingen’ warmlopen. Zich afwijkend van elkaar in het publieke domein gedragen. Maarten van Rossem concludeert samen met prinses Máxima dat ‘de Nederlander’ niet bestaat. En dat er daarom ook niet zoiets als een Nederlandse identiteit kan bestaan.



En toch lijken we veel op elkaar!

Van Rossem's conclusie was dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. We zijn te divers, maar desondanks is er veel dat ons bindt. Gemiddeld genomen hebben we het – vergeleken met de meeste andere landen – nog niet zo slecht. Sterker: we scoren in bijna alle lijstjes waarin landen worden vergeleken zeer positief. We zijn lucky bastards dat we hier zijn geboren, mogen opgroeien en leven. Natuurlijk kan het beter en anders, maar im großen ganzen zijn we goed af. Zijn gezond, hebben een redelijk (stabiel) inkomen, worden steeds ouder, wonen in een goede omgeving, onze kinderen kunnen zich ontwikkelen et cetera.
 
Vergeleken met – bijvoorbeeld - de jaren vijftig hebben we een razendsnelle ontwikkeling meegemaakt. Van Rossem kon niet nalaten het rozige beeld van die jaren (waarin hij opgroeide) negatief naar beneden bij te stellen. Of (her)lees de bestseller van Annegreet van Bergen (Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd) om een beeld te krijgen van de lawine aan veranderingen die over ‘ons’ zijn heen gekomen.


Er is weinig uit die tijd waar mensen nu nog warm voor lopen. Er werd toen heel anders gedacht over de rol van vrouwen, homoseksuelen, arbeiders, gelovige mensen, de elite. Het was een standenmaatschappij waarin iedereen als het ware opgesloten zat in een zuil. Een tijd waarin het individu amper centraal stond. En alhoewel er bij sommige ouderen een bepaalde nostalgie naar die jaren is, willen de meesten - als puntje bij paaltje komt - onder geen beding terug. Van Rossem moet niets van dat gedweep hebben. En zeker niet van politici die zich opwerpen als vertolkers van dat gevoel. Die zeggen namens ‘ons’ te spreken.
 
Heren die vrolijk (maar meestal bozig) beweren dat onze identiteit bestaat, ja zelfs onder vuur ligt. En dat gaat ook op voor ‘ons volk’. Ook zo’n afkalvende groep. Bedreigd door binnen- en buitenlandse krachten. Waar hard tegen opgetreden moet worden. Maar dit laat onverlet dat dé identiteit, noch hét volk bestaat. Wat wél zeker is dat onze identiteit de komende jaren wel degelijk zal veranderen. Maar op een heel andere manier.

Onze identiteit gaat wel degelijk veranderen
Maar anders dan veel mensen nu menen. In de grote kanteling waarin we terecht zijn gekomen zullen veel zekerheden onderuit geschoffeld worden. Zichtbaar, maar vaker sluipend, bijna geniepig. Kleine dingen die veranderen. In een relatief traag tempo. ‘Alles’ is volgens de Amerikaanse schrijver Kevin Kelly inevitable op weg ‘iets’ (anders) te worden. Maar kleine beetjes veroorzaken op de iets langere termijn wel degelijk grote veranderingen. Het heeft vooral te maken met zaken die we nu voor granted nemen. Zaken die we als (bijna) statisch ervaren. Bij onze wereld horen als zuurstof en vaste grond onder onze voeten. Tóch zitten we midden in een samenleving die tot in haar vezels zal (gaan) veranderen. Daarover wilde ik die drie sprekers laten spreken. Opdat we ons als burgers achter de oren krabben. Willen we dit wel? En zo nee, hoe denken we dit dan te kunnen voorkomen?

‘Enkele’ identiteit bedreigende ontwikkelingen
Uiteraard kan ik me vergissen. Loopt het misschien zo’n vaart niet. Er zijn nu eenmaal altijd veranderingen geweest waar de mensen in een bepaalde tijd mee moesten leren wheelen en dealen. Tóch? De mens kan dat goed: zich aanpassen.
Toch poneer ik hier enkele onderwerpen die ons écht zullen dwingen naar onszelf te kijken; onze ‘identiteit’ bij te stellen. Of scherper geformuleerd: onze identiteit zal de komende jaren, decennia op tal van terreinen fundamenteel veranderen. Ook al willen we het niet. Ik kan me vinden in de lijfspreuk van Jan Rotmans, de Rotterdamse hoogleraar transitiekunde, dat we een verandering van tijdperk meemaken. Dat we kortom niet leven in een tijdperk waarin – zoals altijd – veranderingen op de mens afkomen.
 
De Duits-Nederlandse historicus Philipp Blom (1970-) formuleert dit gevoel op zaterdag 8 oktober in Het Financieele Dagblad. In dit interview heeft hij het over de grove lijnen van zaken die onze identiteit bedreigen én hoe we ons daar als mens toe (zouden) moeten gaan verhouden. Hij onderkent dat dit op twee manieren kan: afwijzend (negatief) of open (positief). Het artikel begint als volgt:

Europa heeft geen toekomst, schreef historicus Philipp Blom onlangs. Hier is geen verstokte euroscepticus aan het woord, maar een man die de Europese cultuur en de Europese samenwerking een warm hart toedraagt. Blom is bezorgd, vooral over het onvermogen van beleidsmakers en burgers om de toekomst recht in de ogen te kijken. En om te onderkennen dat klimaatverandering, de vluchtelingencrisis en de steeds verder oprukkende automatisering ingrijpende gevolgen zullen hebben, of we nu willen of niet.

‘Europa staat nu voor de keuze die ingrijpende ontwikkelingen over zich heen te laten komen of ze actief vorm te geven. Dat laatste is verreweg het beste, maar dan moeten we wel bereid zijn verandering te accepteren. Ik ben niet erg optimistisch dat dit zal lukken.’

() Het gaat over de vraag wie “wij” in Europa eigenlijk zijn in deze snel veranderende wereld. De vraag hoe wij onszelf definiëren is actueler dan ooit, want we staan door de klimaatverandering voor een grote transformatie. In de 17de eeuw hebben we ook al eens zo’n transformatie doorgemaakt. In de kleine ijstijd daalde de temperatuur met twee graden en dat had ingrijpende gevolgen voor de landbouw, waar toen alles om draaide.’

() Maar het succes van toen is nu een bedreiging voor onze existentie geworden. Grondstoffenvoorraden raken uitgeput, klimaatverandering dwingt ons tot radicale aanpassingen van de productie en door de robotisering moeten we het hele idee van betaald werk tegen het licht houden. Als de helft van de beroepsbevolking straks geen werk meer heeft, roept dat economische, sociale en filosofische vragen op. Ben ik als ik geen baan heb alleen een aalmoesontvanger of ben ik op een andere manier van waarde? Wij kunnen het ons in Europa niet permitteren te blijven zwelgen in de illusie van een eeuwigdurend heden. Als we niet veranderen, verspelen we onze toekomst.’

Niet langer zwelgen in een eeuwigdurend heden
Ik denk dat de grootste impact op onze identiteit te maken heeft met de komst van een ander economisch model. Het oude is ‘op’. Functioneert niet meer. Niemand weet hoe dat nieuwe model er uit zal zien, maar de signalen worden steeds duidelijker dat we zijn vastgelopen. Dat het ook niet langer houdbaar is. Het systeem produceert té veel ongelijkheid, houdt ons gevangen in een almaar doorgaande ratrace om te blijven groeien. In een tijd waarin de aarde het niet langer trekt en miljoenen mensen over de hele wereld feitelijk overbodig worden; niet meer nodig zijn maar nog wel in ons midden willen leven. Steeds meer deskundigen trekken op deelonderwerpen de conclusie waarom ‘het’ niet meer functioneert. Nergens is echter nog een denker opgestaan met de gouden formule. Ik vermoed dat een jubeljaar niet zal volstaan; maar sluit niet uit dat zo’n jaar wordt uitgeroepen. Wellicht maken ‘we’ zelfs nog mee dat helikopters geld over ons gaan uitstrooien.

Naar mijn mening zal de meeste impact op onze identiteit hebben dat we straks niet langer meer met geld geld mogen maken. Rente op rente. Door geld (van anderen) in te zetten zelf rijker worden of blijven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor die renteniers, maar linea recta ook voor onze pensioenen. De tijd dat we discussiëren over een basisinkomen zal spoedig voorbij zijn. Links- of rechtsom komt er iets dergelijks. Momenteel hebben in ons land naar schatting al vijf miljoen mensen een of andere vorm van basisinkomen. Alleen realiseert bijna niemand zich dit. Spreek er een bejaarde man of vrouw maar eens op aan. “Uw pensioen is een vorm van een basisinkomen!” De tijd dat het pensioen een recht was, of dat je het zelf hebt ‘verdient’, loopt op haar einde. Zo zal ook het begrip ‘verdienen’ in een heel ander daglicht komen te staan. Om dit te snappen moeten we een uitstapje maken naar het Engels. Daar bestaan voor verdienen twee begrippen: to earn and to deserve.

Herovering van the commons?
Ook zullen we moeten wennen aan een samenleving waarin we steeds  minder fossiele energie en grondstoffen (mogen) verslinden. Uiteindelijk komen we in een samenleving terecht waarin (bijna) alles hergebruikt moet kunnen worden. Ons afval gescheiden aanleveren is daarmee vergeleken peanuts. Waarschijnlijk worden de meesten van ons de komende jaren ook losgekoppeld van het elektriciteits- en gasnet. We gaan onze eigen energie produceren, verbruiken en delen met naasten. De gemeenschap zal opnieuw gedefinieerd worden en ontstaan. We gaan van de zogenaamde enclosure of the commons (volgens Harding) naar de herontdekking van de commons, het gemeengoed. Er liggen veel beloften in de schoot van de toekomst. Allemaal ontwikkelingen die op onze identiteit in zullen werken.

Ook zal steeds duidelijker worden dat de mens her en der verspreid over de aardbol het slachtoffer wordt van het veranderende klimaat. Ik schat dat binnen twintig jaar de eerste serieuze voorstellen worden gelanceerd om niet langer te blijven investeren in het laaggelegen West Nederland. Dat we verder gedwongen worden miljoenen mensen vanover de hele wereld in het hoger gelegen en qua temperatuur aantrekkelijke deel van Nederland op te nemen.

Lastig zal ook worden hoe te wennen aan een leven waarin we misschien nog maar vijftien uur per week hoeven of mogen werken. Ik ga er gemakshalve vanuit dat we over enkele jaren zonder al te veel discussie en gedoe overstappen op een grootschalige herverdeling van schaars betaald werk. Dat in die tijd ook de zogenaamde pensioengerechtigde leeftijd wordt afgeschaft. Je gaat vanaf dan door zolang je kunt, wilt of mag.
Op dit moment ontlenen we veel status en levensvreugde aan ons werk. We zijn er trots op. Zien onszelf als vakman of vakvrouw. Als dit navenant minder of anders wordt zal dit zeker impact hebben op onze identiteit. Voor veel mensen zal het echter ook een opluchting zijn. Mensen die werk moeten verrichten dat niet bij hen past, mogen of kunnen stoppen. Denk ook aan werknemers die opgesloten zitten in een zogenaamde bullshit baan. Die werk doen waarvan zij zelf amper het nut inzien. Waar - sterker - de maatschappij last van heeft. Of alle managers die in die andere tijd aan moeten schuiven bij een soort collectief, dat zichzelf aanstuurt. Kilo’s status en ‘verdiensten’ worden kalt gesellt.

Birth school work death
Het zal ook wennen zijn dat onze tijdshorizon verlengd wordt. We gaan niet alleen minder (en anders) werken, maar worden ook nog veel ouder. Er ligt een zee aan vrije tijd te wachten. Maar wat is vrije tijd als je amper meer betaald hoeft of mag werken. De cd-titel “Birth school work death” van de relatief obscure band The Gofdathers behoeft aanpassing.


Het ‘natuurlijke’ ritme van ons leven staat op de tocht. Door uiteenlopende technologische doorbraken kunnen we op andere momenten in ons leven kinderen krijgen, naar school gaan, werken (maar wat is werk nog?). We gaan straks wellicht minder dood aan bepaalde ziektes, maar eerder omdat we er uit verveling ‘uitstappen’. Of hoe zal onze identiteit er uit zien als we onszelf naar de cloud of een ander lichaam kunnen uploaden. Volstrekte onzin? Wie zal het zeggen. Zeker is dat niet de minste wetenschappers hierover nadenken en wie weet ons ooit voor het blok zullen zetten.

Het Max Verstappen-gevoel? Foetsie?
En hoe zal de identiteit van die stoere automobilist worden aangetast als hij (!) over vijftien jaar geen auto meer mag rijden. Veel te gevaarlijk! Onze rijbot doet het veel beter. Weg Max Verstappen-gevoel. Hetzelfde gaat op voor de buurtbarbecue. Voorbij die ‘heerlijke’ tijd waarin je samen op een verbrand stukje vlees stond te kauwen. Lastig ook als over twintig jaar wettelijk wordt vastgelegd dat varkens, koeien en paarden bepaalde rechten zullen krijgen. En hoe gaan we straks om met een bijna-verbod op korte vliegtrips naar een stad? Natuurlijk kunnen we ook hopen op ‘de verlossing’ voor dit soort problemen. Wie weet vliegen vliegtuigen straks op zonne energie. Eten we geprinte biefstukken; niet van echt te onderscheiden. Het kan ook zijn dat we massaal via een virtual helm op vakantie gaan. Nooit meer in de file voor de Machu Pichu. Wat het doet met onze identiteit? Veel.

Onvermijdelijk?
Al dit soort veranderingen dwingen ons ‘anders’ in het leven te (gaan) staan. Dat zal niet meevallen. De meesten van ons zijn er niet op voorbereid. Niet op school, op je werk, in je omgeving. En toch besluipen die identiteits-ondermijnende zaken ons dagelijks leven. Op talloze terreinen. Het valt niet te stoppen. De eerder genoemde Kevin Kelly is daarin heel stellig: wetenschap én daarmee samenhangende technologie laat zich niet stoppen. Het is een soort wezen (hij noemt het ‘het technium’)  dat een eigen drive heeft. Er op gericht is - mijn woorden - door te denderen.

Deze veranderingen zullen ook een groot effect hebben op ‘de politiek’. De manier waarop onze democratie functioneert. Overal op de aarde roeren zich momenteel duistere krachten. Zijn grote mannen bezig hun territorium te verdedigen of groter te maken. Worden regionale conflicten uitgevochten. Slaan nog meer mensen op de vlucht. Het is vaak moeilijk te onderscheiden waar de oorzaak ligt. Zeker is dat deze turbulentie ook nog wel enige decennia zal aanhouden.

Ons mensbeeld
De laatste jaren zijn er tientallen populair-wetenschappelijke boeken verschenen waarin de geïnteresseerde leek bijgepraat wordt over wat ons tot mens maakt. De redelijk ontnuchterende conclusie moet zijn dat we amper in control zijn over onszelf. We worden ‘geregeerd’ door ons gevoel. Zijn zeker geen homo economicus. In onze hersenen is een ‘systeem’ actief dat ons in staat stelt om zonder veel ongelukken door het leven te bewegen.

Daniel Kahneman, de Israëlische psycholoog én Nobelprijswinnaar voor Economie, poneert het krachtige beeld (of ‘verhaal’) dat dit gevoel (hij noemt het Systeem 1) ongeveer 95% van de tijd actief is. Een prima systeem. Het heeft echter als nadeel dat we soms té veel op dat gevoel afgaan. Systeem 1 gaat dan als het ware met onszelf op de loop. Verhindert dat we de goede beslissingen nemen. Afgewogen besluiten nemen we met Systeem 2, dat ongeveer 5 procent van de tijd actief is. Het moge duidelijk zijn dat ons identiteitsgevoel vooral door Systeem 1 wordt gegenereerd. Daarom is het zo moeilijk om dingen die haaks staan op het voor de hand liggende, het normale, het alledaagse toe te laten. Het vergt nadenken. Onlangs haalde publicist Bas Heijne in Onbehagen : nieuw licht op de beschaafde mens een beeld van Sigmund Freud aan. Dat beeld lijkt veel op dat van Daniel Kahneman. De kern daarvan is dat we iets-je vaker het realiteitsprincipe (in ons hoofd) moeten laten ‘winnen’ van ons lustprincipe.

We worden continue 'bewerkt'
Hierbij sluit nauw aan dat we de laatste jaren in sneltreinvaart afscheid hebben genomen van privacy. We werken daaraan allemaal zelf hard mee. Googlen doorlopend, zitten op internet, whatsappen, snapchatten, twitteren, kopen online, schrijven blogs et cetera. We laten de hele dag door digitale sporen achter. Die door honderden bedrijven, organisaties en instellingen gretig worden opgeslurpt, bewaard en geanalyseerd. Om ons beter te (kunnen) bedienen. Dat is een mooie zin, maar de schaduwkanten van dat verhaal worden steeds duidelijker. ‘Ze’ weten alles van ons en misbruiken die data om ons op de meest uiteenlopende, onverwachte en onvermoede  manieren te bespelen.

De invloed van deze manipulatie op onze identiteit moet niet onderschat worden. De bedrijven die jou bedienen, hebben op basis van jouw digitale sporen een bijna perfect beeld van wie je bent. Je zou het ook identiteit kunnen noemen. En bestoken je vervolgens met suggesties (reclame, tips, antwoorden op zoekvragen) die je continue bevestigen in hoe en wie je ‘bent’. We zijn voor hen een open boek. Lees in dit verband vooral de roman De cirkel van Dave Eggers, een moderne variant van 1984 van George Orwell of Brave new world van Aldous Huxley (met zijn soma)

Soma 
Hiermee hangt samen dat we in het westen allemaal in meerdere of mindere mate aan ‘de soma’ zitten. We in een tijd leven waarin het vooral gaat om ‘jezelf te zijn’, doen waar je zin in hebt, wat het leven ‘leuk’ maakt. We snellen van het ene naar het andere vermaak. Brengen uren door achter schermen waarop veel onzin en slap vermaak wordt gebracht. Dag na dag voetbal, overal wordt gekookt, talkshows met BN’ers die over dingen meepraten waar ze niets vanaf weten. Het leven lijkt een groot feest.

Onderwijs als redder?
Helaas wijst alles er op dat men in het onderwijs bezig blijft jongelui toe te rusten voor beroepen die straks niet meer nodig zijn. De switch naar onderwijs dat kinderen klaarstoomt voor ‘het leven’ is nog niet gemaakt; alhoewel er her en der wel aanzetten zijn. De rest van de niet-schoolgaande wereld moet het zelf maar uitzoeken. Zelf op zoek naar informatie, kennis, wijsheid of inzicht om te begrijpen wat er gaande is en hoe daar mee om te gaan.

De samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken realiseren welke wereld aan het ontstaan is en zullen ‘alles’ uit de kast trekken om burgers in haar werkgebied daarop te wijzen. Die drie sprekers worden niet voor niets uitgenodigd. Een van hen, de arbeids- en organisatieadviseur Dik Bijl, zei het in het voorwoord van zijn laatste boek Alles wordt anders : hoe robots, 3D-printers, kunstmatige intelligentie en nog vier technologieën ons leven zullen veranderen als volgt:

Alles wordt anders. Echt waar. De maatschappij waarin we leven, ziet er over tien tot twintig jaar heel anders uit; en daarna nog weer anders.

Een golf van technologische vernieuwingen staat op het punt ons te overspoelen en daarbij onze maatschappij, ons leven en ons werken ingrijpend te veranderen. Dat is niet zweverig en ook niet uit de lucht gegrepen.

Als je jezelf even iets minder in beslag laat nemen door het nieuws van alledag, kun je het zien gebeuren. Dagelijks horen, lezen en zien we van alles over het vluchtelingenprobleem, het moslimterrorisme, aversie tegen buitenlanders, bankschandalen, graaiende bestuurders, politici die ons voorliegen en democratisch gekozen autocraten die vervolgens  de democratie stap voor stap om zeep helpen.

Allemaal belangrijke zaken waar we ons zeker zorgen over mogen maken.
Maar ik denk dat er nog belangrijkere zaken zijn waaraan we aandacht moeten besteden en waarvan de impact op termijn veel groter zal zijn. Ik bedoel de komst van robots en zelfrijdende auto's of de spectaculaire vooruitgang in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, 3D-printen en medische genetica.


Thomas Rau over 'het einde van bezit' (november 2015)Thomas Rau
Bijna tot slot een quote van de architect Thomas Rau. Die dinsdag 11 oktober op plaats 2 terechtkwam in de jaarlijkse ‘duurzame 100’ van Trouw. In een interview zei hij:
 
We zijn geen menselijke wezens op een spirituele reis, maar spirituele wezens op een menselijke reis. Er is een grote ronde tafel gedekt voor ons als gasten hier op aarde. Alles wat we nodig hebben staat op die tafel. Daar komt niets meer bij. Als we goed omgaan met de gedekte tafel, dan zal het ons aan niets ontbreken.

() De architect ziet een analogie met vluchtelingen, mensen die door de situatie waarin ze verkeren als asielzoeker te boek staan. “Ook bij hen staat identiteit niet langer voorop, maar een negatief labeltje. Hun werkelijke waarde wordt niet meer gezien, omdat zij in de anonimiteit beland zijn.”

Rau gelooft dat het zal lukken om wereldwijd een nieuwe economie te ontwikkelen, waarin geld niet langer centraal staat, maar de balans tussen mens en natuur. De architect voorziet daarbij wel oncomfortabele momenten. Hij vergelijkt dat met de fases die het menselijk lichaam doormaakt om volwassenheid te bereiken. Die gaan samen met pijn en ongemak. Dat is niet erg, als je weet dat het daarna beter wordt.
Architect Thomas Rau, uit een interview in Trouw (De duurzame 100 ‘Beschermheer van materiaal’)

Brainwash
Op zaterdag 15 oktober werd op een tiental locaties in de Amsterdamse binnenstad het zogenaamde Brainwash festival gehouden. Voor de derde keer. Van een uur ‘s middags tot negen ‘s avonds spraken uiteenlopende binnen- en buitenlandse schrijvers, filosofen, wetenschappers, kunstenaars over onze tijd.

 ‘Verspreid over de binnenstad van Amsterdam vind je programma’s die verheldering proberen te bieden in tijden van verwarring en verwarring scheppen waar alles helder lijkt.’  (uit het programmaboekje)

Een goede mix van optimisme en pessimisme. Maar altijd met een opgewekte, niet klaaglijke toon. Van de honderden zinnen die ik die dag heb gehoord wil ik enkele van Susan Neiman en Tomás Sedlácek meegeven. Die spraken onder leiding van Marcia Luyten in de Nationale Opera met elkaar en Markus Gabriel.

Onder het kopje ‘Trump is the future of democracy’ werd gepraat over onze democratie en populistische oprispingen. Neiman en Sedlacek legden een deel van de ‘schuld’ neer bij intellectuelen (in universiteiten en media) die zich té postmodernistisch opstellen. Die ‘geloven’ in het feit dat elke mening even belangrijk is.

Een populist zal je nooit vragen te veranderen. Hij wil alleen je stem, voor de rest zorgt hij. Want ik ben een professional, een zakenman. Ik laat me niet afremmen door democratische belemmeringen. (Neiman, rond 42:57)

Ik zou het professioneel cynisme noemen. Die mensen wijzen alle hoge waarden af. Als je zegt dat die er toch zijn, maken ze je belachelijk. In Tsjechië spreken ze smalend van waarheid minnaars. In Duitsland van Gutmensch. De extremisten aan beide kanten van het spectrum denken hetzelfde. Wij moeten in onze waarden geloven omdat cynisme filosofisch onhoudbaar is. Je ziet een enorme golf van duistere energie die uitgaat van het feit dat er geen waarden zijn. Maar iemand die geen waarden heeft kan niet beter beslissen omdat hij vrij is. Het is precies omgekeerd: zonder koers kun je geen beslissing nemen. (Sedlacek 46:40) (Brainwash festival opening 2016)

Meer lezen?
Mocht u denken dat ‘het’ wel meevalt met onze al dan niet veranderende identiteit, dan moet ik u teleurstellen. Er sluimeren nog veel meer onderwerpen. Zaken die ons de komende jaren zullen gaan veranderen. Ons zullen dwingen zich er anders toe te gaan verhouden.
In het artikel Verdienen jij en ik het om te zijn geboren in de westerse wereld? stip ik ruim twintig thema’s aan; enkele daarvan zijn hierboven al (op een andere manier) beschreven.

(maandag 17 oktober 2016)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten