We zijn onze democratie kapot aan het maken door haar te beperken tot verkiezingen,

en dat terwijl verkiezingen nooit als democratisch instrument zijn bedacht.

Dat is, in één zin, de redenering die ik in de eerste drie hoofdstukken van dit essay heb ontwikkeld. In het vierde heb ik gekeken hoe loting, een historisch veel democratischer instrument, vandaag opnieuw zou kunnen worden ingevoerd.

Tegen verkiezingen
Dit zijn de eerste zinnen uit de Conclusie van David Van Reybrouck in zijn essay Tegen verkiezingen uit 2013 (pagina 151). Een prachtig geschreven pamflet met voorstellen om ons vastgelopen democratisch systeem vlot te trekken. Om te gaan experimenteren met alternatieven. Binnen de bestaande wettelijke kaders. Hij weet als geen ander dat je kunt blijven dromen van het aanpassen van die wettelijke kaders, maar dat dit weinig zin heeft. Het is een té langdurig proces en de kans dat op het laatst iemand (zomaar) in de Eerste Kamer een spaak in het wetgevingsproceswiel steekt is erg groot. Dus komt hij met voorstellen om binnen de bestaande kaders te gaan experimenteren met 'andere' manieren om burgers bij de politiek te betrekken. Dit pamflet verscheen enkele jaren nadat hij in 2011 in Brussel de allereerste zogenaamde G1000 had georganiseerd. Een bijeenkomst waar via loting honderden Brusselse burgers samenkwamen om te praten over problemen in en van hun stad. Deze G1000 leidde tot een advies aan de échte politici. In dit pamflet (Tegen verkiezingen) gaat hij amper in op die G1000, maar dat burgerforum was waarschijnlijk voor hem de aanleiding om zich te gaan verdiepen in ons democratisch 'tekort' en mogelijkheden aan te dragen om daar iets aan of tegen te doen.

Een schrijver
David Van Reybrouck is vooral bekend als de schrijver van het imposante, en alom bekroonde Congo : een geschiedenis (uit 2010). Maar hij trok al eerder de aandacht door zijn pamflet Pleidooi voor populisme uit 2008. Waarin hij - zeer opvallend - de stelling betrekt dat het té gemakkelijk is om burgers die op zogenaamde protestpartijen (als de PVV, Rita Verdonk, het Vlaams belang of Bart de Wever) stemmen weg te zettten als domme, xenofobisch, racistisch ingestelde mensen. In zijn visie is het té gemakkelijk om als hoogopgeleide, succesvolle blanke burger neer te kijken op deze mensen. Die houding leidt tot niets. Hij houdt een pleidooi om op zoek te gaan naar de redenen waarom dit soort partijen de laatste jaren zoveel aanhang krijgen. Achteraf (ruim vijf jaar later) zie je de sporen van zijn Tegen verkiezingen al in dit - wederom prachtig geschreven - pamflet.

Wat is het probleem?
In de eerste drie hoofdstukken van Tegen verkiezingen (I. Symptomen, II. Diagnoses en III. Pathogenese) doet hij een poging uit te leggen waarom ons democratisch systeem hapert. Iedereen die meer dan gemiddeld de krant leest en probeert te volgen wat er in onze samenleving speelt, zal verrast worden door de manier waarop van Reybrouck uiteenlopende elementen aanhaalt en in een groot verhaal neerzet. Hieronder enkele (langere) citaten

Over Italië en sociale media
Het Italië van Berlusconi beantwoordde ongetwijfeld het meest aan de definitie van de postdemocratische staat, maar ook elders hebben we processen gezien die in die richting gingen. Sinds het einde van de twintigste eeuw lijkt de burger op zijn voorganger in de negentiende eeuw. Doordat het civiele middenveld machtelozer is geworden, gaapt er opnieuw een gat tussen staat en individu. De kanaliserende instanties zijn verdwenen. Wie bundelt nog de veelheid aan individuele voorkeuren? Wie vertaalt nog de verzuchtingen van de basis in beleidsvoorstellen aan de top? Wie distilleert nog het tumult tot heldere ideeën? Pejoratief spreekt men van 'individualisme', alsof het de schuld van de burger zelf is dat de collectieve structuren zijn weggevallen. Maar in wezen gaat het hierom: het volk is weer massa geworden, het koor een kakafonie.
  Nog is het niet afgelopen. Want na de opkomst van de politieke partijen, de invoering van het algemeen stemrecht, de opkomst en de neergang van het georganiseerde middenveld, en de machtsgreep van de commerciële media komt er aan het begin van de eenentwintigste eeuw andermaal iets nieuws bij: sociale media. Nu is dat woord 'sociaal' nogal misleidend: Facebook, Twitter, Instagram, Flickr, Tumblr en Pinterst zijn net zo goed commerciële media als CNN, Fox of Euronews, met dat verschil dat de eigenaars niet willen dat je kijkt of luistert, maar schrijft en sharet. Hun doel is je zo lang mogelijk op de site houden, want dat is goed voor de adverteerders. (pagina 53)

Nog niet de jaren dertig
Bij de geschreven pers is de verstrengeling nog inniger. De kranten verliezen lezers en de partijen lopen leeg: de oude spelers van de democratie zijn bij het begin van de eenentwintigste eeuw drenkelingen geworden die zich luid krijsend aan elkaar hebben vastgeklampt, niet beseffend dat ze elkaars ondergang daarmee bespoedigen. De vrije pers is veel onvrijer dan ze denkt, gebonden als ze is aan formats, oplagecijfers, aandeelhouders en obligate hitsigheid.
 Het gevolg is ernaar. Door de collectieve hysterie van commerciële media, sociale media en politieke partijen is de verkiezingskoorts permanent geworden. Zulks heeft ernstige gevolgen voro de werking van de democratie; de efficiëntie lijdt onder de electorale calculus, de legitimiteit onder de permanente profileringsdrang. Door het electorale stelsel moeten de lange termijn en het algemeen belang keer op keer het onderspit delven tegenover de korte termijn en het partijbelang. Verkiezingen zijn ooit bedacht om de democratie mogelijk te maken, maar tegenwoordig, in deze omstandigheden, lijken ze de democratie veeleer te hinderen. Verkiezing wordt verzieking. 
 En om de rust finaal uit het systeem te verjagen, gooiden de financiële crisis van 208 en de economische en monetaire crisis die daarop volgden nog eens flink olie op het vuur. Populisme, technocratie en antiparlementairisme laaien op. Het zijn nog niet de jaren dertig, maar de gelijkenissen met de jaren twintig beginnen steeds vaker op te vallen. (p. 55)

Een heleboel af- en bijleren
Politieke partijen bundelen niet langer de stemmen uit de samenleving, maar worden erdoor uiteengereten. Hun klassiek, patriarchaal model van belangenbehartiging werkt niet langer in een tijd dat de burger mondiger is dan ooit tevoren. De representative democratie is in essentie een verticaal model, maar de eenentwintigste eeuw wordt steeds horizontaler. De Nederlandse hoogleraar transitiemanagement Jan Rotmans zei onlangs: 'We gaan van centraal naar decentraal, van verticaal naar horizontaal, van top-down naar bottom-up. We hebben er meer dan honderd jaar over gedaan om deze maatschappij zo - centraal, top-down, verticaal - op te bouwen. Heel die manier van denken staat nu op zijn kop. We moeten dus een heleboel af- en bijleren. De grootste barrière zit in ons hoofd. (p. 57-58)

Geregeerd worden en zelf regeren
Typerend voor de Atheense democratie was dan ook dat er geen onderscheid bestond tussen politici en burgers, tussen bestuurders en bestuurden, tussen machthebbers en onderdanen. De functie van 'beroepspoliticus' die wij vandaag allemaal evident vinden, zou een doorsnee-Athener als totaal bizar en absurd ervaren. () Een van de kenmerken van vrijheid is dat men om de beurt wordt geregeerd en zelf regeert. Vijfentwintig eeuwen oud, maar nog steeds verbluffend qua inzicht. Vrijheid is niet: steeds zelf de macht hebben. Vrijheid is evenmin: je niets hoeven aan te trekken van de macht. Vrijheid is nog minder: je slaafs neerleggen bij de macht. Vrijheid is het evenwicht tussen autonomie en loyaliteit, tussen regeren en geregeerd worden. Het is een inzicht dat vandaag, nu de 'oligarchisering' van de democratie nog veel heftiger woekert dan toen professor Verdin er vijfentwintig jaar geleden voor waarschuwde, helemaal vergeten lijkt. (p. 66-67)

Een nieuwe aristocratie
De Franse Revolutie, net zoals de Amerikaanse, verjoeg geen aristocratie om haar te vervangen door een democratie, maar verjoeg een erfelijke aristocratie om haar te vervangen door een gekozen aristocratie. () De vorst en adel werden de laan uit gestuurd, het volk werd gepaaid met retoriek over La Nation, Le Peuple en La Souveraineté, en een nieuwe hogerij burgerij nam de macht. Haar legitimiteit ontleende ze niet langer aan God, grond of geboorte, maar aan een ander aristocratisch overblijfsel: verkiezingen. Vandaar ook de uitputtende discussies over wie stemrecht mocht hebben, vandaar ook de zeer beperkte toekenning ervan: alleen wie voldoende belastingen betaalde, kwam in aanmerking. Slechts één op de Fransen mocht stemmen bij de eerste parlementsverkieizng volgens de grondwet van 1791. De vurige revolutionair Marat hekelde de aristocratisering van de volksopstand en nam het op voor de meer dan achtien miljoen Fransen die niet mochten stemmen. 'Wat zullen we bereikt hebben,' zei hij, 'als we eerst de aristocratie van de nobelen vernietigen om haar vervolgens te vervangen door een aristocratie van de rijken?' (p. 88)

Een vorm van zelfgekozen feodalisme
Ziehier dan de pathogenese van ons electoraal fundamentalisme: loting, het meest democratische van alle politieke instrumenten moest in de achttiende eeuw het onderspit delven tegenover verkiezingen; verkieizngen waren echter nooit bedacht als democratisch instrument, maar als een procedure om een nieuwe, niet-erfelijke aristocratie aan de macht te brengen. Door de verruiming van het stemrecht werd die aristocratische procedure grondig gedemocratiseerd, zonder dat het afstand deed van het fundamentele, oligarchische onderscheid tussen bestuurders en bestuurden, tussen politici en kiezers. Anders dan Abraham Lincoln had gehoopt bleef de electorale democratie toch eerder governement for the people dan by the people. Er bleef onvermijdelijk iets verticaals mee gemoeid: er was altijd onder en boven, je had een overheid en onderdanen. De stembusgang werd het dienstliftje dat enkelingen naar boven bracht. Democratie door verkiezingen bleef daardoor iets houden van een zelfgekozen feodalisme, een vorm van intern kolonialisme, waarmee men instemde. (p. 99)

Geldt dat ook vandaag nog?
Er bestaat een prachtig spreekwoord dat dikwijls aan Gandhi wordt toegeschreven, maar eigenlijk uit Centraal-Afrika stamt: 'Alles wat je voor mij doet, zonder mij, doe je tegen mij.' Dit zou in een notendop, de tragedie van de electoraal-representatieve democratie van vandaag kunnen zijn: zelfs wie met de beste bedoelingen het volk bestuurt zonder het erbij te betrekken, bestuurt het maar half. In de achttiende eeuw toen grote delen van het volk ongeletterd en grote delen van het land onbereikbaar waren, was de keuze voor verkiezingen deels ook praktisch. Maar geldt dat ook vandaag nog? (p. 101)

Deliberatieve democratie
Heel bewust nam Fishkin twee aspecten uit de Atheense democratie over: de deelnemers zouden geloot worden en ze zouden een vergoeding krijgen om maximale diversiteit te garanderen. 'De politieke gelijkheid komt er door te werken met een toevalssteekproef. In theorie heeft elke burger dan dezelfde kans om als deelnemer gekozen te worden.' De gelijke verdeling van politieke kansen: het Atheense ideaal herrees uit zijn as. Maar wat Fishkin met zijn steekproef betoogde was meer dan een zoveelste opiniepeiling: 'Zulke peilingen meten wat het publiek denkt als men niet denkt. (...) Een deliberatieve peiling daarentegen meet wat het publiek zou denken als het de kans kreeg om na te denken.'
  De term deliberatieve democratie was geboren, een democratie waarbij burgers niet alleen stemmen op politici, maar ook spreken met elkaar en met experts. Deliberatieve democratie is een vorm van democratie waarbij collectieve beraadslaging centraal staat en waarin deelnemers aan de hand van informatie en argumentatie concrete, rationele oplossingen formuleren voor maatschappelijke uitdagingen. Om te vermijden dat mondige deelnemers het proces kapen, wordt doorgaans gewerkt met kleinere subgroepen, professionele gesprekleiders en een uitgetekend scenario. (p. 103)

Levert weinig theater op
Maar er spelen nog andere factoren een rol. Politieke partijen zijn beducht voor hun kiezers. Dat veel burgers hun politici wantrouwen, is voldoende bekend, maar dat politici net zo goed hun burgers kunnen wantrouwen, blijft nieuw. Herinneren we ons het onderzoek van Peter Kanne, die aantoonde dat negen van de tien politici argwanend denken over de burgerbevolking. Als politici collectief vinden dat de bevolking per definitie anders denkt dan zij, dan hoeft het niet te verbazen dat ze al bij voorbaat sceptisch staan tegenover inspraak.
  Ook de media hebben zo hun twijfels. Deliberatieve processen met gelote burgers zijn vaak intense ervaringen voor de burgers zelf, maar passen slecht in het format van hedendaagse berichtgeving: het gaat traag, er zijn geen tenoren, geen bekende koppen, geen grote conflicten. Die burgers zitten daar maar aan ronde tafels te praten met post-its en viltstiften bij de hand. Weinig wervend voor een toeschouwer. Parlementaire democratie is theater en levert soms heerlijke tv op, maar deliberatieve democratie kent weinig drama en laat zich moeilijk in een verhaal gieten. (p. 117)

Een mooie samenvatting
Artsen hebben leren omgaan met patiënten die hun ziektebeelden op het internet hebben opgezocht. Eerst leek dat lastig, nu blijkt het een troef: empowerment kan de genezing bevorderen. Zo is het ook in de politiek. Gezag verandert. Vroeger had je gezag - en mocht je spreken. Vandaag verwerf je gezag - juist door te spreken. Leadership is niet langer een kwestie van knopen doorhakken namens het volk, maar van processen in gang zetten met dat volk. Behandel de mondige burgers als stemvee en hij gedraagt zich als stemvee, maar behandel hem als een volwassene en hij gedraagt zich als een volwassene. De band tussen overheid en onderdanen is niet langer die tussen ouders en kroost, maar tussen volwassenen onderling. Politici doen er goed aan voorbij het prikkeldraad te kijken, de burger te vertrouwen, zijn emoties serieus te nemen en zijn ervaring te waarderen. Daarom: nodig hem uit. Geef hem macht. En opdat het billijk blijft: loot hem. (p. 140)

Toch?
Toch is het water nog diep. 'Burgers kunnen dit niet!' 'Politiek is moeilijk!' 'Malloten aan de macht!' 'Het plebs in het pluche, daar pas ik voor!' Et cetera. Alvorens verder te gaan, moeten we even stilstaan bij het meest gehoorde bezwaar tegen loting, dat van de vermeende incompetentie van niet-gekozenen. Die kritiek heeft iets positiefs; ze bewijst dat velen de kwaliteit van hun democratie koesteren. Wee het land waar democratische innovatie geen vragen oproept: daar is de bezorgdheid door de golven verzwolgen en regeert apathie. Wee ook het land dat geen sereen gesprek kan voeren over de toekomst van de democratie: daar heerst de hysterie. (p. 142)

Conclusie
We zijn onze democratie kapot aan het maken door haar te beperken tot verkiezingen, en dat terwijl verkiezingen nooit als democratisch instrument zijn bedacht. Dat is, in één zin, de redenering die ik in de eerste drie hoofdstukken van dit essay heb ontwikkeld. In het vierde heb ik gekeken hoe loting, een historisch veel democratischer instrument, vandaag opnieuw zou kunnen worden ingevoerd. (p. 151)

Waar wachten we op?
() Het is helaas geen fantasie. Terwijl ik dit boek afwerk, publiceert Transparency International haar Global Corruption Barometer. De bevindingen zijn ronduit schokkend. Wereldwijd worden politieke partijen beschouwd als de meest corrupte instellingen op aarde. In nagenoeg alle westerse democratiën prijken ze op nummer 1. In de Europese Unie zijn de cijfers niet minder dan dramatisch.
  Hoelang kan dit nog duren? Dit is een onhoudbare situatie. Mocht ik politicus zijn, ik sliep niet goed. Als hartstochtelijk democraat slaap ik nu al niet goed. Dit is een tijdbom. Nu lijkt het nog rustig, maar het is de stilte voor de storm. Het is de stilte van 1850, toen het arbeidersvraagstuk al smeulde, maar nog niet ontploft was. Het is de stilte voor een lange periode van grote instabiliteit. Toen ging het om stemrecht, vandaag gaat het om spreekrecht. Maar het is in wezen dezelfde strijd: het is de strijd voor politieke ontvoogding en voor democratische inspraak. We moeten de democratie dekoloniseren. We moeten de democratie democratiseren.
  Nogmaals: waar wachten we op?

G1000 Uden
Op zaterdag 4 oktober 2014 wordt in de Schaapskooi in Uden de G1000 Uden georganiseerd. In de geest van David van Reybrouck en vanuit de notie dat er lokaal geexperimenteerd moet worden om 'de burger' weer meer bij de politiek te betrekken. Een ander verhaal tot stand te laten komen. Feitelijk gaat het daar om. In onzekere, instabiele tijden. In een samenleving die aan het kantelen is. Een tijd waarin alle zekerheden omvallen en/of veranderen. In onze tijd is er een grote behoefte aan een verhaal.  Waar staan we - als samenleving - en waar gaan we ongeveer naar toe. Een verhaal dat door velen wordt gedeeld. Een verhaal dat van 'ons allen' is. Geen blauwdruk. Of een dichtgetimemrd formatie-akoord. Vol retoriek, waar de gemiddelde burger niet warm voor loopt. Dat zijn relicten of vehikels uit de vorige eeuw. In de 21e eeuw is de enige zekerheid dat alles doorlopend zal blijven veranderen. En dat het not longer done is om het draagvlak daavoor alleen te zoeken binnen de 'kaste' van mensen die 'beroepshalve' met politiek bezig zijn. Leve de G1000. In Uden. En wie weet - in het najaar van 2014 - ook in de gemeente Oss.

Een citaat uit Vertel : over de kracht van verhalen van Christien Brinkgreve
"Want zonder constructieve verhalen die perspectief bieden wordt de wereld kaal, en is de kans groter dat mensen ten prooi vallen aan destructieve mythen. (p. 92)

Meer lezen?
Lees vooral ook het boek De nieuwe democratie : naar andere vormen van politiek van Willem Schinkel (uit 2012)
Pleidooi voor populisme : pamflet (2008)  van David van Reybrouck  en zijn Tegen verkiezingen (uit 2013). Daar staat ook een verwijzing naar verschillende artikelen die op De Correspondent zijn verschenen.

G1000Bibliotheek.nl    

(maandag 30 juni 2014)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten