Steve Earle is een kleurrijk man. Waarschijnlijk lastig om mee samen te wonen. Zeker een betrokken man. Die zich druk maakt over onrecht in de samenleving. Daarin is hij zeker niet uniek. En hij zal de eerste zijn om toe te geven dat hij schatplichtig is aan grote namen uit de muziek voor hem. In zijn werk hoor je overal echo’s naar al lang geleden gestorven muzikanten.

Op zijn mooiste plaat - Train a comin’ - kun je dat goed horen. Steve Earle weet dat de trein in de Verenigde Staten meer is dan een transportmiddel om je van A naar B te laten vervoeren. Hij weet dat treinen en de manier waarop die door arme sloebers werd gebruikt iets zeggen over zijn land. De titel Train a comin’ verwijst naar klassieke voorgangers. Om te beginnen Jimmie Rodgers, die aan het eind van de jaren twintig tot zijn vroege dood in 1933 tientallen liedjes schreef over de sloebers van zijn tijd. En hoe ze omgingen met hun misfortune, de omstandigheden. In veel liedjes kwamen treinen voorbij. Niet raar, want Jimmie Rodgers was voordat hij tuberculose kreeg ‘remmer’. Hij bediende handmatig de brakes (de remmen). Vandaar zijn bijnaam The singing brakeman.

Jaren later schreef Woody Guthrie op zijn manier over de sloebers van zijn tijd. Slachtoffers van de Dust Bowl en de naweeën van de Great Depression; aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De tijd waarin Franklin D. Roosevelt met zijn New Deal de economie probeerde aan te jagen en iets te doen aan de miserie van veel landgenoten. Woody Guthrie was zeer kritisch in zijn teksten. Nam geen blad voor de mond. Op zijn gitaar stond de tekst “This guitar kills fascists”. In veel liedjes verhaalt hij ook over sloebers die zich illegaal in een veewagon lieten opsluiten om ergens anders hun geluk te gaan beproeven. In de inmiddels klassieke speelfilm O brother, where art thou? uit 2000 kun je dit soort gelukzoekers zien.

In 1969 maakte Merle Haggard, op zijn manier een gelukzoeker en delinquent, een klassieke tributeplaat: Same train, a different time. Een dubbelelpee met vijfentwintig covers van Jimmie Rodgers songs.

Steve Earle kent zonder enige twijfel deze artiesten en songs. En wilde daar op zijn manier in 1995 zijn steentje aan bijdragen. Op Train a comin’ staan echter nieuwe songs. Slechts twee covers Eén daarvan is Tecumseh valley van Townes Van Zandt. Jaren later maakte hij zelfs een dubbelcd met louter Townes-covers. Hoogtepunt van de plaat Train a comin’ is wat mij betreft Goodbye. Mari van de Linden zong net zijn versie.

Toch wil ik hier een andere plaat, een ander liedje én maar liefst twee andere artiesten naar voren halen. Die in 2016 in het voetspoor van Jimmie Rodgers, Woody Guthrie, Merle Haggard en Steve Earle traden. Zij namen dertien covers op. Songs over treinen. Oude en relatief nieuwe liedjes. Ik laat jullie een Youtube-filmpje zien. Waarop een Engelsman en een Amerikaan hun versie spelen van een liedje van Woody Guthrie. Hobo’s lullaby. Een hobo is een rondtrekkend arbeider. En dit soort mensen hebben net als nu altijd gedoe met de politie. Die hen opjaagt, achter de vodden aanzit. Nooit rust. Altijd op moeten letten. Nee, die politie was - én is nog steeds - voor de losers van de samenleving geen vriend. Je bent er pas vanaf als je dood bent.

Billy Bragg en Joe Henry vormen een bijzonder duo. Billy Bragg is een Engelsman die zich in zijn hele carrière heeft ingezet voor ‘een andere, betere’ wereld. Joe Henry heeft sinds 1986 veel albums onder zijn eigen naam uitgebracht; en heeft tientallen platen van vaak grote artiesten geproduceerd: Elvis Costello, Solomon Burke, Aimee Mann, Ani DiFranco, Bonnie Raitt en Allen Toussaint. Ook de laatste plaat van Billy Bragg. Wist niet dat hij sociaal betrokken was.

Shine a light : field recordings from the great American railroad is een bijzonder project. Samen namen ze dertien train-songs op. Op dertien legendarische plekken. In stationshallen verspreid over het land. Opmerkelijk in verband met vanavond is dat ze ook een opname maakten in het station van Forth Worth. Mari zong zojuist Forth Worth blues, een liedje van Steve Earle. Waarin hij eer betoont aan zijn pal Townes Van Zandt. Die in 1947 geboren werd in Forth Worth, Texas.

Jullie horen en zien nu Hobo’s lullaby van Woody Guthrie in de versie van Billy Bragg en Joe Henry.

Column voor de twaalde editie van Luistercafé Noordkade, in De Afzakkerij te Veghel (vrijdag 2 februari 2018)

Klik hier voor de website met informatie over hun reis en de liedjes

Artikel
Hobo's lullaby (januari 2018)

Homepage A story about a song

Homepage Luistercafé Noordkade