weert inactiviteit, te veel eten en roken uit onze omgeving

Regelmatig verschijnen er boeken over onze hersenen, gezond(er) leven en in control zijn over je eigen leven. Onlangs verscheen een boek waarin deze aspecten allemaal samen komen. Geschreven door een relatief 'jonge' BN'er, Rudi Westendorp. De hoogleraar ouderengeneeskunde met het strikje. Die af en toe in tv-programma's langskomt. Mensen attent maakt op zaken die gezond oud(er) worden in de weg staan. Deze tv-optredens zullen de komende jaren spaarzamer worden, want hij is inmiddels in Denemarken aan de slag gegaan. Samen met een jongere collega (David van Bodegom) schreef hij dit voorjaar een boek waarin zij praktische tips aanreiken om werk te maken van een gezondere leefstijl. Dit Oud worden in de praktijk : laat de omgeving het werk doen is een kleine bestseller. Borduurt voort op een eerder boek, Oud worden zonder het te zijn : over vitaliteit en veroudering (uit 2014), dat hij alleen schreef.

Hans en Kwaku
Het boek opent met twee mannen. Die op verschillende plekken wonen. Hans is een typische Hollandse man van 68 jaar, die in zijn leven vooral zittend werk heeft gedaan. Té veel gegeten, weinig gesport. En allerlei kwaaltjes heeft. Suikerziekte, overgewicht, hoge bloeddruk. Tegenover hem plaatsen ze ene Kwaku, 88 jaar oud. Uit Ghana. Die veel gezonder, daadkrachtiger, sterker et cetera is. Deze verzonnen man heeft heel zijn leven veel fysiek werk verricht, is op zijn 65e niet met pensioen gegaan, at waarschijnlijk niet structureel té veel et cetera. 
Hans en Kwaku voeren beide schrijvers op om hun centrale punt te maken: onze omgeving draagt in hoge mate bij aan onze fysieke en geestelijke gezondheidstoestand. Er zitten in onze samenleving heel veel 'dingen' die verhinderen dat we als Kwaku's eindigen. Kwaku is tot op hoge leeftijd relatief gezond. Heeft weinig kwaaltjes. Kan nog gewoon meedoen. Terwijl Hans al op relatief jonge leeftijd in het medisch circus wordt opgenomen. Pillen moet slikken, bezoeken afleggen bij doktoren, fysiotherapeuten en andere hulpverleners. En Hans zit daardoor minder goed in zijn vel.

In control
Uiteraard zijn Hans en Kwaku een uitvergroting van de werkelijkheid. Maar zeker is dat we als mensen in een westerse samenleving heel veel moeite moeten doen om 'dingen' die slecht voor ons zijn te mijden. We worden aan alle kanten omgeven door verleidingen en we zijn - helaas, pindakaas - vaak niet in staat om de verleidingen te weerstaan. Sterker: we realiseren ons het gros van de tijd niet eens dat we worden 'ingepakt'. We zijn kortom niet in control. Of om met de psycholoog Daniel Kahneman te spreken: ons Systeem 1 overheerst inderdaad het gros van de tijd. Dat systeem is feitelijk 'ons gevoel' en daarmee bewegen we ons door de wereld. Dat gaat bijna altijd goed, maar soms moet je Systeem 2 (ons denkvermogen) 'aanzetten' om te kunnen afwegen of een bepaald 'iets' wel zo goed voor ons zelf is. Hieronder enkele iets langere citaten uit dit boek over juist dit niet in control zijn.

Een chocoladetoetje
Onlangs vloog ik - David - naar Boedapest en kreeg onderweg te eten. Een fors uitgevallen stewardess zette een dienblad voor mij neer. Een man op een stoel achter mij vroeg zich net iets te luid af sinds wanneer er boerinnen in de bediening werkten. De stewardess diende hem adequaat van repliek: 'Sinds we vee vervoeren, meneer.' ()
Een kwart van het plateau dat de stewardess voor mij had neergezet werd ingenomen door het dessert. Het was heerlijk: de zoete chocolademousse prikkelde de suikerreceptoren op mijn tong en veroorzaakte bijna kortsluiting in mijn hoofd. Niet veel later betrapte ik mezelf erop dat ik met mijn lepeltje de laatste restjes van de chocolademousse uit de randjes en hoekjes van het bakje schraapte? Wie bepaalt er nu hoeveel ik van deze mousse eet? Ikzelf? Nee. De luchtvaartmaatschappij bepaalt dat. Zij kiezen niet alleen wannéér ik eet, en wát ik eet maar ook hoevéél ik eet. Als er 10 procent minder mousse in het bakje had gezeten dan had ik 10 procent minder mousse gegeten.Hadden ze er 10 procent meer in gedaan, dan had ik 10 procent meer gegeten. (pagina 49-50)

Obesinudges
Dag in dag uit worden wij door onze omgeving aangezet om meer te eten dan we eigenlijk zouden willen. Die prikkels noemen wij hier obesinudges. Nudgen is het doelbewust beïnvloeden van de keuzes van mensen zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. Ik - David - heb een tijdje alle obesinudges die ik op een dag tegenkwam bijgehouden, alle subtiele manipulaties die mij onbewust dikker laten worden. Ik telde alle calorieën die mij werden aangeboden of opgedrongen zonder dat ik het had gepland, ernaar op zoek ging of erom gevraagd had.
Een willekeurige maar illustratieve dag was 31 maart 2015.
() Voor ik naar bed ging maakte ik de balans van de dag op. Het doet denken aan het boek van rupsje-nooit-genoeg. In totaal hadden de obesinudges mij die dag verleid om bijna 700 kilocalorieén te eten dan ik van plan was. En dan had ik die twee bekers roomyoghurt nog niet eens aangeraakt. Maar 31 maart was misschien wel een ongewone dag. Gemiddeld kom ik op een dag 50 kcal aan obesinudges tegen. Dat lijkt niet veel maar elke dag 50 kcal meer dan je nodig hebt levert je ieder jaar tweeënhalve kilo gewichtstoename op. (pagina 69/71)

Woonwerkverkeer met de E-bike?
Wie te ver woont om op de fiets te komen zou een E-bike kunnen overwegen. De E-bike is een uitstekend alternatief voor de brommer of auto maar een heel slecht alternatief voor de fiets. Een E-bike moet je gebruiken voor verplaatsingen waar je anders de brommer, auto, tram of bus voor zou gebruiken. Maar weet wel dat je als je eenmaal een E-bike hebt, je hem gaat gebruiken wanneer je vroeger met de fiets zou gaan. Net zaols je een auto gaat gebruiken op het moment dat hij voor de deur staat. Waar je vroeger gewoon fietste, ook als je een beetje moe was of als het motregenede, pak je dan de auto. Je kunt ervan op aan: als er een auto of E-bike in je omgeving staat, zal die je weten te verleiden. (pagina 111)

De nieuwe hygiëisten
In Nederland was de Amsterdamse arts Samuel Sarphati een bekende aanhanger van de hygiënisten. Amsterdam kreeg in 1853 mede door zijn invloed als eerste stad in Nederland een netwerk van leidingen om schoon drinkwater uit de duinen aan te voeren. Het resultaat was dat Amsterdam minder getroffen werd door de latere cholera-epidemieën die in Nederland rondwaarden. ()
De stijging van verouderingsziekten en - kwalen is niet iets dat zich alleen in ontwikkelde landen voltrekt. Ook in ontwikkelingslanden stijgt (met name in steden) het aantal mensen met diabetes, hart- en vaakziekten en andere verouderingsziekten. ()
Deze epidemie moet in zowel ontwikkelings- als in ontwikkelde landen met eenzelfde instelling bestreden worden als de epidemieën van infectieziekten. Niet door in te zetten op nieuw te ontwikkelen behandelingen om ziekte te genezen, maar door een radicaal andere aanpak om ziekte te voorkomen. De oude hygiënisten zorgden voor een omgeving zonder bacteriën, ook al was dat besef er in eerste instantie nog niet. De nieuwe hygiëne die wij voorstellen weert geen bacteriën en virussen maar weert inactiviteit, te veel eten en roken uit onze omgeving. Het stimuleert een vitale levenshouding, waardoor de kwaliteit en de lengte van het leven toenemen. Dat is de manier om verouderingskwalen de baas te worden. Door het proces van opeenstapeling van kleine schades af te remmen, in plaats van te wachten tot de schade zo groot is dat mensen ernstige complicaties hebben ontwikkeld. (pagina 167-168)

Meer lezen?
Rudi Westendorp & David van Bodegom. Oud worden in de praktijk : laat de omgeving het werk doen (2014)
Rudi Westendorp. Oud worden zonder het te zijn : over vitaliteit en veroudering (2015)
Daniel Kahneman. Ons feilbare brein (2011)
Auke van der Woud. Koninkrijk vol sloppen : achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw (2010)

Over hygiënisten in de 19e eeuw: The call of the future is already here. Are we able to listen and rise? (september 2015)

(woensdag 7 oktober 2015)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten