Zondag 16 december 2007 geeft directeur Jaap Dirkmaat van de Vereniging Nederlandse Cultuurlandschap in De Groene engel in Oss een lezing in het kader van de cyclus Onmetelijke kwaliteit. De titel van zijn lezing is Onmetelijke kwaliteit in het Nederlandse cultuurlandschap. De lezing begint om 14.00 uur. De entree is €8,--.

Jaap Dirkmaat
Jaap Dirkmaat (1958) is een Nederlands natuurbeschermer. Hij was vele jaren de voorzitter van de vereniging Das & Boom. Momenteel is hij directeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap.Tevens is hij columnist van Milieudefensie Magazine en het eigen verenigingsblad. 

Jaap Dirkmaat - Onmetelijke kwaliteit in het Nederlandse cultuurlandschap
“Ze [de Nederlanders] gaan massaal naar het buitenland en van Nederland weten ze niks. Als ze hier zouden rondkijken dan zouden ze wijzer worden en verantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving. De meesten hebben in Zuid-Limburg alleen Valkenburg gezien. Mooie plekjes noemen ze on-Nederlands mooi, het lijkt het buitenland wel! () Je kunt ook een wereldburger zijn en je cultuur en tradities koesteren”.

Er ís nog hoop voor natuur en landschap door Twan van Lierop

Als iemand de Meierij aanprijst als een van de mooiste streken van Brabant, kan Jaap Dirkmaat het niet laten om daar een stevige kanttekening bij te plaatsen. "De Meierij? Een slap aftreksel zul je bedoelen!
Ter illustratie slaat hij de Grote Historische Topografische Atlas van Noord-Brabant uit 1905 open. "Kijk, zo mooi is de Meierij geweest", zegt hij. Op de kaart is een lappendeken te zien van kleine landbouwperceeltjes, die door bomen en hagen van elkaar gescheiden zijn. Van dat fraaie landschap is vrijwel niets meer over, met dank aan de ruilverkaveling.
"De ruilverkaveling heeft de natuur en het landschap een zware slag toegebracht", vertelt Dirkmaat, directeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. "Daardoor is Nederland zo kaal en lelijk geworden. Alles moest op de schop. Beken werden rechtgetrokken, vrijwel alle plattelandswegen verdwenen en duizenden boerderijen werden gesloopt, nota bene met rijkssubsidie. Als je alle vernietigde houtwallen en hagen achter elkaar zou leggen, ga je vier keer de aarde rond."

Hoe het ooit zo ver is kunnen komen, daar kan hij zich nog steeds kwaad om maken. "Het is na de oorlog achter tekentafels bedacht door ingenieurs uit Wageningen en bepaald door ambtenaren in Den Haag. Alles draaide om verzakelijking en intensivering van de landbouw. De idioterie ten top. Wat heb je aan efficiëntie als daarmee de landbouw failliet gaat? Door overproductie voor de export zijn de mineralen uit de bodem verdwenen. Wat heeft de wereldmarkt ons gebracht? Is het vooruitgang dat je op Texel wol van schapen uit Nieuw-Zeeland kunt kopen? Nu wordt er weer gesproken over varkensflats bij de haven van Rotterdam. De landbouw is een industrieel probleem geworden. Zo gaat de wereld naar de knoppen."
Gelukkig is er voor natuur en landschap nog hoop en dat geldt evenzeer voor de boer, die volgens Dirkmaat nu vooral slachtoffer van een heilloos beleid is. "De boer is nu het lijdend voorwerp. We kunnen het tij keren door het landschap terug te geven aan de boeren en ze daarvoor een prijs te geven die rendeert. Als een boer de kans krijgt om het landschap mooi te maken en daar ook nog goed aan kan verdienen, doet hij daar als verstandig ondernemer graag aan mee."

Het is allemaal uitgewerkt in het 'Deltaplan Nederland weer mooi', dat Dirkmaat in 2004 presenteerde. De schoonheid van het landschap moet terugkeren door de aanleg van 200.000 kilometer aan 'landschapselementen', zoals hagen, houtwallen en bloemrijke akkerranden en slootkanten. Voor toeristen moet er 50.000 kilometer aan recreatieve routes komen, met mogelijkheden om op het platteland te overnachten.
De uitvoering van het deltaplan kost 600 miljoen euro per jaar, geld dat uit een speciaal fonds moet komen. Een fonds dat in particuliere handen moet blijven, zo benadrukt Dirkmaat, zodat de zorg voor het landschap niet hoeft te lijden onder de politieke waan van de dag. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het enthousiasme is groot, ook bij de overheid. Onlangs werd bekend dat er een stuk of vijf proefgebieden worden aangewezen, waar het plan concreet gestalte moet krijgen. Ook de Meierij is daarvoor genoemd en kan dus weer iets van zijn oude glorie terugkrijgen.
Dirkmaat gelooft heilig in de kansen van het Deltaplan. Hij constateert dat het denken over natuur en landschap ten goede is veranderd. "De overheid kijkt daar de laatste jaren met heel andere ogen naar. Vroeger mocht er niets negatiefs over landinrichting worden gezegd. Die sfeer is veranderd. Je kunt nu ook openlijk kritiek uiten op de landinrichting."

Het nieuwe landschap levert bovendien veel geld op. Dirkmaat wijst op recreatie, toerisme en waardestijging van onroerend goed, maar ziet ook elders kansen. "Het hout van de singels en hagen kan worden gebruikt als brandstof voor groene stroomcentrales. Dat is CO2-neutraal en levert pure winst op."
Wat niet in geld is uit te drukken, is de toenemende rijkdom van natuur en milieu. "De hagen die uit de grond schieten, zitten binnen de kortste tijd vol met allerlei soorten vogels", zegt Dirkmaat. "Praktijkonderzoek heeft aangetoond dat in een houtwal wel zevenduizend soorten planten en dieren leven. Het boerenlandschap van vroeger was zeer soortenrijk. Wat nu zeldzaam is, was toen heel gewoon."
Nederland kan weer mooi worden, weet Dirkmaat, als we er maar voor kiezen. "Wat willen we eigenlijk? Nog meer lege zakelijkheid en Nederland nóg lelijker maken? Of maken we een adembenemend landschap, dat bruist van het leven? We hebben nu de kans."

Jaap Dirkmaat (Hilversum, 1958) is directeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, die is voortgekomen uit de mede door hem opgerichte Vereniging Das en Boom.

Bron: Brabants Dagblad van donderdag 13 december 2007. Auteur: Twan van Lierop

 

 

Jaap Dirkmaat in het tv-programma Vroege vogels

Op zaterdag 1 december 2007 zat een item in dit natuurprogramma waarin Jaap Dirkmaat aan het woord werd gelaten. Het ging over het dilemma waarvoor natuurliefhebbers staan: natuur maken/behouden versus ingrijpen om het cultuurlandschap te herstellen. Punten die ongetwijfeld tijdens de lezing van 16 december aan de orde zullen worden gesteld.

 

Klik hier voor het prgramma op Uitzending gemist 

Klik hier voor de website van Vroege vogels 


In actie voor het landschap

In het driemaandelijks verschijnende tijdschrift Natuurbehoud van de Vereniging voor natuurmonumenten verscheen onderstaand artikel over Jaap Dirkmaat en de zaken waar hij zich voor inzet.

In de jaren negentig heeft hij de das voor ons land behouden. Vrij recentelijk voorkwam hij
ook dat de korenwolf op de lijst ‘verdwenen soorten’ kwam. Nu heeft Jaap Dirkmaat de lat
een stuk hoger gelegd. Hij wil overal in Nederland weer ruimte maken voor planten en dieren. ‘Je kunt het landschap kapot maken, je kunt het ook weer mooi maken.’

In tekeningen in oude boeken zie je het nog terug; in de schitterende Verkade-albums van
Jac.P. Thijsse bijvoorbeeld. Nederland was een dicht mozaïek van heel veel landschapjes, in de loop van vele honderden jaren tot stand gebracht. Heggen, houtwallen, holle wegen,
elzenhagen, beken, sloten, zandwallen, dijkjes en tuunwallen omlijstten al die landschapjes. En in dat immense labyrint barstte het van het leven. Bloemen stonden overal. Heggen zaten zo vol met nesten dat kinderen kettingen regen van eitjes. Het was de gewoonste zaak van de wereld.We zijn nog geen honderd jaar verder en is er vrijwel niets van die landschappen over. De
ruilverkavelingen die over het land zijn gewalst, hebben zo goed als alles vernietigd. Jaap
Dirkmaat, voorzitter van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC), kan er niet
zonder stemverheffing over vertellen. ‘Om de voedselproductie op een hoger plan te brengen is er een Oost-Europees model op ons platteland losgelaten. We zijn net niet zo ver gegaan om sovchozen en kolchozen op te richten, maar de vernietiging van het landschap was even ingrijpend als in de voormalige DDR. Boeren werden uit de dorpen gehaald en naar ruilverkavelingsboerderijen verplaatst met grote stukken grond eromheen. Dat gebeurde overal op dezelfde manier. Er werden poldersloten ontworpen, die overal in het land werden toegepast. Regionale kenmerken, variatie in grondwaterpeilen, verschillende grondlagen? Er werd niet naar gekeken. Boeren die zich verzetten werden als achterlijk weggezet. Ze konden meedoen of de jas aan de kapstok hangen.’


Leeg land
Met die efficiëntieslag op het platteland zijn we ontzettend veel cultuurgeschiedenis en
biodiversiteit kwijtgeraakt. Er is een heel nieuw Nederland gecreëerd. Een Nederland waar we planten en dieren in nauw begrensde reservaten hebben opgeborgen. Dirkmaat: ‘Het land is opgedeeld in allerlei functies. Je hebt de stad met iets als parken, dan krijg je
bedrijventerreinen waar niets is, dan heb je het agrarische gebied waar de boer geen strobreed in de weg wordt gelegd en vervolgens krijg je de natuurgebieden. Daar is dan natuur. Met andere woorden, niet meer dan tien procent van ons land mag ingezet worden voor de natuur. Daar buiten moet een steenuil zich legitimeren en krijgt een orchidee geen
vestigingsvergunning. De rest van het land is leeg. De geschiedenis is weg, het leven is eruit geperst en dieren worden er tegen hun zin opgehokt in grote loodsen. Je kunt toch niet serieus menen dat we dat moeten koesteren? Het is toch onaanvaardbaar dat je in het agrarisch gebied alleen maar maïs en gras tegenkomt? Daar mag toch wel een beetje biodiversiteit in?’

Niemand doet iets
Langzaam maar zeker begint door te dringen wat we de afgelopen eeuw hebben verloren. De laatste jaren verschijnen tal van overheidsnota’s waarin op de waarden van de karakteristieke landschappen wordt gewezen: cultuurhistorische waarde, waarde voor de welvaart en de gezondheid van bewoners en recreanten, waarde voor planten en dieren, economische waarde. Het vorige kabinet heeft niet minder dan twintig gebieden aangewezen die de status Nationale Landschap krijgen; ze beslaan samen zo’n twintig procent van Nederland. Ook maatschappelijke organisaties hameren op de noodzaak cultuurlandschappen te behouden en te herstellen. Met enige regelmaat sturen ze een ‘dringende oproep’ naar Den Haag om de mooie woorden in daden om te zetten. Om geld vrij te maken voor investeringen en om te zorgen voor regelgeving die landschappen beschermen tegen aantastingen.
Het lage tempo waarin er werk van gemaakt wordt, bevalt Dirkmaat allerminst. Sterker nog, hij kan het niet meer aanzien. Zoals hij eerder met succes streed voor de das en de korenwolf, zo stort hij zich nu op het Nederlandse landschap. Met dezelfde passie. ‘De overheid zegt al twintig jaar dat er een ‘groenblauwe dooradering’ van het land moet komen. Is niks van terechtgekomen. Steden worden volgebouwd, het groen wordt eruit gedrukt, wijken komen in landgoederen terecht. En niemand doet iets. Dat is toch niet te geloven?’

Uiterst rendabel
Dirkmaat heeft daarom een deltaplan voor het landschap gemaakt. In twintig jaar tijd moeten er langs 200.000 kilometer perceelranden heggen, wallen, bloemrijke stroken, sloten met licht glooiende oevers en andere landschapselementen komen. Een kwart van die lengte – 50.000 kilometer – wordt gekoppeld aan paden voor wandelaars, fietsers en ruiters en routes voor kanoërs. Voor het deltaplan is een fonds nodig van 12 miljard euro. Daaruit wordt jaarlijks 600 miljoen euro gehaald om het landschap op te knappen en vervolgens te onderhouden. Ter vergelijking: dat is nog geen half procent van de rijksbegroting. Dat is geen overdreven grote investering, zegt Dirkmaat. ‘Op de laatste plekjes mooi Nederland wordt nu jaarlijks een omzet van 8 miljard euro gehaald. Dat wordt met ons plan heel veel meer. Je krijgt machtige stromen toeristen. Maak van het Groene Hart maar een themapark. Holland op z’n best. Daar komen straks een miljoen Chinezen en een miljoen Indiërs op af. Elk jaar weer. En de problemen met fijnstof? Worden grotendeels opgelost met ons plan, omdat de extra bomen en haagbeuken heel veel wegvangen. Problemen met de waterkwaliteit? Opgelost met ons plan. Hoef je verder geen ingewikkelde kunstgrepen voor uit te halen. Tientallen bedreigde planten- en dierensoorten krijgen weer een goed leefmilieu. Gezondheidskosten gaan omlaag, want mensen die in een groene omgeving wonen zijn minder vaak ziek. Kortom, dit is uiterst rendabel. Veel rendabeler dan bijvoorbeeld de Rotterdamse haven. Toch krijgt die gratis een Betuwelijn en twee Maasvlaktes.’

Boeren cruciaal
Dirkmaat wil zijn plan zo ver mogelijk buiten het politieke krachtenveld uitvoeren. ‘We willen een vermogensfonds maken om niet overgeleverd te zijn aan de grillen van politici. Daarom gaan we dat fonds met privaat geld vullen. Dat geld kan belegd worden door bijvoorbeeld van pensioenfondsen, woningbouwcoöperaties, ideële banken en verzekeraars. Op die manier had overigens ook de Ecologische Hoofdstructuur al lang klaar kunnen zijn. Het is toch ongehoord dat de aanleg van de rijksinfrastuctuur voor de natuur over dertig jaar wordt uitgesmeerd, terwijl de biodiversiteit wereldwijd op instorten staat? Maar dat terzijde.’

Boeren krijgen in Dirkmaats plan vervolgens een cruciale rol. Dezelfde boeren die het leven uit het platteland persen? Moeten die ons land weer mooi gaan maken? ‘Jazeker’, zegt Dirkmaat. ‘Nu kiezen ze door marktprikkels voor intensief gebruik van grond en dieren. Dus moet je geld inzetten om ze daarvan weg te krijgen. Om goed landschapsbeheer terug te krijgen in de bedrijfsvoering. Boeren kiezen voor die activiteiten die het meeste opleveren.
Niets menselijks is hen vreemd. Wij zorgen voor geld. En we zorgen ervoor dat hij er op  kan blijven rekenen dat hij goed betaald krijgt voor zijn werk aan het landschap. En wie meer kwaliteit levert, krijgt beter betaald. Zakelijk gezien zijn de boeren gek als ze niet meedoen. En je zult zien, na verloop van tijd gaan ze weer genieten van het landschap dat  ze maken.’

Onuitputtelijke bron
Op die manier krijgen de Nederlanders weer een mooi land. Dirkmaat: ‘Kinderen kunnen in hun eerste levensjaren weer op een speelse manier in contact komen met natuur en weer topervaringen opdoen. Die krijg je niet als je met de klas het bos ingestuurd wordt, maar die krijg je als je ongedwongen in je eentje blij of verdrietig in het landschap loopt, of als je  daar bent met iemand die je op een voetstuk plaatst. We krijgen weer een land met een onuitputtelijke bron van bezigheden: schilderen, tekenen, fotograferen, werken, sporten,  kuieren. Een land waarin telkens weer wat nieuws te ontdekken is, te veel voor één leven. Een land dat je topervaring op topervaring geeft.’

Personalia
Jaap Dirkmaat (48) is directeur van de Vereniging Nederland Cultuurlandschap. De vereniging is vorig jaar opgericht als voortzetting van de Vereniging Das&Boom. Daarmee kreeg de koerswijziging naar behoud en herstel van het agrarisch cultuurlandschap vorm.
Dirkmaat is verder voorzitter van de Stichting wAarde en bestuurslid van de Stichting Nijmegen 2000. Dirkmaat kwam regelmatig in het huis met acties, juridisch en ludiek, voor de bescherming van onder meer de das en de korenwolf. Door zijn soms ongebruikelijke manier van optreden is hij in bestuurlijk Nederland niet overal geliefd.

Tekst: Frans Bosscher

Bron: Natuurbehoud, nummer 1 van 2007 

 

Te koop: poel met kikkers
De eerste landschapsveiling ter wereld. Hoorde er gisteren over in het radioprogramma Vroege vogels. Ja, zeiden de initiatiefnemers, mensen komen meestal pas in het geweer als er iets gebeurt waar ze het niet mee eens zijn, als er lelijke dingen neergezet worden in het landschap of mooie stukken verwoest. Zij hadden gedacht: laten we de mooie dingen nú al vast bewaren. En daarom had hij deze veiling georganiseerd. Kon je landschapselementen kopen. Als ik dan over een paar jaar door de Ooijpolder fiets, dan kan ik tevreden zeggen: ik ben de trotse eigenaar van een heg, van een poel vol kikkers. De heggen en poelen blijven van de boeren op wier land ze liggen, maar wat je koopt, als je biedt op de veiling en het geluk hebt de nieuwe eigenaar te worden, is het beheer van zon heg, dijkhelling, hazenpad of meidoornbosje. Het zal niet gekapt of vernield worden en niet verwaarloosd omdat er geen geld meer voor is. Jij, de eigenaar hebt ervoor gezorgd dat het onderhouden en beheerd wordt, tien jaar lang. En dat het landschap op deze plaats weer ietsje mooier is.

Geweldig idee. Kan wel op meer plaatsen gebeuren, gewoon de mooie dingen in beheer nemen, met behulp van de boeren die dan niet per se een camping of geestelijk gehandicapten op het erf hoeven neer te zetten, maar gewoon in staat zijn om te doen wat ze toch willen doen.

Het klinkt als een taak voor de overheid, sterker, het ís een taak voor de overheid. Maar een van de twee initiatiefnemers tot de veiling, Tom Bade, zei dat slechts 0,2 procent van het budget van de rijksoverheid bestemd was voor natuur- en landschapsbeheer. Dat is politiek indifferent, zei hij. Dus we kunnen nog zoveel willen op het gebied van natuurschoon, en dat willen wij burgers echt wel, maar geld is er niet voor.

Steeds meer burgers leggen zich daar niet bij neer. Was laatst in de Achterhoek op het schitterende landgoed De Wiersse. Het landschap was daar nog betrekkelijk onbedorven, want de boerderijen die van oudsher bij het landgoed hoorden waren niet onderworpen geweest aan grootscheepse ruilverkaveling maar aan kleine schikkingen zodat ieder handig bij zijn land kon komen zonder dat er zielloze leegtes ontstonden. De boerenbedrijven waren ook geen koeienfabrieken met dieren die omwille van de goedkoopte niet meer naar buiten komen en zichzelf melken in de melkstal (omdat wij het vertikken om een normale prijs voor melk te betalen), maar middelgrote gemengde familiebedrijven.

Alles aan zon landschap is aardig, de verhogingen van de vroegere essen, de lager gelegen beekdalen, de met bomen omzoomde weiden, de geriefbosjes, de schuren (op normale maat, in normale kleuren en niet knalblauwe megaloodsen), de bossen met mooie lanen erdoor. Een heerlijk landschap, zorgvuldig en langzaam gevormd, zorgvuldig in stand gehouden door de eigenaren die het huis steeds weer erfden en het met hartstocht en aandacht in stand hielden.

En dan het huis De Wiersse zelf, met zijn 16 hectare grote landschapstuin, die op een aantal dagen in het jaar opengesteld wordt voor bezoek en die maakt dat je onmiddellijk Vita Sackville West wilt worden, of natuurlijk Laura Gatacre, samen met haar man Peter Gatacre eigenaar van De Wiersse. De familie van Peter Gatacre is al generaties lang eigenaar van De Wiersse.

Geen idee wat er gebeurt met De Wiersse als de Gatacres er niet meer zijn. Een landschapsveiling zal de bezitting niet kunnen redden. Misschien neemt het rijk de buitenplaats dan over. Dan wordt de tuin door een bureau gedaan en niet door iemand die ineens denkt: Ik laat een roos die boom inklimmen en die na acht jaar een witte bruidswolk van een boom heeft, helemaal overdekt met rozen. Dat soort gekkigheid doet de overheid nu eenmaal niet. En de boeren die nu nog pacht betalen aan de landheer, tja, die moeten dan misschien ook maar eens moderniseren hè? In de vorige eeuw is er al veel kritiek uitgeoefend op de landeigenaren die omwille van het landschappelijk schoon en hun jachtlust, bossen en houtwallen te veel gespaard zouden hebben en op die manier de modernisering van de landbouw belemmerd zouden hebben, lees ik in een studie van de Wageningse agrarisch historicus P.J. van Cruyningen Landgoederen en landschap in de Graafschap. Zonder landgoederen zou het bosrijke landschap van De Graafschap niet zijn blijven bestaan, schrijft Van Cruyningen. Wat overigens niet betekent dat de ontwikkeling van het boerenbedrijf in die gebieden is achtergebleven, daarvan is hem bij zijn onderzoek niets gebleken, alleen is er meer rekening gehouden met het landschap, omdat de visie van landgoedeigenaren op de omgeving niet zuiver utilitair was. Klinkt ook al erg passé, maar zelfs vandaag de dag komt het nog voor. En het resultaat is niet de ondergang van de boeren, zoals ons zo vaak wordt voorgespiegeld. Middelgrote en kleinere bedrijven hebben best overlevingskansen.

Ik kom weleens op kleine boerenbedrijven, waar mensen zelf kaas maken of een zuivelwinkel hebben of vleeskoeien, scharrelkippen, aardbeien of asperges. Die mensen zeggen eigenlijk altijd allemaal hetzelfde: Ik wil niet groter worden, want dan is de lol eraf, dan moet ik personeel nemen, grote schuren neerzetten en enorme koelinstallaties kopen en zelf ben ik dan manager geworden. Dat wil ik niet. Maar dat is een heel achterlijke houding die niet van overheidswege wordt aangemoedigd.

Het door iedereen zo mooi gevonden Nederlandse landschap werd en wordt door particulieren in stand gehouden. Landeigenaren. Boeren. Deelnemers aan een landschapsveiling. Het klinkt erg wankel. Maar je voelt jarenzeventigachtige leuzen in je opkomen als Samen zijn we sterk. Als de overheid zich niet interesseert voor boerenzwaluwen, bloeiende heggen, schapen op een dijk, verre uitzichten tot aan de horizon, houtwallen om weilanden, kwakende kikkers in een sloot of banen zonlicht in een beukenbos, dan is dat jammer voor de overheid. Wij, de bewoners van dit land, voelen ons er veel beter door. Het vergroot ons welbehagen. Heel belangrijk hoor, voor een samenleving. 

 

Bron: N R C van 11 juni 2007 (auteur; Marjoleine de Vos)
 

'Investeringen in natuur zijn zeer rendabel' 
Dit is de kop van een artikel in Natuurbehoud, nummer 2 van 2007. De uitspraak is van Tom Bade die een doorbraak wil forceren in het denken over natuur en economie. Het artikel sluit aan op de gedachten van Jaap Dirkmaat.

Uit het artikel enkele citaten:

Van geld dat je in natuur steekt, zie je niets terug. Je koopt voor veel geld landbouwgrond, richt het met kostbare machines in en dat is het dan. Zeker, het oogt een stuk fraaier, voor planten en dieren is er een mooi leefgebied bij gekomen en mensen kunnen er heerlijk ontspannen. Maar economisch gezien is het waardeloos.

Dit beeld is even hardnekkig als onjuist. Armhemmer Tom Bade heeft er zijn levenswerk van gemaakt om ons daarvan te doordringen. Al jaren rekent de milieukundige voor dat investeringen in natuur en landschap uiterst rendabel zijn. () Als eenmaal het inzicht doorbreekt hoe groot die bijdrage is, zal onze omgeving automatisch groener en mooier worden. Want dan worden natuur en landschap serieus meegewogen in beslissingen over de inrichting van ons land.

Honderden miljoenen
Maar waarin zit 'm die bijdrage dan? Hoe kan de kop koffie of borrel die u en ik na een wandeling op zondagmiddag kopen serieuze impact hebben op de economie?

Bade: 'het begint er al mee dat er heel veel mensen zijn die in de natuur wandelen, fietsen en wat al niet. Jaarlijks zijn er honderden miljoenen bezoeken aan onze natuurgebieden. En bij elk bezoek hebben al die mensen hun portemonnee bij zich. In heel veel natuurgebieden wordt in de toeristisch-recreatieve sector en in de horeca veel geld verdiend. Dat mag je toerekenen aan de natuur. Want als de natuur er niet was geweest, waren die mensen daar niet gaan wandelen. En dus: als de natuur er niet was geweest, hadden die mensen daar niet hun geld uitgegeven.'

In kaart gebracht
Voor een groot aantal natuurgebieden heeft Bade de afgelopen jaren de geldstromen die een relatie hebben met de natuur in kaart gebracht. Voor huzien in een groene omgeving wordt tien tot dertig procent meer betaald dan voor huizen in een niet-groene omgeving. De omzet in horecagelegenheden bij natuurgebieden is voor tientallen procenten toe te schrijven aan de natuur, Veel fietsenverhuurders bestaan geheel en uitsluitend bij de gratie van de natuur. Bedrijven organiseren bijeenkomsten voor hun managers en hun personeel juist in de natuur. Drinkwaterbedrijven verkopen water, dat gezuiverd is in de natuur. Buitensportbedrijven bieden een keur aan activiteiten aan in de natuur. Campings en bungelowparken floreren dankzij de nabijheid van natuur. Supermarkten in kleine dorpen kunnen overleven dankzij de toeristen die op de natuur afkomen. Gezondheidsinstellingen vestigen zich (opnieuw) in de natuur, omdat hun patiënten zich daar het beste voelen. Dan is er ook nog de paardenhouderij, die vorig jaar een omzet behaalde van 1,2 miljard euro en daarmee groter is dan de melkveehouderij. Vervolgens verdient ook de overheid eraan: er komt meer onroerendgoedzaakbelasting binnen, meer omzetbelasting, meer toeristenbelasting, meer overdrachtsbelasting.

Als je al die opbrengsten van de natuur op een rij zet, is het zonneklaar dat natuur allesbehalve een bodemloze put is. Welk natuurgebied je ook onder de loep neemt, overal zorgt de natuur voor grote opbrengsten en veel werkgelegenheid. () Het probleem is dat het niet of nauwelijks wordt gezien door mensen die de besluiten nemen. En daarom is het zo belangrijk dat we inzichtelijk maken wat de baten van de natuur zijn'

Verstandige investering
Bade is ervan overtuigd dat het inzichtelijk maken van de opbrengsten dé manier is om serieuze investeringen in natuur- en landschap van de grond te krijgen. 'We ontkomen er niet aan om een keer streetwise te worden. De tegenstanders van investeringen in de natuur hameren er op dat het alleen maar geld kost. En de natuurbeschermers beamen dat in feite door alleen maar te praten over de eigen waarde van dieren en planten. Natuurlijk hebben ze die intrinsieke waarde. En niet alles hoeft in geld uitgedrukt te worden. Maar het is wel erg handig als je kunt laten zien dat er dankzij het werk van Natuurmonumenten en anderen geld wordt verdiend in een bepaalde regio. En als duidelijk is dat een natuurgebied een drager is van de economie, is het helemaal niet erg om geld te steken in natuurontwikkeling. Sterker nog, dat is dan een heel verstandige investering.'

Dergelijke investeringen zijn erg nodig, stelt Bade. Het ergert hem in hoge mate dat overheden zich zo weinig gelegen laten liggen aan de uitgesproken behoefte van Nederlanders aan meer groen in hun omgeving. 'De Nederlandse bevolking zet in allerlei enquêtes het thema landschap en landschap steevast in de top drie van belangrijke items. Onze bestuurders hebben het steevast helemaal onderaan hun lijstjes staan. Het rijk besteedt 0,2 procent van haar begroting aan natuur en landschap, aan een thema dat burgers van groot belang vinden. Dat is bizar. Hoe is het mogelijk dat wat wij met elkaar belangrijk vinden niet door onze bestuurders wordt opgepikt? En hoe is het toch mogelijk dat er wel geïnvesteerd wordt in onrendabele projecten als de Betuwelijn en niet in zeer rendabele natuurgebieden?'

() Het is genoeg geweest. Nergens is de kloof tussen politiek en burger zo groot als bij het dossier natuurbescherming. De behoefte wordt niet eens erkend. Dat vind ik heel ernstig. De gemiddelde overheid blijft hangen in de oude economie met rokende schoorstenen als symbool. De rokende schoorsteen van de nieuwe economie is misschien wel een fluitende nachtegaal.'

Fragmenten uit het artikel Investeringen in natuur zijn zeer rendabel uit Natuurbehoud (nummer 2 van 2007)

 

Deltaplan landschap in Brabant
Het Groene Woud doet mee aan experiment verfraaien buitengebied.

DEN BOSCH - Het Brabantse nationale landschap Het Groene Woud is één van de vier gebieden in Nederland waar het Deltaplan voor het Landschap zal worden uitgeprobeerd. Minister Verburg van LNV maakt dit naar verluidt volgende week dinsdag bekend.

Het deltaplan heeft als doel het buitengebied landschappelijk weer aantrekkelijk te maken door aanleg en onderhoud van heggen, houtwallen, bomen en bloemrijke stroken aan de randen van akkers en weilanden. Boeren worden daarvoor betaald uit private fondsen.

Het plan is bedacht door Jaap Dirkmaat van de stichting Nederlands Cultuurlandschap, het voormalige Das en Boom, en het is inmiddels in politiek Den Haag warm onthaald.

In Het Groene Woud, Brabants groene hart tussen de steden Den Bosch, Eindhoven en Tilburg, wordt voor uitvoering van het deltaplan een gebied van vijfhonderd hectare aangewezen.

De al bestaande subsidieregeling voor behoud van landschapselementen binnen het ruilverkavelingsgebied Sint-Oedenrode en de streekrekening Het Groene Woud, een investeringsfonds voor duurzame projecten, worden vermoedelijk mede ingezet voor de financiering van het deltaplan.

Voor de aanwijzing van Het Groene Woud is eensgezind gelobbyd door de provincie, de drie steden en het innovatieplatform Duurzame Meierij.

Bron: Brabants Dagblad

Datum: 13 maart 2008

Auteur: Ron Lodewijks