NOBB

?

Kevin Kelly: Vragen stellen is gewoonweg krachtiger dan antwoorden geven.

Vragen stellen is gewoonweg krachtiger dan antwoorden geven.



In zijn in juni van dit jaar verschenen nieuwste boek vertelt Kevin Kelly - een Amerikaans publicist en denker - een groot(s) verhaal over en voor onze tijd.

De wil van technologie
In dit boek (The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future) borduurt hij voort op zijn in 2010 verschenen De wil van technologie (Maven 2012). In dat boek poneert hij het begrip ‘technium’. Dat is in zijn ogen ‘het systeem’ waarin we – zonder dat we het willen - op aarde leven en deel van uitmaken.

Dat begrip, dat beeld – het technium – lijkt veel op een ander verhaal. Van een Nederlandse geoloog, die in 2012 in zijn De ontdekking van de aarde : het grote verhaal van een kleine planeet tot de conclusie kwam dat de aarde – onze planeet – in een miljarden jaren durend proces iets unieks heeft voortgebracht. Voor zover bekend uniek in het heelal. Leven! Nadat op zeker moment de motor is aangezet (of zichzelf – hoe wonderlijk! – heeft aangezet) is dit 'systeem’ almaar doorgegaan. Kwamen er steeds meer vormen. En verschenen (geologisch gesproken) nog niet zo heel erg lang geleden wij (of althans onze directe voorvaderen) op het toneel. Ruim tienduizend jaar geleden ruilden we onze jager-trekhouding in voor een boerenbestaan. Na tien millennia bereikten we de volgende fase. We gingen wetenschappelijk denken. ‘Dingen’ uitzoeken, uitvinden. En na een schoorvoetend begin nam sindsdien de snelheid van ontdekkingen en uitvindingen een steeds hogere vlucht.

In De wil van technologie poneert hij de stelling dat dit ‘technium’ (ons ‘systeem’, onze wereld) niet valt te stoppen. Er is een machine aangezet die nooit stilvalt. Overal op aarde zijn mensen bezig met ontdekken, uitvinden, verbeteren. Uiteraard zijn er ook krachten die daar haaks op staan, maar in zijn algemeenheid is de richting volstrekt helder: alles wordt ‘beter’, groter, slimmer, sneller et cetera. We kunnen als mensheid alleen licht bijsturen en er de slechte kanten vanaf proberen te slijpen.

Kevin Kelly
Kevin Kelly is bekend als een van de oprichters van het Amerikaanse maandblad Wired, waarin geprobeerd wordt te volgen welke (digitale) ontwikkelingen er in de samenleving zijn. De laatste jaren is hij formeel nergens meer aan verbonden. Schrijft veel en geeft vaak lezingen. Kevin Kelly is een zeer optimistisch man die heilig gelooft in wetenschap en technologie. Die zullen er voor zorgen dat ‘alles’ beter wordt. Hij weet als iemand die ‘de wereld’ volgt dat er tegelijkertijd ook veel negatieve trends en ontwikkelingen zijn, maar hij bemoeit zich daar niet mee. In een recent interview zei hij daarover:

Over die zaken schrijven anderen al volop. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Ik wil een optimistische kijk bieden op de toekomst. Dat doen gek genoeg niet zo veel schrijvers. En ik kan bijna geen enkele sciencefictionfilm uit Hollywood bedenken die een toekomst laat zien waarin we zouden willen leven. (‘Intelligente robots zullen de mens in een identiteitscrisis storten’ – FD, 13 augustus 2016)

What’s happening?
Maar Kevin Kelly is zeker geen naïeveling. Een onverbeterlijke optimist. Integendeel. Beide boeken (De wil van technologie én The inevitable : understanding the 12 technological forces that will shape our future) zijn zeer de moeite waard. Genuanceerd. Prachtig geschreven. Bedoeld voor iedereen die wil proberen te begrijpen in wat voor wereld we leven en hoe zich die zich waarschijnlijk verder gaat ontwikkelen. Verwacht echter geen concrete voorspellingen over een nieuw Facebook (Die komt er! Maar Kevin zegt niet wie, wat en hoe) of een draaiboek om uw eigen vastgelopen of op sterven na dood zijnde branche weer nieuw leven in te blazen.

Tegelijkertijd is het echter wel degelijk een boek dat iedereen moet lezen die die zich zorgen maakt over de eigen werksoort, sector en tijdgeest. Wil begrijpen wat ‘er’ op hoofdlijnen gaande is en ‘er’ aan zit te komen. Kevin Kelly schetst een toekomst waarin veel werk overbodig zal worden. Wegvallen. Overgenomen zal worden door slimme systemen. Hij is er als optimist echter van overtuigd dat er andere banen voor in de plaats zullen komen, maar zegt niet welke, waar en hoe. Ik heb in het boek slechts een zin kunnen ontdekken waarin hij het over een toekomst heeft waarin het gros van de mensen geen betaald werk meer zullen hebben en een basisinkomen wellicht onvermijdelijk zal blijken te zijn:

Isn’t the whole idea that in a highly evolved advanced society work is over? (p. 281)

Remixen
In ‘Het onvermijdelijke’ (de voor de hand liggende Nederlandse titel) heeft hij het slechte één keer over ‘zijn’ technium: The technium - the modern system of culture and technology - is accelerating the creation of new impossibilities by continuing to invent new social organizations. (p. 273-274).

Maar feitelijk gaat het steeds hierover. Onze wereld, onze machine, ons systeem laat zich niet meer afremmen, bijsturen laat staan stilzetten. Overal op de wereld zijn mensen én systemen bezig nieuwe ‘dingen’ te verzinnen. Alhoewel. Hij vermoedt dat die nieuwe dingen vooral een samenraapsel zullen zijn van onderdelen uit reeds bestaande ‘dingen’. Hoofdstuk 8 gaat daarover: remixen (remixing). Een werkwoord. Zoals alle hoofdstuktitels een werkwoord zijn.

Zelfstandig naamwoord versus werkwoord
De kern van het verhaal van Kevin Kelly is dat alles zich continue zal blijven ontwikkelen. Producten en diensten zullen nooit meer klaar zijn. Bijna alles zal continue blijven veranderen. Door mensen en door systemen die in staat zijn ‘dingen’ te veranderen. Hoofdstuk 3 gaat over stromen (flowing). Hij neemt nadrukkelijk afscheid van zelfstandige naamwoorden. Hij schrijft daarom in The inevitable dus hoofdstukken over beginnen (en niet over een of het begin), filteren (en niet over een filter of zeef), remixen (en niet over de remix) of vragen (en niet over dé vraag).

Dit lijkt wellicht een onbeduidend verschil maar is het niet. Kevin Kelly refereert, zonder dat hij het waarschijnlijk weet, aan een in december 2015 verschenen Nederlandstalig boek: Nooit af [permanent beta] : een nieuwe kijk op de fundamenten van ons leven: werk, school, zorg, overheid en management van Martijn Aslander en Erwin Witteveen. Die op een heel andere manier op hetzelfde uitkomen. In onze én aankomende tijd zullen ‘dingen’ (producten en diensten) nooit meer klaar zijn. Bijna alles bevindt zich in een permanente beta status. Doorlopend zal er aan gesleuteld worden. Onderdelen vervangen. Updates geplaatst. Dingen zijn nooit (meer) af. Leer er maar mee om te gaan. Go with the flow.

Overvloed
Kevin Kelly verwijst natuurlijk niet naar Aslander en Witteveen, maar ook niet naar een landgenoot als Peter Diamandis. Die in 2012 in zijn boek Abundance : the future is better than you think een beeld schetst van een wereld vol overvloed. Voldoende energie, voedsel, schoon water, vrije tijd et cetera. Naar zo’n wereld zijn we in zijn (én Kevin Kelly’s) ogen hard op weg. Peter Diamandis is een andere onverbeterlijke optimist, naar wie Kevin Kelly dus niet verwijst. Hij noemt althans zijn naam niet.

Ook valt de naam Raymond Kurzweil niet. Een leeftijd- en landgenoot die heilig gelooft in de zogenaamde harde singulariteit. Een wereld waarin we als mensheid (‘systeem’ of technium) in staat zijn ‘iets’ te bedenken dat in staat is slimmere ‘systemen’ van zichzelf te produceren. Zo slim dat zo’n systeem de overhand op de wereld krijgt en ‘alle’ problemen en uitdagingen kan oplossen. Of – zwarter gedacht:ons mensen als het ware afschaft of tot slaven maakt. Van dit soort gedachtegoed moet Kelly niets hebben; hij blijft een onverbeterlijke optimist die gelooft dat ‘het’ goed zal aflopen.

Het woord dat Kelly in zijn laatste boek waarschijnlijk het vaakst gebruikt is ubiquitous (of: ubiquity): alomtegenwoordig is de Nederlandse variant.

Commons en socialisme
The inevitable heeft ook alles te maken met het jaarthema van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken: Wat delen we met elkaar? Hoofdstuk 6 gaat expliciet over delen (sharing), maar feitelijk komt (het) delen in bijna alle hoofdstukken aan bod, voorbij. In zijn ogen zijn we hard op weg naar een wereld waarin we steeds meer zullen (gaan) delen. Of (bijna) gratis voor elkaar (gaan) doen. Hij gaat zelfs zo ver dat hij – tot zijn eigen verbazing (want: I was a fairly steady individualist, an American with libertarian leanings) tot de conclusie moet komen dat het woord socialisme het best de lading denkt van wat hij ziet gebeuren:

I recognize that the word “socialism” is bound to make many readers twitch (zal zeker veel lezers doen steigeren). It carries tremendous (ontzagwekkend) cultural baggage (bagage), as do the related terms “communal”, “communitarian” and “collective”. I use “socialism” because technically it is the best word to indicate (aan te geven) a range of technologies that rely on (afhangen van) social interactions for their power. We call social media “social” for this same reason: It is a species of social action. Broadly speaking, social action is what websites and net-connected apps generate when they harness (samenbrengen) input from very large networks of consumers, or participants (deelnemers), or users, or what we once called the audience (publiek). Of course, there’s rhetorical danger in lumping (klonteren) so many types of organizations under such an inflammatory heading (vlammende kop). But there are no unsoiled (onbevlekte) terms available in this realm (rijk) of sharing, so we might as well redeem (‘geven’) this most direct one: social, social action, social media, socialism. When masses of people who own the means of production work toward a common goal and share their products in common, when they contribute labor without wages (loon) and enjoy the fruits free of charge (gratis), it’s not unreasonable (onredelijk) to call that new socialism. (p. 137-138)

Artificiële Intelligentie
Een ander woord dat herhaaldelijk voorbij komt is AI, Artificial Intelligence. Kunstmatige intelligentie. Kevin stelt dat AI net is ‘geboren’ en de komende jaren tot volle wasdom zal komen. AI zal dezelfde kant opgaan als ooit elektriciteit. In het begin was het slechts heel sporadisch aanwezig; en nu is het overal. In overvloed. In die mate dat zonder elektriciteit (bijna) niets meer kan functioneren.

Die AI zullen we de komende jaren overal in (gaan) stoppen. En we halen die AI straks uit 'de cloud'. Nog zo’n begrip dat hij vaak noemt. Uit die cloud halen we straks niet alleen onze computersoftware maar ook onze boeken, muziek, diensten én onze AI. Waar mogelijk zal AI aan dingen en diensten worden toegevoegd. Embedded, nog zo’n woord dat vaak valt. Waardoor die ‘dingen’ slim worden. Slimmer. Het tweede hoofdstuk (Cognifying, dat ik vertaal als ‘slimmeren’) gaat hier vooral over. Alles – mensen én ‘dingen’ – zullen slimmer worden (gemaakt) door er AI aan toe te voegen.

Ons wereldbeeld
Kevin Kelly waarschuwt ons impliciet. We zullen evenals eerdere generaties ons wereldbeeld moeten aanpassen. Denk aan Galilei, die beweerde dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is en de zon niet om de aarde draait. Of aan Darwin en ‘zijn’ evolutieverhaal: alles verandert en wij mensen stammen af van andere wezens. Of Nils Bohr en Einstein die met de kwantummechanica en relativiteitstheorie aan kwamen zetten. Onbegrijpelijke theorieën die wel degelijk waar zijn en aan de basis van heel veel uitvindingen van de laatste eeuw lagen! Kelly waarschuwt ons dat wij in de komende dertig jaar ook veel zekerheden los zullen moeten laten. Niet alleen mensen kunnen auto’s rijden, slimme dingen bedenken, rechtspreken, moeilijke operaties uitvoeren ...

Verder vermoedt hij dat we aan de vooravond staan van een grote verschuiving van ‘iets’ bezitten naar het afnemen van relevante diensten. We bezitten straks geen auto’s meer. Of boeken en cd’s. Maar kopen diensten in: vervoer, leesmateriaal en muziek. We krijgen toegang tot. Het vijfde hoofdstuk heeft als titel accessing. Ik vertaal het maar als toegangen. Hij legt dit uit aan de hand van ‘het boek’.

Vroeger kocht hij vaak op basis van recensies boeken. De papieren edities. Later stapte hij over op een ereader en bleef e-boeken kopen op basis van recensies. Ebooks die hij dan later (wel of niet) ging lezen. Tegenwoordig heeft hij een abonnement op een soort Spotify-achtige dienst voor boeken en logt even in als hij een bepaalde titel wil lezen. Hij vermoedt dat dit soort service voor heel veel vormen van dienstverlening zal opkomen. Je neemt een dienst af. En haalt die uit de reeds genoemde cloud. Er is echter een probleempje: de overvloed aan keuzes. Dus groeit de behoefte aan goede raad: wat te kiezen, te lezen, te luisteren, af te nemen? We hebben behoefte aan filters. Sorry: filteren (filtering).

The Library of Everything
In het hoofdstuk over filteren komt hij aanzetten met het beeld van de Bibliotheek van Alles. Waarin nu al heel veel zit, maar die de komende decennia onvoorstelbaar groot zal worden en informatie over ‘alles’ zal bevatten. Gelukkig wordt er nu al veel gefilterd. Denk aan Google, Amazon of Facebook die ons nu al helpen de weg te vinden in die oceaan aan data. Hij weet dat er aan filteren gevaren zitten (de fameuze filter bubble) maar ziet geen andere uitweg. Filteren is nodig en zal steeds persoonlijker worden. Toegesneden op onze behoeften. Filters zullen bijna ‘alles’ van ons (te) weten (komen). En die input gebruiken om steeds beter tegemoet te komen aan onze verlangens. Hij formuleert het zo:

The funny thing about a whole class of technology that enhances (verbetert) experience and personalization is that it puts great pressure on us to know who we are. We will soon dwell smack in the middle of the Library of Everything, surrounded by the liquid presence of all existing works of humankind, just within the reach of our fingertips, for free. The great filters will be standing by, quietly guiding us, ready to serve to our wishes. “What do you want?” the filters ask. “You can choose anything; what do you choose?” The filters have been watching us for years; they anticipate what we will ask. They can almost autocomplete (automatisch aanvullen) it right now. Thing is, we don’t know what we want. We don’t know ourselves very well.

To some degree we will rely (vertrouwen) on the filters to tell us what we want. Not as slave masters, but as a mirror. We’ll listen to suggestions and recommendations that are generated by our own behaviour (gedrag) in order to hear, to see who we are. The hundred million lines of code running on the million servers of the intercloud are filtering, filtering, filtering, helping us to distill (distilleren) ourselves to a unique point, to optimize our personality. The fears that technology makes us more uniform, more commoditized are incorrect. The more we are personalized, the easier it is for the filters, because we become distinct (verschillend van elkaar, onderscheidend), an actualized distinction (verschil) they can reckon with. At its heart, the modern economy runs on distinction (onderscheid) and the power of differences (verschillen) - which can be accentuated by filters and technology. We can use mass filtering that is coming to sharpen who we are, for the personalization of our own person
.

En sluit hoopvol af met:

More filtering is inevitable (onvermijdelijk) because we can’t stop making new things. Chief among the new things we will make are new ways to filter and personalize, to make us more like ourselves. (p. 190-191)

De economie
Kevin Kelly schrijft niet expliciet over de economie en hoe die zich de komende decennia zal ontwikkelen. Maar verspreid over het boek stipt hij regelmatig punten aan die wel degelijk een effect op de economie zullen hebben. Hij is (terecht) ook geen fan van het woord disruptie, maar weet dat zijn hele boek feitelijk alleen maar over disruptieve tendensen gaat. Kevin Kelly kent natuurlijk Jan Rotmans niet, de Rotterdamse hoogleraar transitiekunde. Met zijn motto dat we niet in een tijd leven waarin (uiteraard) veranderingen plaatsvinden, maar dat we een verandering van tijdperk meemaken.

In hoofdstuk 8 (remixen-remixing) doet hij een voor velen wellicht erg boude uitspraak. Echte, duurzame economische groei zal in de toekomst vooral komen door het remixen (recombineren) van reeds bestaande technieken en oplossingen. En het tempo daarvan zal toenemen naarmate de tijd voortschrijft. Waarom? Naarmate er meer ‘dingen’ zijn zal er ook meer geremixt kunnen worden. Uiteraard zullen er in de toekomst ook nog fundamentele ontdekkingen worden gedaan, maar die zullen vaak gemixt worden met reeds bestaande zaken. Hij zegt het zo:

Modern technologies are combinations of earlier primitive technologies that have been rearranged and remixed. Since one can combine hundreds of simpler technologies with hundreds of thousands of more complex technologies, there is an unlimited number of possible (mogelijke) new technologies - but they are all remixes. What is true for economic and technological growth is also true for digital growth. We are in a period of productive remixing. Innovators (vernieuwers) recombine simpler earlier media genres with later complex genres to produce an unlimited number (onbeperkt aantal) of new media genres. The more new genres, the more possible newer ones can be remixed from them. The rate of possible combinations grows exponentially, expanding the culture and the economy. (p.193-194)

Bij dit hoofdstuk over remixen moest ik denken aan Seth Godin die het op een heel andere manier over hetzelfde heeft. In Seth Godin’s visie zullen we ons in de toekomst allemaal (noodgedwongen) als een soort kunstenaar door het leven moeten gaan bewegen. Niet dat we allemaal, de hele week lang schilderijen of muziek gaan maken, maar wel zullen we allemaal met onze eigen talenten en mogelijkheden unieke ‘dingen’ tot stand gaan brengen. Hij beschrijft dit in zijn eind 2012 verschenen The Icarus deception : how high will you fly? Een jaar later verscheen van dat boek een prentenboek voor volwassenen (V is for Vulnerable : life outside the comfort zone). Seth koos zesentwintig woorden om zijn verhaal te vertellen. Tekenaar Hugh MacLeod maakte voor elk ‘hoofdstuk’ een lettertekening. De R staat voor: Remix, Reuse (hergebruiken), Respect, Recycle, Revisit, Reclaim (terugeisen), Revere (omdraaien) en Resorb (opslorpen). En hij eindigt met de prachtige zin: ‘art doesn’t repeat itself but it rhymes’.

Ik vermoed dat Kevin en Seth elkaar kennen en elkaars werk waarderen.

Beginnen
Het laatste, twaalfde hoofdstuk heet Beginnen (Beginning). Beslaat slechts zeven pagina’s en eindigt met de laconieke zin: The Beginning, of course, is just beginning.

Hierin probeert hij duidelijk te maken dat we wel degelijk op een bijzonder moment in de tijd leven. We maken mee dat bijzondere dingen gebeuren. Worden ontdekt. Beginnen. Dit gaat vooral op voor het begin van de massale komst van AI, Artificiële Intelligentie. Die de komende jaren, decennia overal aan toegevoegd zal worden. Waardoor ‘alles’ slimmer zal worden. Er veel meer mogelijk wordt.

Mooi, maar er dreigen ook gevaren. In dit slothoofdstuk eindigt hij met het begrip ‘singulariteit’. De harde en zachte variant. Hij gelooft niet dat de harde variant ooit werkelijkheid zal worden. Ray Kurzweil (de auteur van De singulariteit is nabij : het moment waarop de mensheid de grenzen van de biologie overstijgt) gelooft daar wel in. En verwacht dat die harde variant rond 2045. Dan zal ‘de mens’ of ‘het technium’ of ‘de wereld’ een systeem hebben geconstrueerd dat in staat is een systeem te maken dat sneller, beter, slimmer is dan alles wat de mens tot dan toe heeft bedacht. En dat nieuwe systeem zal vervolgens een nog slimmer systeem bedenken enzovoorts. Dan dreigt het gevaar dat super-denkende systeem ons mensen niet alleen overvleugeld (qua denkkracht en mogelijkheden) én van 'ons' af wil‘ De Engelse wetenschappers Stephen Hawking en Nick Bostrom (auteur van o.a. Superintelligentie : kansen, gevaren, strategieën) zijn daar bang voor. Kurzweil ziet alleen maar voordelen. Kevin Kelly gelooft niet dat het ooit zo ver zal komen. Hij voorziet wel een zachte singulariteit. Dat systemen ons gaan overvleugelen. Op deelterreinen, maar dat ‘de mens’ altijd bepaald wat er gaat gebeuren. De tijd zal – zo wil het cliché – het leren.

Het boek eindigt als volgt:

Deze fase verandering is al begonnen. We zijn onverbiddelijk bezig alle mensen en alle machines te verbinden in een globale matrix. Deze matrix is geen ding, maar een proces. Ons nieuwe supernetwerk is een staande golf van verandering dat geleidelijk nieuwe arrangementen uitspuwt, om tegemoet te komen aan onze behoeften en verlangens. De specifieke producten, merken en bedrijven die ons de komende 30 jaar zullen omringen zijn volstrekt onvoorspelbaar. De details hangen af van individueel toeval en geluk. Maar de overheersende richting van dit grootschalig, kloppend proces is duidelijk en onmiskenbaar. In de komende 30 jaar zal de holos doorgaan in dezelfde richting zoals het de laatste 30 jaar heeft gedaan: naar meer stromen, delen, tracken, toegangen, interacteren, kijken, remixen, filteren, slimmeren, vragen en worden. We staan op dit moment aan het Begin.
  Het begin is, natuurlijk, net begonnen.

Louter rozegeur en maneschijn?
Kevin Kelly is zoals gezegd een zeer optimistisch mens. Hij weet dat we als mensheid voor grote veranderingen staan. Maar het gros daarvan zal beter voor ons zijn. Dat er tegelijkertijd vele mensen last van zullen hebben of krijgen weet hij. Hij stipt ze terloops aan maar gelooft dat het in the end wel goed zal komen.

Het kost echter geen enkele moeite om dagelijks die schaduwkanten te zien. Erover te lezen. Ze in de dagelijkse werkelijkheid te ervaren. We zullen als samenleving meer dan tot nu toe moeten gaan nadenken over de wereld die er aan zit te komen. Willen we dat? Kunnen we het bijsturen? Tegenhouden? Kelly is heel stellig: tegenhouden kan niet, hooguit een beetje bijsturen. Wel heeft hij het in zijn voorlaatste hoofdstuk over vragen (questioning). Vragen stellen. Als iets wat zeer belangrijk wordt in de toekomst. En nu. In een transitietijd. Antwoorden zijn er volop. Abundant. Overvloedig. Ubiquitous. Kun je bijna gratis krijgen en de trend dat Google en aanverwante apps op vragen antwoorden kunnen geven (ja zelfs al vooruitlopen op een vraag die je wilt gaan stellen) zal alleen maar toenemen. Maar goede vragen stellen is iets anders. Degene die dat kan is spekkoper. Regelmatig bezig ik de zin ‘mensen te voeden met de dilemma’s waar we voor staan’. Kevin Kelly bedoelt ook zoiets. Bedenk vragen waar geen gemakkelijk antwoorden op zijn te geven. Maar wel vragen die gesteld moeten worden. Ook vragen waar de komende zes maanden (in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede kamer) door de heren niet over gesproken zal worden. Er is één uitzondering, een vrouw.

We have no reason to expext this to reverse (omdraaien) in the future. The more disruptive a technology or tool is, the more disruptive the questions it will breed. We can expect future technologies such as artificial intelligence, genetic manipulation, and quantum computing (to name a few on the near horizon) to unleash (loslaten) a barrage of new huge (zeer grote) questions - questions we could have never thought to ask before. In fact, it’s a safe bet that we have not asked our biggest questions yet. (p. 284)

Very soon we’ll live in a world where we can ask the cloud, in conversational tones, any question at all. And if that question has a known answer, the machine will explain it to us. (p. 287)

Klik voor twaalf korte filmpjesKlik voor twaalf korte filmpjesIn wat voor wereld leven we?
Het eerste hoofdstuk heeft de raadselachtige titel Worden (Becoming). Hij stelt daar dat alles in de toekomst tijdelijk zal zijn. Continue op weg ‘anders’ (beter, slimmer, groter) te worden. In die wereld zit bijna alles wat we doen, maken, gemaakt hebben, gebruiken opgesloten in de cloud. Waaruit we naar behoefte tappen. Waar AI ons helpt beter te functioneren. Een wereld waarin veel bestaand werk zal zijn vervallen (en er volgens de optimistische Kelly andere banen zullen ontstaan).

De slotregels van het hoofdstuk over Vragen (questioning) zijn als volgt:

What is it that we are making with our question-and-answer machine?
Our society is moving away from the rigid order of hierarchy toward the fluidity of decentralization. It is moving from nouns (zelfstandige naamwoorden) to verbs (werkwoorden), from tangible (tastbare) products to intangible becomings. From fixed media to messy remixed media. From stores (opslag) to flows. And the value engine is moving from the certainties of answers to the uncertainties of questions. Facts, order, and answers will always be needed and useful. They are not going away, and in fact, like microbial life and concrete materials, facts will continue to underpin (dragen) the bulk of our civilization. But the most precious aspects, the most dynamic, most valuable, and most productive facets of our lives and new technology will lie in the frontiers, in the edges where uncertainty, chaos, fluidity, and questions dwell. The technologies of generating answers will continue to be essential, so much that answers will become omnipresent, instant, reliable, and just about free. But the technologies that help generate questions will be valued more. Question makers will be seen, properly, as the engines that generate the new fields, new industries, new brands, new possibilities, new continents that our restless species can explore. Questioning is simply more powerful than answering. (p. 289)

Vragen stellen is gewoonweg krachtiger dan antwoorden geven.


Meer lezen
Interview: ‘Intelligente robots zullen de mens in een identiteitscrisis storten’ – FD, 13 augustus 2016
Artikel over het Raam van Overton en het boek 'Nooit af' - 2016 - You can blow out a candle/But you can't blow out a fire (december 2015)

(dinsdag 23 augustus 2016)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten