Autoriteit? We zullen het zelf moeten doen.

We zullen het zelf moeten doen.

Ik kan me voorstellen dat u denkt dat bibliothecarissen veel lezen. Zeker boeken van mensen die ze uitnodigen voor een lezing. Grosso modo klopt dat ook wel. Maar ik moet bekennen dat ik het nieuwste boek van Paul Verhaeghe (Autoriteit) nog niet had gelezen. Maar hem wel had uitgenodigd om in Theater Markant een lezing te komen geven. Zelfs al voordat dit boek was uitgekomen. Ik deed dat louter op basis van zijn vorige boek (Identiteit) en een lezing die hij in mei 2015 aan de Radboud Universiteit had gehouden. Lees in dit verband: De herontdekking van het collectief is een heel belangrijke evolutie in onze huidige zoektocht naar zingeving (februari 2015) 

Ik vond en vind dat zijn verhaal een breder publiek verdient. Niet alleen belangrijk voor leidinggevenden en personen die dat in de toekomst waarschijnlijk ook zullen worden. Een belangrijke taak en rol van een Openbare Bibliotheek is om juist dít soort inspirerende sprekers en denkers ook aan 'gewone' mensen 'aan te bieden'. Die - spoiler - de belangrijkste veranderingen tot stand zullen (gaan) brengen.

Maar ik had het boek nog niet gelezen!
Wist natuurlijk wel ongeveer waar het onderwerp over ging, had her en der wat flarden gelezen. Maar er was altijd een excuus om het de laatste vier maanden níet ter hand te nemen. "Er is zoveel te lezen!' Een reden was ook dat de ontvangst redelijk matig was. Achteraf - nu ik Autoriteit dit weekend heb gelezen - begrijp ik dit wel. De recensenten van dienst behoren waarschijnlijk tot de 'gelovigen' die Paul Verhaeghe (hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse) zeer kritisch én met argumenten aanvalt.

Het is een zeer kritisch boek over onze huidige samenleving. Hoe die als het ware in zichzelf is vastgelopen. En er moet het nodige gebeuren om de doodzieke patiënt weer op de been te helpen. Daarmee wil ik niet zeggen dat hij een negatief boek heeft geschreven. Hij is geen doemdenker, noch gelooft hij dat dat vroeger alles beter was. Integendeel zelfs.

Autoriteit is ondanks de niet mis te verstane kritiek op onze huidige samenleving een positief boek. Hij gelooft - beter: weet - dat de positieve tendenzen die hij overal bespeurt (veranderingen van onderop) alleen maar toe zullen nemen. Dat oude structuren links- of rechtsom plaats zullen moeten maken voor die geluiden. De belangrijkste reden daarvoor is dat de bevolking gemiddeld steeds hoger opgeleid is, met elkaar verbonden is en de 'sprookjes' van veel boven hen gestelden beginnen door te zien. Er hangt volgens Verhaeghe change in the air. En die verandering heeft te maken met het ontstaan van een nieuwe vorm van autoriteit. Zeg maar een evolutie van oude vormen, die niet meer werken. Het boek past ook binnen het (nieuwe) jaarthema van de samenwerkende bibliotheken in Noord Oost Brabant: Wat delen we met elkaar? Het past trouwens ook bij het oude jaarthema (Oefenen in een andere tijd), dat deel uitmaakte van onze kijk op de wereld toen we Paul Verhaeghe én Christien Brinkgreve uitnodigden voor een avond in Uden.

Oude autoriteit is in de afgelopen decennia (gelukkig!) verdwenen. We leefden enige tijd in de veronderstelling dat we zonder konden, maar er is een revival op komst. Alleen: anders. Niet langer verticaal, patriarchaal, top-down maar van opzij, horizontaal.

Hij ziet overal om zich heen kleine groepen opstaan. Die staan voor een bepaalde zaak; vaak waarden delen en er binnen hun gemeenschap 'iets' van proberen te maken. Hij noemt uiteenlopende initiatieven, waaronder coöperaties die lokaal energie produceren en/of energiebesparende maatregelen treffen. Energie Uden sponsert de avond op 19 januari 2016 in 'hun' Theater Markant niet voor niets!

Een wereldbeeld wordt onder vuur genomen
Paul Verhaeghe valt evenals in zijn vorige boek (Identiteit) een wereldbeeld aan, dat nog steeds door de meeste mensen gedeeld wordt. Alhoewel er tegelijkertijd ook veel mensen zijn die aan 'hun theewater' aanvoelen dat er 'iets' fouts zit. En soms op zoek gaan naar zondebokken. Verhaeghe heeft het over de manier waarop we onze kinderen opvoeden, met elkaar omgaan, ons economisch systeem en democratisch functioneren. Hieronder enkele citaten die een idee geven van hoe hij aankijkt tegen onze werkelijkheid; en wat 'er' aan hapert. 

De opvatting dat opvoeding zonder autoriteit kan, is een dwaling van formaat. Zoals een jonge vader me onlangs zei: ‘Ik heb het niet zo op democratie met vijfjarigen’. Tijdens een normale ontwikkeling nemen ouders tegenover kleuters en kleine kinderen een duidelijke gezagspositie in en laten ze hun kroost geleidelijk autonomie verwerven tot het ‘meerderjarig’ is. Tegenwoordig keren we die volgorde vaak om. (pagina 27)

De realiteit is, denk ik, nog veel pijnlijker. Onze politici zijn niet zozeer corrupt - een minderheid is dat wel -, ze zijn vooral machteloos. Ons bestuurlijk model is negentiende-eeuws en niet meer aangepast aan onze huidige werkelijkheid, met een multinationale economie en een hoogopgeleide bevolking. (pagina 75)

De nazi’s voorspelden het duizendjarige rijk van de Ariërs, de communisten het tijdloze paradijs van de proletariërs, en beiden waren ervan overtuigd dat zij het eindpunt van de evolutie waren. Op haar beurt gaat de vrijemarktdoctrine ervan uit dat haar visie de enige correcte weergave is van ‘de’ werkelijkheid (‘er is geen alternatief’) en dat haar toepassing uiteindelijk zal uitmonden in een ondernemersparadijs met welvaart (en democratie) voor iedereen. (pagina 94)

Een van de meest voelbare gevolgen van de verdwijning van het patriarchaat is de regelgevingsdiarree. () Bij gebrek aan autoriteit ontstaat er een overvloed aan regels en controlesystemen, die op hun beurt de basis leggen voor weer nieuwe regels. Ondertussen zinken we met zijn allen weg in een kafkaiaans moeras. (pagina 99)

Afgaande op het stijgende ziekteverzuim en de toename van de burn-outcijfers lukt dat volhouden steeds minder goed. De meest voor de hand liggende oplossing is een herverdeling van werk en inkomen, waardoor meer mensen aan de slag kunnen en de combinatie van arbeid en privéleven weer houdbaar wordt. Die oplossing veronderstelt het door politici en economisten zo geprezen out of the box-denken. In de praktijk blijven ze oude oplossingen herhalen (‘Meer groei!’ ‘Harder en langer werken!’) voor nieuwe problemen (structurele werkloosheid voor de ene groep, burn-out voor de andere) die juist het resultaat zijn van die herhaling. (pagina 141)

De huidige groei dient dus niet om de werkgelegenheid te verhogen en al helemaal niet om de sociale zekerheid te behouden. Waarvoor dient hij dan wel? En waarom moet er steeds méér groei zijn en slaat de paniek toe als die geringer blijkt dan gehoopt? Het antwoord is redelijk absurd: de economie moet groeien om de schulden te kunnen afbetalen, die we gemaakt hebben om te kunnen groeien ... (pagina 176)

Een aristocratie is een bestuursvorm waarbij een kleine elite de touwtjes in handen houdt. () Aristocratie roept beelden op van jonkvrouwen in ruisende gewaden, en graven en baronnen - dit is de erfelijke aristocratie, de adel. Tegenwoordig leven we onder een electorale (‘gekozen’) aristocratie die zich voordoet als democratisch. (pagina 200)

De conclusie is pijnlijk: wat gedurende ruwweg een eeuw het democratisch gehalte van het bestuur verhoogde - verkiezingen - werkt niet langer. Een regering heeft steeds minder autoriteit en functioneert steeds openlijker op grond van macht. Willen we de democratie behouden, dan moeten we op zoek gaan naar een nieuwe vormgeving die haar een nieuwe autoriteit verleent. (pagina 202)



Een kantelmoment, een kantelcollege

De Bibliotheek afficheert deze avond als een kantelcollege. Verhaeghe zegt het zo:

Samen met vele anderen ben ik ervan overtuigd dat we ons op een kantelmoment bevinden. Om de erfelijke aristocratie te bannen waren er revoluties nodig. Het algemeen stemrecht is er pas gekomen na betogingen en stakingen waarbij doden vielen. Tijdens elke transitie worden de machtsverhoudingen herschikt, en die kunnen in een democratische richting gaan (meer gelijkwaardigheid tussen mensen) of in een antidemocratische (meer ongelijkheid). Tegenwoordig wordt de ongelijkheid groter en daalt de democratie, met als gevolg dat verzet en protest toenemen. Wutbürger. (pagina 205)

Dit is de uitdaging waar we voor staan: maatschappelijk en individueel hebben we een reusachtig probleem met autoriteit. Voor veel mensen ligt de oplossing in de terugkeer van een strenge figuur die iedereen op zijn gerechtigde plaats zet, een kruising tussen Dirty Harry, Robocop en Gandalf.
Die oplossing werkt niet. Als remedie is ze zelfs erger dan de kwaal en houdt ze een terugkeer in naar een zelfverkozen onmondigheid. Kant zou zich omdraaien in zijn graf. (pagina 32-33)

We beseffen het nauwelijks, maar we beleven het einde van een tijdperk. We nemen afscheid van de patriarchale autoriteitsvorm die, ruw gechat, zo’n tienduizend jaar allesbepalend was, seksueel, sociaal, religieus, politiek, economisch. Dit betekent niet dat we afscheid nemen van autoriteit. () De hamvraag is welke nieuwe vorm we zullen ontwikkelen. (pagina 61)

De pogingen om terug te keren naar het vroegere bestel zijn het opvallendst in de politiek. Elke politieke partij belooft verandering; eenmaal in de regering luidt het dat er geen alternatief is. Tegenwoordig zien politici er niet meer uit als vader des vaderlands, maar veeleer als ideale schoonzonen die na verloop van tijd uit blijken te zijn op het familiezilver. Hun mislukking is de mislukking van een achterhaald systeem. (pagina 87)

Onze tijd staat voor een gigantische uitdaging: hoe kunnen we de broodnodige autoriteit installeren zonder dat we terugvallen in het paternalistische model of ons overleveren aan een anonieme cijferdictatuur? (pagina 100)

We worden geregeerd door een macht waar blijkbaar geen autoriteit tegenop kan. Wij – dat zijn zowel de politici, de burgers en de ondernemers als de werkgevers. Ongeveer iedereen voelt zich ongelukkig bij de huidige economie, maar niemand blijkt in staat er iets aan te veranderen. Dit is het meest overtuigende bewijs dat er een systeemverandering moet komen. Een dergelijke verandering moet gedragen worden door een nieuwe autoriteit. Voordat we daarop doorgaan, dienen we zicht te krijgen op de manier waarop en de reden waarom dit systeem zichzelf in stand houdt. Het sleutelwoord daarvan is ‘groei’. (pagina 173)

De conclusie is pijnlijk: wat gedurende ruwweg een eeuw het democratisch gehalte van het bestuur verhoogde - verkiezingen - werkt niet langer. Een regering heeft steeds minder autoriteit en functioneert steeds openlijker op grond van macht. Willen we de democratie behouden, dan moeten we op zoek gaan naar een nieuwe vormgeving die haar een nieuwe autoriteit verleent. (pagina 202)

Waar mensen meer dan ooit behoefte aan hebben, zijn vertrouwen, verbondenheid, zelfdeterminatie, samenwerking en zinvolheid. Een maatschappij die dat bieden kan, zal veel minder zieke mensen tellen, minder werklozen en over een in alle opzichten betere economie beschikken. Daarvoor hebben we een nieuwe politiek nodig, die échte verandering brengt. (pagina 225)

Een piramidespel
Paul Verhaeghe noemt dit woord niet: piramidespel. Noch noemt hij de roman Catch 22 van Joseph Heller. Maar hij geeft her en der aan dat hij zeer kritisch over ons huidige economisch model is (geworden). Hij weet dat we om uiteenlopende redenen op zoek moeten naar een model dat levensvatbaar is (blijft) en voor meer mensen positieve 'dingen' oplevert. Hij vermoedt dat ons systeem aan de vooravond van implosie staat. En roept verantwoordelijke mensen op los te komen van een denkkader dat alles en iedereen nu in haar greep houdt. Enkele citaten

Welk alternatief je ook kiest, uitgeschakeld ben je toch. Ondertussen zitten we met een dilemma. Veel mensen, ook en misschien zelfs vooral politici, beseffen dit, maar voelen zich even machteloos als angstig. Het systeem is sterker en wie er als eerste uitstapt, is de pineut, dat is de angst. (pagina 178)

We worden geregeerd door een macht waar blijkbaar geen autoriteit tegenop kan. Wij – dat zijn zowel de politici, de burgers en de ondernemers als de werkgevers. Ongeveer iedereen voelt zich ongelukkig bij de huidige economie, maar niemand blijkt in staat er iets aan te veranderen. Dit is het meest overtuigende bewijs dat er een systeemverandering moet komen. Een dergelijke verandering moet gedragen worden door een nieuwe autoriteit. Voordat we daarop doorgaan, dienen we zicht te krijgen op de manier waarop en de reden waarom dit systeem zichzelf in stand houdt. Het sleutelwoord daarvan is ‘groei’. (pagina 173)


De huidige groei dient dus niet om de werkgelegenheid te verhogen en al helemaal niet om de sociale zekerheid te behouden. Waarvoor dient hij dan wel? En waarom moet er steeds méér groei zijn en slaat de paniek toe als die geringer blijkt dan gehoopt? Het antwoord is redelijk absurd: de economie moet groeien om de schulden te kunnen afbetalen, die we gemaakt hebben om te kunnen groeien ... (pagina 176)

Ondertussen hebben politici een andere grond gevonden: de cijfers! In het huidige bestel gaat elke machtsuitoefening gepaard naar cijfermateriaal en de ideale schoonzoon ontpopt zich tot boekhouder. Een morrend publiek wordt overdonderd door statistieken waaruit blijkt dat de voorgestelde beslissing de enige mogelijke is. (pagina 88)

Commons, coöperatieven, gemeenschap
Verhaeghe's stelling is dat de 'oude' autoriteit (die top-down, verticaal was) afgedaan heeft. Aangezien we als samenleving niet zonder autoriteit kunnen moet er een alternatief komen. Hij bepleit een horizontale autoriteit, die niet boven maar naast ons gaat staan. Overal ziet hij voorbeelden en aanzetten. En is - zoals gezegd - optimistisch dat deze 'trend' zal toenemen. Opmerkelijk dat hij met het woord 'commons' komt aanzetten en daar redelijk optimistisch over is. Enkele citaten

Nogmaals: het patriarchaat kan alleen maar functioneren op grond van het geloof erin. Wanneer het fundament voor dat geloof wegvalt, dan heeft iedere meester afgedaan. Dat is een conclusie die ik bij Hannah Arendt heb gevonden: in je eentje kun je geen autoriteit hebben, welke intrinsieke kwaliteiten je ook bezit. Autoriteit wordt verleend aan iemand, door derden, op basis van het geloof in het onderliggende systeem. Niemand kan in zijn eentje een positie als meester waarmaken. De keizer loopt altijd zonder kleren, maar het is afwachten tot een kind dat hardop durft te zeggen. In traditionele patriarchale omstandigheden krijgt dat kind een oorvijg en leert het zijn mond houden. De kroon mag nu eenmaal niet ontbloot worden. (pagina 63)

Zonder blind te zijn voor de uitwassen van Big Brother moeten we ons de volgende vraag stellen: wat verkiezen we, een top-down functionerende autoriteit, gebaseerd op een opgelegd verhaal? Of een horizontaal opererende autoriteit, gebaseerd op wederzijdse sociale controle? (pagina 106)

Naast de angst voor de redeloze massa is een tweede argument tegen een horizontale autoriteit eerder pragmatisch van aard: zoiets kan toch niet werken zonder dat iemand de beslissingen neemt en controleert of ze naar behoren uitgevoerd worden? () Zoiets leidt tot chaos en anarchie. De ‘tragedie van de commons’ wordt dat genoemd. (pagina 110)

Willen we een horizontale autoriteit op maatschappelijk niveau, dan moet er aan minimaal drie voorwaarden voldaan worden. Er moet voldoende kennis aanwezig zijn, de morele doeleinden moeten worden bepaald door de horizontale groep, die bovendien moet functioneren volgens een aantal zelfopgelegde regels. De ideale combinatie is bijgevolg een horizontaal gestructureerde groep die doelen op de lange termijn in het voordeel van de gemeenschap voor ogen houdt, daarvoor de benodigde kennis bezit of kan verwerven, en op grond daarvan beslissingen neemt en uitvoert, of laat uitvoeren. (pagina 113)

Het goede nieuws is dat het werkt, ook op de lange termijn. Maar eerst het slechte nieuws: er sneuvelen onvermijdelijk banen. En niet onderaan, zoals meestal het geval is bij herstructureringen, maar bovenaan. (pagina 182)

Het idee dat commons een soort anarchistische hippiecommune vormen, zonder regels, waarin iedereen ongedwongen alles deelt (en het met iedereen doet), is een grote misvatting. Elinor Ostrom beschrijft een aantal kenmerken - in feite vereisten - die ze nagenoeg in alle commons terugvindt.

() De eerste is dat deelnemers onderling nauw contact houden in de realiteit van elke dag. () Sociale controle kan nooit vervangen worden door digitale controle, en horizontale autoriteit veronderstelt reële interacties

Een tweede overeenkomst is dat er géén handboek bestaat, geen protocol voor het opzetten van een perfect functionerende common. Integendeel zelfs, de studies van Ostrom laten zien dat de toepassing van een dergelijk one size fits-all model (vaak door regeringen of multinationals opgelegd aan lokale economieën) nagenoeg altijd desastreuze effecten heeft. Wat ze wel aantrof, waren steeds terugkerende randvoorwaarden. Ik zet ze even op een rij.

Een common moet gedeeld worden door een duidelijk afgebakende groep. Er kan niet zomaar iemand bij komen, van het gemeenschappelijke goed gebruikmaken en weer vertrekken. () … een derde voorwaarde: de groep kan de regels in onderling overleg wijzigen, wat ook vrij regelmatig gebeurt. Dit maakt commons tot flexibele organisaties die snel kunnen reageren op veranderende omstandigheden.

Een vierde kenmerk is de alomtegenwoordige sociale controle. Hoe individuele leden met het gemeenschappelijke bezit omgaan, wordt door alle andere leden gevolgd.

Dat verklaart de vijfde voorwaarde. Elke common kan overtredingen bestraffen. In haar studie merkt Ostrom op dat de bestraffingen verhoudingsgewijs vrij licht zijn en slechts zelden worden toegepast. De belangrijkste sanctie is namelijk veel minder tastbaar: wie de regels overtreedt, verliest zijn reputatie, en binnen een gemeenschap is dat het ergste wat iemand kan overkomen.

Uit haar onderzoek treedt een zeer opvallende vaststelling naar voren. Wanneer mensen in de context van het gemeenschappelijke belang over hun individuele welzijn kunnen en mogen beslissen, kiezen zij systematisch voor oplossingen op de langere termijn, in functie van het algemeen welzijn. (pagina 188-189)


De gemeenschap staat voorop, reële interacties zijn noodzakelijk, informatie wordt zo veel mogelijk gedeeld, er zijn controle- en sanctioneringsmogelijkheden, mensen kunnen zelf beslissingen nemen, zelforganisatie en overleg staan centraal. De basis voor deze collectieve autoriteit is sociaal vertrouwen en de bijbehorende sociale controle. Op grond daarvan ontstaat de vrijwillige onderwerping die zo typisch is voor autoriteit, in combinatie met een bijna automatisch optredende strengheid tegenover valsspelers. De straf daarvoor is al eeuwenlang dezelfde: uitsluiting. (pagina 192)

Het democratisch functioneren
Paul Verhaeghe is niet de eerste - noch zal hij de laatste zijn - die zich zeer kritisch uitlaat over ons huidig democratisch model. Kern van zijn betoog is dat 'de politici' verworden zijn tot een gesloten kaste. Die ogenschijnlijk met elkaar van mening verschillen, maar allen im grossen ganze ongeveer hetzelfde beleid voeren als ze 'aan de macht' zijn. Als reden ziet hij dat politici allemaal ongeveer hetzelfde 'geloof' aanhangen. Dat economische groei nodig is. 'Geloven' dat de markt niet alleen 'alles' oplost maar terecht om maatregelen vraagt die 'nodig' zijn. Dat onder deze noemer overal de verzorgingsstaat wordt afgebroken, begrijpen veel burgers niet langer. Verhaeghe begrijpt ook dat veel radeloze burgers op zoek gaan naar verklaringen. En weet dat vaak de verkeerde 'schuldigen' worden aangewezen. Hij refereert aan denkers als David Van Reybrouck en Willem Schinkel, maar hamert - uiteraard - op zijn aambeeld dat 'we' op zoeken moeten naar nieuwe vormen van autoriteit. Enkele citaten

Onze toekomst zal duurzaam zijn of zal niet zijn. Groei is niet langer de oplossing, maar het probleem. Tot pakweg vijftig jaar geleden, toen onze economie nog een reële en geen virtuele economie was, vormde de toenmalige échte groei een motor voor sociale mobiliteit en leverde een (bijna) vrije markt een van de best denkbare werelden op. Die vrije markt was toen uitdrukkelijk gekoppeld aan democratie, in tegenstelling tot de centraal geleide staatseconomie van het communistische Oostblok. Nu is de koppeling tussen vrije markt en democratie verdwenen (de markt wordt gedicteerd door financiële machtsmonopolies), de ‘groei’ is vooral virtueel en komt slechts een steeds kleinere minderheid ten goede. De oplossing van gisteren is de zelfmoord van morgen. Meer en meer economen snappen dat. ()

  Samen met de vrije markt is ook de democratie aan het verdwijnen. Nu al zijn er opiniemakers die ervoor pleiten de democratie af te bouwen, omdat deze ‘de markt’ te zeer ontregelt. De vroegere opwaartse sociale mobiliteit gaat tegenwoordig in omgekeerde richting en steeds meer mensen vallen van de sociale ladder. (pagina 192-194)


De mislukking van het traditionele politieke bestel heeft een gevaarlijke kant. Veel mensen beschouwen diens falen als een mislukking van de democratie op zich, en bijgevolg als een gegronde reden om uit te kijken naar een andere bestuursvorm. Het is echter niet ‘de democratie’ die mislukt. Het is een bepaalde invulling van de democratische bestuursvorm die voorbijgestreefd is, en dan vooral omdat die invulling helemaal niet meer democratisch is. Het zoeken naar een alternatief voor wat ten onrechte als een mislukking van ‘de’ democratie beschouwd wordt, zou wel eens kunnen uitmonden in een totalitair regime. In macht dus, in plaats van autoriteit. (pagina 198)

De verkiezingen zelf gaan minder over inhoud en meer over gemediatiseerde personen en slogans. () In feite is de ‘hoogmis van de democratie’ afgegleden naar een mediaspektakel geregisseerd door spindoctors uit de reclamewereld. Na de verkiezingen komt de eigenlijke regeerperiode, maar in de praktijk is die periode veeleer een aanloop naar de volgende verkiezingen, waarbij iedere politicus vooral zichtbaar moet scoren. Ook dit is niet bevorderlijk voor inhoud .
  Op de koop toe houden onze ‘verkozenen des volks’ tijdens hun regeerperiode weinig tot geen rekening met wat het volk verlangt. Bijna elke regeringspartij legt de gedane beloftes binnen de kortste keren naast zich neer, met een bekende dooddoener als verklaring: ‘Er is geen alternatief’. () Er gaapt een reusachtige kloof tussen wat een meerderheid van de bevolking vraagt en wat die minderheid oplegt. (pagina 201-202)

De conclusie is pijnlijk: wat gedurende ruwweg een eeuw het democratisch gehalte van het bestuur verhoogde - verkiezingen - werkt niet langer. Een regering heeft steeds minder autoriteit en functioneert steeds openlijker op grond van macht. Willen we de democratie behouden, dan moeten we op zoek gaan naar een nieuwe vormgeving die haar een nieuwe autoriteit verleent. (pagina 202)

Voor dit proces zijn algemene verkiezingen een belangrijke en uiterst waardevolle etappe geweest. Maar die is voorbij. Op dit moment hebben die verkiezingen zelfs een antidemocratisch effect, en wel om meerdere redenen. Verkiezingen zijn niet langer democratisch georganiseerd, want de verkozenen komen uit een klein, select groepje. Bovendien voeren de ‘verkozenen des volks’ in toenemende mate een beleid dat niet strookt met hun beloftes en niet met wat een meerderheid van de gemeenschap verlangt. Er is echter een nog fundamentelere reden: op grond van dictaten afkomstig van niet-democratische instanties leggen regeringen hun bevolking maatregelen op die de ongelijkheid vergroten. Dit gaat lijnrecht in tegen het democratische ideaal. (pagina 204-205)

Beide oplossingen voor de politiek crisis - populisme en technocratie - leiden tot een piramidale uitoefening van pure macht. … ik pleit voor een herovering van de politiek door de burger, met als doel de ontmarkting van onze samenleving. Daarvoor is zowel een radicale verandering als een nieuwe autoriteit nodig. () … mijn voorstel (zal) niet meer als een verrassing komen: het collectief, als nieuwe vormgeving van de democratie, dient die autoriteit te funderen. (pagina 206-210)

Een hoopvol slot, annex oproep
In 1890 schreef Maurice Maeterlinck Les Aveugles, een toneelstuk over een groep blinden die wachten op de terugkeer van hun gids. Dat hij dood in hun midden zit, ontdekken ze pas na verloop van tijd. Aan het einde van het stuk beelden ze zich in dat er een andere leider aankomt, maar wat ze horen is slechts de wind in verdord gebladerte. In de recente vertaling van Erwin Mortier en onder regie van Guy Cassiers is De blinden een metafoor voor onze tijd, met een duidelijke waarschuwing: er is geen leider meer, hij is dood en zijn terugkeer is pure inbeelding. We zullen het zelf moeten doen. (pagina 229)


Hopelijk tot ziens, op dinsdag 19 januari in Theater Markant: Een ander verhaal over autoriteit en gezag

Meer informatie 
Elke autoriteit was een omver te werpen tiran: priester, onderwijzer, agent, directeur (augustus 2015) (in zijn boek Identiteit uit 2012 had Verhaeghe het al enkele keren over 'autoriteit'; in dit artikel worden ze voor u op een rij gezet)

Ultrademocratisme - De leraar weet natuurlijk meer (september 2015) (een artikel waarin Jan Marijnissen onbedoeld het over het thema van Paul Verhaeghe heeft)

Humo - Uiteindelijk staat een depressie gelijk aan zinverlies: niks heeft nog betekenis, niks heeft nog zin. (augustus 2013) (een interview met Verhaeghe over Identiteit)

Open deur? - Wij klagen over het systeem, maar wij zijn het systeem (juni 2014) (een interview in Trouw)

De herontdekking van het collectief is een heel belangrijke evolutie in onze huidige zoektocht naar zingeving (2015) (februari 2015) (een lang artikel waarin Frans de Waal, Jeroen van Baar en enkele andere zaken gekoppeld worden aan een lezing van Paul Verhaeghe aan de Radboud Universiteit)

Een nieuwe autoriteit zal worden, het collectief (maart 2015) (hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker sprak in uden; zijn verhaal heeft een relatie met de kijk van Paul Verhaeghe op de samenleving)

Haal al die mensen weg en ik ben niemand meer (augustus 2015) (een interview met Paul Verhaeghe over Autoriteit)

(zondag 10 januari 2016)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten