Tijdens de Paasdagen las ik twee boeken die elkaar naadloos aanvullen.

Ingrid Robeyns betoogt in haar pamflet-achtige boek Rijkdom waarom het voor een samenleving niet gezond is als er een kleine groep érg rijke mensen is. Journalist en onderzoeker Oliver Bullough beschrijft in Moneyland omstandig (want: 413 pagina's) hoe rijke mensen zo rijk kunnen worden en vooral blijven.

Zeker is dat rijk zijn en blijven weinig te maken heeft met eerlijkheid. Integendeel. Je moet er wat voor doen om (erg) rijk te blijven. Een beetje sjoemelen met de belasting is niet genoeg.

Tijdens het lezen van beide boeken kwamen eerder verschenen boeken als het ware bovendrijven. Piketty's Kapitaal in de eenentwintigste eeuw en David Graeber's Bullshit jobs. Piketty staat symbool voor een wetenschapper die aantoont dat je door eerlijk werken niet rijk kunt worden, maar alleen door met geld te gaan speculeren en beleggen.

David Graeber zet grote vraagtekens bij uiteenlopende banen die waarde aan de samenleving onttrekken. In het boek van Oliver Bullough komen die 'helpende bullshitters' continu voorbij: bankiers, belastingadviseurs, makelaars. Superrijke mensen huren uiteenlopende deskundigen in om hun vermogen verborgen te houden voor de belasting en om hun geld onzichtbaar van het ene naar het andere land te kunnen verhuizen.

Superrijke mensen wonen in zijn ogen feitelijk niet meer in een land, maar in Moneyland. Voorbehouden aan hen die zich niets meer hoeven aan te trekken van nationale grenzen. Die ongestoord hun gang kunnen gaan. Mede mogelijk gemaakt door knipmessend personeel en (nationalistisch ingestelde) regeringen die niet in staat zijn internationaal afdwingbare afspraken te maken om hun macht in te tomen en hen belasting te laten betalen. Dus blijven rijke mensen slimme mensen inzetten om de zaak te flessen. Zij staan momenteel mondiaal gezien bij wijze van spreken tien-nul voor.

Joris Luyendijk had het in zijn boek over de bankensector (Dit kan niet waar zijn) over immoreel en amoreel gedrag. Deskundige 'helpers' overschrijden zelden immorele grenzen; bedenken geen constructies die volgens 'de wet' expliciet zijn verboden. Nee, deze slimme helpers zoeken voor hun opdrachtgevers doorlopend de randen van 'de wet' op. Van wat mag en kan. Je kunt er wel - zonder enige twijfel - het woord amoreel op plakken.

Oliver Bullough beweert niet dat rijke mensen per defenitie immorele of amorele 'dingen' hebben gedaan om rijk te worden, maar hij toont wel aan dat zeer rijke mensen om het zacht te formuleren op het randje leven. Hij beschrijft tientallen voorbeelden uit door en door corrupte landen of werelddelen (Rusland, Oekraïne, Nigeria). Ook komen er tientallen belastingparadijzen voorbij; vaak superkleine landjes. Overal staan hulptroepen klaar om rijke mensen te helpen hun vermogen verborgen te houden voor inhalige belastingen. Opmerkelijk genoeg heeft hij het amper over de bedenkelijke rol die Nederland in dit alles speelde én speelt.

Ingrid Robeyns werpt Nieuw Licht op Aristoteles' deugdenleer
Sinds 2016 nodigen de filosofen Frank de Meester en Coen Simon Nederlandse schrijvers en denkers uit om een belangrijk boek opnieuw te lezen én daar hun licht over te laten schijnen. Dit keer hebben ze econoom en hoogleraar ethiek Ingrid Robeyns gevraagd Politeca van Aristoteles te herlezen.

In Rijkdom : hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? doet ze verslag van haar bevindingen. Ze windt er geen doekjes om en laat duidelijk merken dat ze het schadelijk voor een samenleving (als de onze) vindt als rijke mensen veel té rijk worden of zijn. In pakweg honderd pagina's draagt ze daarvoor verschillende argumenten aan.

Deugdenleer
Om te beginnen duidt ze het werk van Aristoteles. Die pleitte ruim tweeëneenhalf duizend jaar geleden al voor de juiste middenweg. Op talloze terreinen van het menselijk doen en laten, maar zeker ook op dit punt.

In zijn zogenaamde deugdenleer draait het altijd om het juiste midden, de gulden middenweg. Aristoteles had niks tegen rijke mensen, maar die moesten zichzelf wel kennen en zich als het ware zelf in bedwang houden. Niet het onderste uit de kan willen. Geen amorele, laat staan immorele wegen inslaan om hun rijkdom te behouden, dan wel nóg groter te maken. Ingrid Robeyns formuleert het zo:

Mensen hebben natuurlijke rijkdom niet alleen nodig om te overleven, maar vooral ook om een goed leven te kunnen leiden. Hij zette natuurlijke rijkdom tegenover vermogensvorming, die voortvloeit uit commerciële activiteiten. Natuurlijke rijkdom is wat nodig is voor het beheer en de welvaart in het huishouden, en kent door die telos wel een grens - maar vermogensvorming niet.

De grens van natuurlijke rijkdom wordt bepaald door wat nodig is voor het beheer van het huishouden; vermogensvorming kan eindeloos doorgaan, omdat commerciële activiteiten geen inherente grens hebben. Vermogen is daarom een soort onnatuurlijke rijkdom die ontstaat doordat de mens goederen koopt en verkoopt, niet omdat hij die nodig heeft voor het doel dat die goederen kunnen dienen. Het is dus verwerpelijk, omdat het middel (geld verdienen) de plaats heeft ingenomen van het doel (goed leven). Het ethisch meest verwerpelijke is voor Aristoteles rente, waarbij het doel helemaal zoek is. (pagina 22-23)

Lees je vervolgens Moneyland van Oliver Bullough dan kom je er - voor zover je dat al niet wist of vermoedde - achter dat weinig rijke mensen naar dit 'gebod' leven. Integendeel. Tientallen voorbeelden komen voorbij van mensen die huizen op meerdere continenten hebben, privé vliegtuigen, personeel, snuisterijen, uitstapjes ... Té veel om op te noemen. Hilarisch, pijnlijk en to the point is het voorbeeld van een Nigeriaanse jongedame die wil trouwen en ergens in de States gaat shoppen voor haar trouw-outfit (ze koopt maar liefst negen japonnen voor tweehonderdduizend dollar). En achthonderd gasten komen op het feest af dat drie dagen duurt. Haar vader is minister en verdient op papier zes mille per maand.

Maar dat zou op zich nog steeds kunnen, mits die elite zich inzetten voor de gemeenschap. Bullough laat zien dat velen zich feitelijk van de samenleving afkeren. Zich opsluiten in gated communities, alleen omgaan met soortgenoten en geen benul meer (willen) hebben van hoe normale mensen (met een salaris, zonder vermogen) leven. Kwalijker wordt het als deze elite haar (geld)macht inzet om de politiek te beïnvloeden. Dat is het tweede argument van Ingrid Robeyns. Het functioneren van democratieën wordt ondermijnd. Ze noemt de Verenigde Staten als een niet navolgenswaardig voorland.

Artikel: Onttrekken of toevoegen (februari 2019).

Robeyns ziet evenals Bullough dat veel rijke mensen invloed proberen te kopen. Zij huren lobbyisten in om voor hen positieve wetten te laten aannemen. Ondersteunen kandidaten die hen welgevallig zijn. Kopen slimme mensen op om voor hen slimme constructies te bedenken waardoor hun vermogen nog minder zichtbaar wordt, dan wel om te verhinderen dat ze 'nog' meer belasting moeten betalen. Nemen 'beïnvloeders' aan, die framen, spinnen, gaslighten, astro-turfen en andere trucs uit de manipulatie-doos kennen en gebruiken.

Als derde punt noemt Robeyns dat (zeer) rijke mensen op een véél te grote ecologische voet leven. Hun lifestyle is vele malen uitbundiger dan van 'normale' burgers'. Wij dus, die ook al op een té grote voet leven. Robeyns:

Uiteraard hebben niet alle rijken bijgedragen aan het beschadigen van de aarde, maar het omgekeerde is wel het geval: velen die de aarde beschadigd hebben, of die veel meer genomen hebben van de hulpbronnen die de aarde ons biedt, maken deel uit van de club rijken en superrijken, en hebben vaak hun fortuin te danken aan processen die ecologische schade veroorzaken. (pagina 52)

Ook merkt ze snedig op dat rijke mensen de morele plicht hebben om financieel éxtra bij te dragen aan maatregelen die genomen moeten worden om de negatieve gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ze weet natuurlijk dat er veel superrijke wereldburgers zijn die zich inzetten om zelfs de paar maatregelen die voorgesteld worden actief tegen te werken.

De weg kwijt?
Bullough en Robeyns maken zich weinig illusies. Beiden denken dat veel superrijke mensen volstrekt de weg zijn kwijtgeraakt. Geen notie meer hebben hoe normale mensen hun (soms kwetsbare) leven moeten leven. Hadden ze dat wel dan zouden ze weet hebben van de noden van anderen (zoals Robeyns haar vierde aanbeveling noemt).

In deze paragraaf haalt ze het bekende voorbeeld aan waarin de onderste helft van de wereldbevolking wordt vergeleken met de rijkste mensen op aarde. In 2017 was die verhouding: 3.400.000.000 : 42. Tweeenveertig personen bezaten evenveel als de onderste 3,4 miljard mensen. Enkele jaren geleden was die verhouding minder scheef. Toen pasten die paar honderd personen in een vliegtuig. Momenteel heb je hooguit een normale bus nodig. En zet de trend door dan kan over enkele jaren volstaan worden met een luxe uitgevallen SUV. Robeyns:

Als hetzelfde geld minder ongelijk verdeeld wordt, is er veel meer welvaart en kwaliteit van leven onder de mensen, en veel minder lijden. (pagina 55)

Onverdiend vermogen
Het meest pijnlijke, en controversiële hoofdstuk gaat over de vraag wat een verdiend vermogen is. Een bijna filosofische vraag. Kan of mag een samenleving een bovengrens instellen voor salarissen en vermogens? En zo ja, hoe hoog. En wie moet dat bepalen en hoe gaan we dat vervolgens afdwingen, dan wel handhaven. Momenteel is the sky the limit. Er is kortom geen grens.

Hoeveel iemand mag verdienen is in deze kringen vaak geen punt van discussie. Raden van commissarissen van grote bedrijven kunnen in wezen élk salaris uitkeren aan hun CEO. En doen dat ook; jaar na jaar blijkt uit overzichten dat de gemiddelde salarissen (en bonussen) van leidinggevenden van grote bedrijven procentueel veel meer stijgen dan van normale mensen. Sterker: steeds duidelijker wordt dat de gemiddelde werknemer al decennialang op de nullijn zit. 

Robeyns zet grote vraagtekens bij deze trend. Het is maar zeer de vraag of zo'n hoge (vaak mannelijke) pief al dat geld waard is. Anders gezegd: is meneer Polman van Unilever evenveel waard als tweehonderdtachtig collega's.

Ingrid Robeyns gelooft niet dat dit soort topleiders over exceptionele kwaliteiten beschikken en dat daarom hun hoge beloning terecht is. Hun succes is in hoge mate afhankelijk van toeval en voortborduren op 'zaken' die door anderen zijn gerealiseerd. Ze zegt het zo:

Volgens de econoom en politicoloog Herbert Simon (1916-2001) is zo'n 90 procent van wat wij op de markt kunnen verdienen toe te schrijven aan die collectieve erfenis van innovatie, wetenschap en de instituties van de samenleving. Als je op die manier naar de oorzaken van persoonlijke  vermogens kijkt, is het helemaal niet zo gek om te stellen dat een veel radicalere herverdeling gerechtvaaridgd is. (pagina 63-64)

Artikel: Niets nieuws, alleen herordening van wat allang bekend is (september 2016) waarin het begrip scenius wordt meegenomen

In het belang van de rijken zelf?
Ik vermoed dat Nick Hanauer, die zichzelf ietwat gekscherend plutocraat noemt, het laatste argument van Ingrid Robeyns onderschrijft. Volgens haar is het ook in hun eigen belang dat de samenleving hun 'beloning' gaat maximaliseren. Ingrid Robeyns, noch Oliver Bullough noemen Nick Hanauer echter niet.

Deze selfmade miljardair hield enkele jaren geleden een TED-talk over het feit dat zijn mede plutocraten niet willen of kunnen begrijpen dat zij hun zucht naar steeds meer geld een beetje in moeten tomen. Als zij dat niet doen, en doorgaan met steeds meer van de gezamenlijke koek naar zich toe te trekken, er een moment komt dat het 'gepeupel' met hooivorken komt optrekken. Beware, fellow plutocrats, the hayforks are coming. Net zoals in juli 1789. Toen de Bastille werd bestormd en kort daarna de koning en andere rijkaards uit die tijd hun einde vonden onder de guillotine.

Nick Hanauer's pleidooi heeft geen indruk gemaakt op zijn 'makkers'. Het boek van Oliver Bullough is daarvan een levende en actuele illustratie. De hooivorken zijn inmiddels wel komen opdagen. Alleen is hun macht zeer gering en lijkt het er op dit moment bijvoorbeeld op dat de 'gele hesjes' in Frankrijk gaan inbinden. Zelfs hun verzet leidt niet tot een andere houding van de belangrijke, machtige en rijke mensen in Frankrijk. Tegelijkertijd dienen zich nu de extinction rebels aan.

Toch gelooft Ingrid Robeyns dat rijke mensen zich moeten gaan aanpassen. Om te voorkomen dat de zaak explodeert en er een soort bijltjesdag zal komen. Dagelijks kun je artikelen lezen over dit onderwerp. Zoals Robert Stiglitz, een Nobelprijswinanar economie: Corporate greed is accelerating climate change. But we can still head off disaster (CNN, 21 april 2019).

Artikel: Hooivorken - Beware, fellow plutocrats, the pitchforks are coming (augustus 2014)

Veel stof voor debat
Ingrid Robeyns reikt in haar pamflet veel stof voor debat aan. Zeker ook in het slothoofdstuk. Daar pleit ze voor eerlijkere én hogere belastingen voor rijke mensen en grote bedrijven. Niet alleen regelingen op papier, maar ook handhaving daarvan. Ook bepleit ze dat erfbelasting veel progressiever wordt, opdat rijke mensen het gros van hun opgebouwde vermogen niet langer kunnen doorgeven aan hun kinderen. Natuurlijk wil ze ook dat landen meer gaan samenwerken om te voorkomen dat het gros van de multinationals amper meer ergens belasting betalen.

Ik vermoed alleen dat haar oproep amper massaal zal worden ondersteund. De komende maanden dient zich in ons land een mooie testcase aan.

Binnenkort stemt de Tweede Kamer over een wetsvoorstel dat er op gericht is dat grote multinationals verliezen in het buitenland niet langer kunnen verrekenen met hun belastingaanslag in Nederland. Het gevolg daarvan is dat ze momenteel hier amper of geen belasting meer betalen. Het is natuurlijk gerommel in de marge, maar vermoed dat het voorstel weggestemd zal worden. Zelfs door partijen die zeggen op te komen voor 'de kleine man' of zichzelf als rentmeester beschouwen.

Een vele malen groter debat
Robeyns noch Bullough kaarten het aan, maar op zeker moment zal er gesproken moeten worden over een economisch systeem waarin het volstrekt normaal (beter: noodzakelijk) is dat je met geld geld kunt maken. Je hebt als individu of als bedrijf geld 'over' (het doet er nu niet toe hoe je daaraan bent gekomen). Té veel geld, want alles wat je zou wensen kun je kopen dan wel realiseren. En dat surplus aan geld staat 'op de bank' of zit in een oude schoenendoos. Daar 'móet' je iets mee! Beleggen, investeren. Dat geld móet renderen. Dus leen je het uit, koopt er aandelen of andere waardepapieren voor. En op zeker moment kun je cashen. Heb je extra geld verdiend. Ben je nóg vermogender geworden. En anderen hebben daarvoor betaald.

Dat economische model staat onder druk. Is op termijn niet houdbaar. Iedereen die immers dat geld 'leent' moet het met rente terugbetalen. Niet alleen de hoofdsom, maar ook rente (jaar na jaar). Het gevolg is dat de lener economische groei moet realiseren. Zonder dat kun je beiden niet terug betalen. Helaas is dit denkbeeld een BOM onder ons hele economische systeem. Hierop is ook ons hele pensioensysteem gebouwd. Tóch zullen we er over na moeten gaan denken. Op een eindige aarde kunnen we niet 'eeuwig' jaar na jaar (zeg) twee à drie procent economisch blijven groeien. Herverdelen en verschuiven kan wel. Of na gaan denken over de edele kunst van het krimpen; maar dan allemaal en zonder dat velen het gevoel hebben dat sommigen niet mee hoeven te doen, dan wel ontzien worden.

In het FD stond vrijdag 19 april een artikel over het privatiseren van studentenleningen. Niet alleen moeten studenten zich in de Verenigde Staten net als in Nederland in de schulden steken om te mogen studeren, maar in Studenten verkopen een belang in zichzelf wordt beschreven hoe zelfs dit nog een graadje 'erger' kan. Alhoewel die kwalificatie niet klopt, binnen ons huidige model is het volstrekt logisch dat slimme partijen (als hedgefunds en beleggingsbedrijven) op zoek gaan naar rendement. Het artikel begint zo:

Om haar studie te betalen verkocht Amy Wroblewski (23) een deel van haar toekomst. Gedurende acht en een half jaar moet zij elke maand een percentage van haar inkomen aan beleggers afstaan.

Nogmaals: Het goede leven
Een andere belangrijke reden voor dit debat is het mogelijk wegvallen van miljoenen banen. Enerzijds door de komst van zelflerende systemen; aan de andere kant zullen bullshit banen ('van' David Graeber) wegvallen als superrijke mensen hun knipmessende helpers niet langer meer nodig zullen hebben.

Wellicht leven we over pakweg twintig jaar in een wereld waarin rijke mensen zich gaan gedragen in de geest van Aristoteles. Die naam valt niet in het boek van Oliver Bullough. Wél in hét filosofieboek van 2019. In Het goede leven & de vrije markt van Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk komt hij regelmatig voorbij.

Dit boek won in april van dit jaar de Socrates Wisselbeker.

Biljoenen euro's
In Moneyland van Oliver Bullough vliegen de miljarden, beter: biljoenen dollars en euro's je om de oren. Rijke mensen beschikken over onvoorstelbaar grote hoeveelheden geld. Geld dat, zelfs zij - met hun abnormale en uitbundige manier van leven - nooit 'op' kunnen krijgen.

Oliver Bullough weet dat het niet mee zal vallen om een (groot) deel van dat geld terug te sluizen naar de échte wereld. Om daar problemen mee op te lossen die het gros van de mensen ten goede zal komen. Toch dragen boeken als de hier genoemde bij aan het gevoel dat er iets scheef zit en zullen alle politici - die aankomen met de zin dat er bezuinigd moet worden - binnenkort weggezet worden als mensen die niet willen weten dat er in Moneyland ontzaglijk veel geld te halen valt.

Bullough sluit zijn boek als volgt af:

Maar als je daarom in de verleiding komt om te zeggen dat het gewoon te moeilijk is, dat Moneyland simpelweg het onvermijdelijke gevolg is van de globalisering en dat we dat maar moeten accepteren, bedenk dan alsjeblieft wat dat betekent. Moneyland is een land dat traditionele natiestaten ondergraaft: het is overal en nergens, ergens 'in de cloud', een nieuwe ontwikkeling - een legale constructie die losstaat van welke plek op de kaart ook. We kunnen het nu niet zien, maar hoe sterker het wordt, hoe duidelijker het zich zal aftekenen. En het zal nooit makkelijker zijn om ertegen op te treden dan nu. (pagina 386)

Een liedje
Op de laatste cd van Ernst Jansz staat een liedje dat bij de teneur van dit boek en artikel aansluit. Ik schreef er over: Meester van het geld - Terwijl de wateren kalm lijken, bouwen zich onder het oppervlak kwetsbaarheden op (november 2017)

Enkele boeken
Rutger Bregman & Jesse Frederik. Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers (2015)
Oliver Bullough. Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals (2019)
Noam Chomsky. Het einde van de Amerikaanse droom : de tien principes voor de concentratie van rijkdom en macht (2017)
Joke Hermsen. Het tij keren : met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt (2019)
Bruno Latour. Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime (2018)
Mariana Mazzucato. De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie (2018)
Thomas Piketty. Kapitaal in de eenentwintigste eeuw (2014)
Ingrid Robeyns. Rijkdom : hoeveel onegelijkheid is nog verantwoord? (2019)
Theo Salemink. Op de rug van de tijger : pleidooi voor een economie met een menselijk gezicht (2015)
Fabian Scheidler. Het einde van de megamachine : een korte geschiedenis van een falende beschaving (2018)
Alexander Schimmelbusch. Opperduitsland : roman (2019)
Robert & Edward Skidelsky. Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven (2013)
Ronald Tinnevelt & Thomas Mertens. Mondiale rechtvaardigheid (2013)
David Wallace-Wells. De onbewoonbare aarde (2019)

(dinsdag 23 april 2019)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten