Verdieping

Negenentwintig jaar geleden schreef Leonard Cohen over een plek waar hij sinds kort verblijft, de Tower of Song. In dat nummer laat hij zich kennen als een bescheiden man. Hij kende in 1988 zijn plaats. Hij hoort Hank Williams kuchen en hoesten, honderd etages hoger.

Hij had het fout. Nu woont hij slechts enkele etages onder Hank Williams. In de buurt van Jimmie Rodgers, Woody Guthrie en Cole Porter.
Zeker is dat de artiest, waarvan ik vanavond een liedje laat horen, ooit veel lager in die Tower of Song terecht zal komen. Het is een prima artiest. Niets mis mee. Die veel mooie nummers en platen heeft gemaakt. Een goeie performer. 

Maar hij is geen Paul McCartney, geen Elvis Costello, Bob Dylan, Richard Thompson, Gillian Welch of Paul Simon. Maar soms maken artiesten uit de Jupiler League, of uit de hoofdklasse een klassiek nummer; of een klassiek album. Een kunstwerk waaraan alles klopt: melodie, tekst en zeggingskracht. 

Enkele jaren geleden kocht ik in een opwelling een soort restjes plaat van Richard Shindell. Een singer-songwriter die tegenwoordig in Argentinië woont, maar regelmatig in ons land optreedt. Die plaat bleek echter een album te zijn waarop hij zijn eigen nummers opnieuw opnam. Met een ander arrangement en andere muzikanten. Wellicht had hij een writer’s block. 
Zoals dat meestal bij mij gaat draaide ik die cd enige tijd, en legde hem daarna opzij. Voor andere, nieuwere albums. Maar om een onverklaarbare reden begon ik die plaat maanden later nogmaals te draaien. 

En toen begon één specifiek liedje er bovenuit te springen. Vanaf dat moment wil je ‘alles’ van zo’n liedje begrijpen. Krijg je oog voor de tekst en de manier waarop het gearrangeerd is.
Tot die tijd kende ik dat liedje niet. Had er wel eens ooit iemand positief over horen spreken, maar dat was onvoldoende reden om naar het origineel op zoek te gaan. Jammer.

Alhoewel.

Dit liedje is een typisch voorbeeld van iets dat veel muziekliefhebbers kennen. Je houdt de beste herinneringen aan de eerste versie. De eerste versie van een song die je hoort. Ook als zo’n liedje - volgens de kenners - door dezelfde artiest of door andere artiesten eerder of later véél beter is opgenomen, uitgevoerd. 
Richard Shindell nam dit liedje voor de eerste keer in 1995 op. Staat op zijn tweede plaat, Blue divide. Zestien jaar later nam hij dit liedje samen met twaalf andere liedjes opnieuw op. 
Die plaat heet 13 songs you may, or may not have heard before. Dertien liedjes die u wel of niet eerder heeft gehoord. Die titel klopte. Het gros van de liedjes kende ik van verschillende eerder verschenen platen, maar enkele niet. 

Om Richard Shindell te leren kennen raad ik u zijn debuutplaat uit 1992 aan: Sparrow’s point. Maar hét ‘beste’ liedje van Richard Shindell - in de ‘beste’ uitvoering - staat volgens mij op die 13 songs you may, or may not have heard before. De oorspronkelijke versie is best aardig, maar kan niet in de schaduw staan van de latere versie. Opmerkelijk is ook dat Shindell tekstueel twee aanpassingen heeft gedaan. Allereerst heeft hij de volgorde van de drie coupletten aangepast. In de oorspronkelijke versie is couplet drie, twee en omgekeerd. Verder heeft hij in het refrein, dat hij drie keer zingt, één letter aangepast. In het laatste refrein. 

Mijn analyse is dat Richard Shindell pas jaren later zelf begreep hoe de vrouw uit zijn liedje - alles afwegend - waarschijnlijk over haar verdwenen partner dacht. 
Shindell geeft meteen in het begin van zijn liedje de clou weg. Sterker: die zit in de titel van de song. Ik vermoed dat u de bewuste vrouw als goed katholiek kent en waaraan Shindell refereert. 

Genoeg. Luister naar The ballad of Mary Magdalen.

 


Column voor de achtste editie van Luistercafé Noordkade, in De Afzakkerij te Veghel (vrijdag 6 oktober 2017)

Artikel: Twee liedjes, you may, or may not have heard before (oktober 2016)

Homepage A story about a song

Homepage Luistercafé Noordkade