Latuw. Vetelen. Narcis. Canneleren. Mondvlees. Rompertje. De woorden verschijnen in hoog tempo op het beeldscherm.

Zo begint op zaterdag 16 maart 2013 in De Volkskrant een artikel in het Wetenschapskatern over een onderzoek naar onze woordenschat.

Het artikel gaat als volgt verder: Dit is een testje. En de proefpersoon die het testje uitvoert, moet aangeven of het langsflitsende woord wel of niet bestaat in het Nederlands.
Met pretlichtjes in de ogen volgt onderzoeker Marc Brysbaert wat de verslaggeefster van het testje bakt. Wanneer er honderd woorden de revue zijn gepasseerd, velt het computerprogramma een oordeel: de proefpersoon heeft x woorden goed beoordeeld en fout. En daarmee zoveel procent van de test met goed gevolg afgelegd. Game over?
Niet tevreden? Gefrusteerd. Dan staat het u vrij nog zo'n test te doen. En daarna nog een. Zo veel u wilt. Want er zijn 75 duizend testwoorden beschikbaar en u krijgt er maar honderd per ronde.

() Spelers bewijzen de wetenschap een dienst, want ze werken mee aan een grootschalig taalkundig en psycholinguïstisch onderzoek. Dat vormt de vijfde editie van het Groot Nationaal Onderzoek. De hoofdvraag: welke en hoeveel woorden kennen we op dit moment?

() Van die 75 duizend aangeboden woorden zijn er 52 duizend echt en 23 duizend nep.

Klik hier voor de test

(maandag 18 maart 2013)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten