De negentiende eeuw is de wonderbaarlijkste periode uit de menselijke geschiedenis.

Aldus Maarten van Rossem in een artikel in 'zijn eigen' tijdschrift: Maarten (nummer 5, juli/augustus 2013). Maarten begon in de zomer van 2008 als een eenmalige uitgave. Maar vanaf het begin was het een succes. De laatste jaren verschijnt het zes keer per jaar. Het is een soort opinieblad geworden waarin de nadruk gelegd wordt op geschiedenis.
In elk nummer zet hoofdredacteur Maarten van Rossem de lijntjes uit. Benoemt een thema en nodigt min of meer bekende schrijvers uit om zich over dit onderwerp uit te spreken. Zelf schrijft hij ook, interviewt (al dan niet samen met een ander) een persoon en laat broer en zus aan het woord. Ook kent het blad enkele vaste columnisten: Paul Schnabel, Jan Tromp, Max Westerman en Robert van der Roer.

Herkenbaar? Leesbaar? Interessant?
Ja, ja en ja. Iedereen die Maarten van Rossem (van tv) meent te kennen zal niet verrast worden door zijn thema's, hoe hij in het leven staat (laconiek) en de manier waarop het wordt opgeschreven (rechtdoorzee, zonder meel in de mond). Dat verklaart waarschijnlijk ook het succes. Er zijn veel Nederlanders die snakken naar 'zo'n' geluid.

Aan de andere kant blijft Van Rossem een onvoorspelbaar persoon. Die regelmatig tóch iets anders poneert als je zou verwachten op basis van zijn publieke optredens en eerder gedane uitingen. Waardoor hij ook voor zijn 'tegenstanders' interessant blijft om te volgen.

Een verklaring voor het succes van Maarten (het tijdschrijft en de publieke persoon) is dat hij zichzelf blijft. Je weet waar hij voor staat (een 'ouderwetse' sociaal-democraat die 'rechts' was in de tijd van Joop den Uyl en 'links' onder de neoliberaal Diederik Samson) én hij heeft het talent om zijn meningen helder te verwoorden (spreken én schrijven).

Onuitroeibare misverstanden
Het zomernummer van 2013 wordt onder deze noemer gebracht. Het is één van de stokpaardjes van Van Rossem: we leven in een bijna perfecte wereld in Nederland, maar desondanks denkt bijna iedereen dat we het nog nooit zo slecht hebben gehad en dat  'het' waarschijnlijk nooit meer goed komt. Zoiets. Dat beeld bestrijdt hij al jaren. Met weinig succes, maar in dit nummer doet hij wederom een poging. In een van de komende nummers zal hij misschien ingaan op het boek De geschiedenis van de vooruitgang van de (piep)jonge historicus (en Correspondent) Rutger Bregman. Rutger is op een bepaalde manier een jonge uitvoering van Maarten van Rossem.

De negentiende eeuw
Uit dit nummer kunnen meerdere memorable citaten gehaald worden. Gekozen is voor een regel uit het artikel Een wonderbaarlijke tijd. Omdat dit artikel een relatie heeft met het nieuwe jaarthema van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken: Oefenen voor een andere tijd. Daarmee bedoelen we dat we als samenleving midden in een transformatiefase zitten. We laten een (economisch) model dat bijna tweehonderd jaar heeft gefunctioneerd achter ons en stappen om uiteenlopende redenen over naar een ander. Aangezien er geen blauwdruk klaar ligt of ónze' leiders weten hoe dat nieuwe model er uit zal zien (integendeel, ze denken er weinig over na; té veel gefocust op het oplossen van de huidige crisis met 20e eeuwse trucs) zal de verandering van onderaf komen. Lokaal, regionaal, in familieverband. In kleine bedrijven. Organisaties. Corporaties. Her en der zullen mensen samen komen en 'iets' gaan uitproberen. Oefenen. Een woord dat door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk al weer enkele jaren geleden is gebezigd. We zullen moeten gaan oefenen. Voor een andere tijd. Waarom? Om met zijn laatste boek te spreken: Du mußt dein Leben ändern / Je moet je leven veranderen.

19e versus 21e eeuw
Iedereen die er oog voor heeft ziet om zich heen dat er al veel geoefend wordt. Sterker, de mate waarin veranderingen op 'ons' afkomen is erg hoog. En het tempo waarin die nieuwe zaken op ons afkomen lijkt te acceleren. Steeds sneller te worden. Er zijn zelfs schrijvers die menen dat dit tempo nóg meer zal gaan versnellen. Dat heeft te maken met o.a. de Wet van Moore (dat computerchips elke 18 maanden twee keer sneller en goedkoper worden) en de onstuitbare groei van ontdekkingen op het terrein van nanotechnologie, genetica en robotica. Op een bepaalde manier doet onze tijd (begin 21e eeuw) denken aan de 19e eeuw. Toen er ook in no time heel veel veranderde. Maarten van Rossem heeft zeker kennis (genomen) van bovenstaande geluiden (enkele auteurs: Kevin Kelly, Peter Diamandis (Tegenlicht), Ray Kurzweil, Henny van der Pluijm) maar neemt in het artikel Een wonderbaarlijke tijd tóch een ander standpunt in. Hij gelooft (weet?!) dat de negentiende eeuw meer veranderingen kende als alles wat de komende jaren (decennia) op ons af zal komen. En toont dat met vele voorbeelden aan. Nog een citaat:

Hoewel er geen enkele reden is om de enorme betekenis van de ontwikkeling van de transistor te ontkennen - het is zonder meer de belangrijkste uitvinding van de twintigste eeuw - , is het toch zeer de vraag of de technische vooruitgang in de tweede helft van de twintigste eeuw historisch gezien wel zo uniek was.

Hij sluit als volgt zijn artikel af:
Een dergelijke periode van koortsachtige inventiviteit zal zich nimmer meer herhalen, omdat de wereld nog steeds op dezelfde wijze in elkaar zit. De technische afstand tussen het Rome van 100 na Chr. en 1800 is kleiner dan de afstand tussen 1800 en 1900. De wonderbaarlijke smartphone, waarmee ik hierboven begon, zou zonder betrouwbare stroomleverantie en telefoontechnologie zelfs nooit uitgevonden zijn. De negentiende eeuw is de wonderbaarlijkste periode uit de menselijke geschiedenis.

Auke van der Woud
Zoals vaak wordt een artikel in 'zijn' tijdschrift afgesloten met een verwijzing naar een of meerdere boeken. Opdat de lezer weet dat de schrijver niet zo maar wat heeft opgeschreven. Maar ook als impliciet signaal dat het weliswaar prima is om artikelen in een tijdschrijft te lezen, maar dat als je meer wilt weten, dieper op een onderwerp wilt ingaan je - toch - boeken moet gaan lezen. Sinds enkele nummers heeft Maarten zelf een nieuwe rubriek waarin hij min of meer klassieke boeken bespreekt. Een rubriek die hij afficheert met een regel die een bibliothecaris uit het hart is gegrepen: "Maarten van Rossem leest boeken waar u iets van opsteekt". Daarmee aangevend dat er (ook veel) boeken zijn waar je niet veel van opsteekt.

Het boek dat Van Rossem naar voren haalt is van ene Vaclav Smit (volstrekt onbekend in Nederland): Creating the twentieth century : technical innovations of 1867-1914 and their lasting impact. Een boek waarvan waarschijnlijk geen vertaling zal verschijnen.
Van Rossem had daarnaast ook naar drie andere boeken kunnen verwijzen. Geschreven door een leeftijdgenoot. Ook historicus, maar gespecialiseerd in architectuur: Auke van der Woud. Die drie zeer leesbare én invloedrijke boeken over juist díe 19e eeuw - in Nederland - heeft geschreven. Boeken waarop later Geert Mak heeft voortgebouwd (Hoe God uit Jorwerd verdween).
Deze Auke van der Woud zal op zondag 20 oktober 2013 de eerste lezing van de reeks Oefenen voor een andere tijd voor zijn rekening nemen. En ingaan op de vraag of en hoe de 19e eeuw aan de 21e doet denken. Maarten van Rossem sprak in een eerdere reeks (Ontnuchteringsjaren).

Drie boeken van Auke van der Woud over de 19e eeuw
Het lege land : de ruimtelijke ordening van Nederland 1798-1848 (1987)
Een nieuwe wereld : het ontstaan van het moderne Nederland (2006)
Koninkrijk vol sloppen : achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw (2010)

(donderdag 25 juli 2013)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten